zaterdag 19 april 2014

Grams: een nieuwe online toegangspoort tot wapens en drugs



Als je het nieuws over de macht en het bereik van internationale inlichtingendiensten een klein beetje hebt gevolgd, dan heb je vast ook wel eens het gevoel gehad dat er op het web geen echte vrijhavens meer zijn. Dat alles gecontroleerd wordt. Ik denk zelf ook dat we ons niet al te veel illusies meer hoeven te maken, maar aan de andere kant: het digitale universum dijt sneller uit dan de netwerken die er grip op proberen te krijgen. Sla het recent gepubliceerde rapport van EMC er maar eens op na, over de omvang van de digitale wereld. Duizelingwekkende cijfers zijn het.

Vanuit dat perspectief vind ik het interessant om te lezen dat het in 2012 gesneuvelde netwerk Silk Road nooit echt is weg geweest. Dat wil zeggen: na de arrestatie van de hoofdrolspelers rondom dat platform werden er gewoon weer nieuwe sites gelanceerd, die ook gebruik maken van het Tor-netwerk. Dat doet je afvragen hoe lek dat netwerk nu wérkelijk was.

Op Wired lees ik nu dat het 'Duistere Web' inmiddels ook een eigen zoekmachine heeft, genaamd Grams. Ik kon het niet laten om het even uit te proberen met de zoekterm 'Dutch'. Dat werkt inderdaad prima. Bij doorklikken stuit je al snel op loginschermen, maar dat is vast ook zo te regelen. Even de Tor Browser Bundle installeren en je kunt winkelen als nooit tevoren.

Het lijkt Whack-a-Mole wel, dit spelletje.

Gerelateerd:
Silk Road: anoniem online drugs kopen, met p2p-geld (2011)
Veiled: the evolutie van Darknets (2009)
Freenet: vrijhaven voor smeerlappen en terroristen (2006)
Ondoorgrondelijk ondergronds: private P2P gemeenschappen (2006)

@

vrijdag 18 april 2014

Midgard: hoe de tegenbeweging de Middenwereld verloor


Van mij zul je geen kwaad woord horen over het jongerenwerk anno 2014: ik weet er simpelweg te weinig van en de geluiden die mij wél bereiken zijn overwegend positief. Er gebeurt nog steeds van alles, misschien zelfs wel meer dan ooit tevoren. Dat neemt niet weg dat ik altijd een weemoedig gevoel krijg als ik lees over de jongerencentra in Zeeland tussen, pak ‘m beet, 1965 en 1995. Die centra waren heus niet beter dan de honken en podia waar de jeugd tegenwoordig terecht kan, maar de verhalen en foto’s uit die periode stralen wel een compleet andere sfeer uit dan nu. Het waren de bolwerken van de tegenbeweging. Je trof er de hippies en de provo’s , de anarchisten, punkers en skinheads. Als je beelden van toen vergelijkt met die van nu valt je op hoe gepolijst en georganiseerd alles nu lijkt te zijn. Soms heeft het zelfs iets klinisch. Dat zegt waarschijnlijk meer over toen dan over nu. De centra van weleer ademde in vrijwel alles onrust en verzet. Er mocht overal gerookt worden. Er was nog wat meer verzuiling binnen de jongerencultuur. Nu zijn jongeren breder georiënteerd en hebben ze andere contactmogelijkheden. Ik noem maar eens iets. Ik wil maar zeggen: zo eenvoudig is het nog niet, om de periodes met elkaar te vergelijken.

Midgard was tussen 1976 en 1997 was gevestigd in een van de mooiste straatjes van de stad, de Kuiperspoort. Juist die locatie maakte het centrum (vernoemd naar Midgaard, de middenwereld bevolkt door de mens, uit de Noordse mythologie) tot wat het was: een prachtig maar weggemoffeld jongerenhol,omringd door de achtertuinen van welgestelde (Middel)burgers. Achteraf vind ik het knap dat Midgard het zo lang heeft volgehouden op die locatie. Als je ziet wat er in twintig jaar allemaal gebeurde in en rondom het pand op nummer 12 kun je nauwelijks geloven dat de omwonenden de strijd tegen de aanwezigheid van het centrum niet eerder wonnen. Er speelden talloze ruige bandjes, die een al even ruig publiek trokken. Rondom optredens van bands als Tröckener Kecks ging het allemaal nog wel maar er waren ook avonden dat het uit de hand liep, zoals die keer dat de Groningse pretpunkband Boegies Midgard aandeed. Dat mondde uit in een knokpartij waar nu nog over gesproken wordt. En dan waren er ook nog de bezettingen en demonstraties. Aksie, weet je wel? Ik was er niet bij, maar ik stel me voor dat die initiatieven niet onopgemerkt aan de buurt voorbij gingen. De straatjes zijn smal, in dat gedeelte van de stad.

Een agent vertelde me onlangs dat er wel degelijk protesten waren van wijkbewoners. Eén buurman belde trouw iedere avond zijn klacht door naar de politie, met als doel het opbouwen van een dossier. In 1997 was het pleit beslecht. Toen moest Midgard verhuizen naar de Herengracht, waar het centrum ook niet welkom was. In Bachtensteene hield het centrum het daarna nog tien jaar vol, maar toen was het einde verhaal: de middenwereld hield op te bestaan.

@

Deze bijdrage verscheen eerder in de PZC-rubriek Barcodes, op 11 april 2014

donderdag 17 april 2014

Auteursrecht vs delen bij Caravannen!


De deeleconomie en de oude (uitgeef-) wereld blijven botsen. Neem nu het voorbeeld van Minicamping Werendijke. Die camping -met kloostertuin- nabij Zoutelande wordt geëxploiteerd door twee zussen die er samen met hun ouders keihard voor hebben gewerkt om er iets moois van te maken. De dames waren dan ook met recht trots op een lovend artikel over hun werk in het tijdschrift Caravannen!: ze deelden een scan van het artikel op Facebook.

Het tijdschrift pikte dat bericht op. De redactie gaf het bericht een like en deelde het op de eigen pagina. Mooie reclame! De pagina van het blad heeft immers bijna 5000 fans.

Wij wilden het artikel ook graag plaatsen op Veere Dronk, bij Porta Coeli, en vroegen de zussen Dingemanse daarom om toestemming . Zij speelden de vraag weer door naar de uitgever van Caravannen!, Interdijk, die echter géén toestemming gaf. Daar begreep de zussen niets van. Wij ook niet. Het artikel stond toch al openbaar online en het delen door de redactie was toch eigenlijk al een vorm van goedkeuring? De antwoorden van de uitgeverij op die vragen zijn veelzeggend:
Onze redactie 'liked' jullie enthousiasme en daarom onze 'Like' & 'toestemming zonder woorden met die Like:-))' van hetgeen in de vorm zoals het daar op dat moment stond. Wij ook enthousiast! Verder is copyright nou eenmaal copyright en geen vrijgave. Das echt niet krom zoals je voorin de uitgave van Caravannen! kunt lezen. Zonnige groetjes vanaf het secretariaat P.S. Zullen wij jullie nog doosje met extra nummers toezenden?  Ook leuk! :-))
en later:
Copyright is natuurlijk iets speciaals. Daar doen wij ons 'vak' ook voor bijvoorbeeld de Caravannen! Zoiets moet zijn eigen gezicht behouden en daarbij is de print waar dit op bewerkt is ook weer ons 'vak'. Vandaar ook de copyright om het niet 1 op 1 links- en rechts pagina's te kopiëren of te scannen. Dus een copyright van de pagina's weggeven kunnen wij niet doen. Het is voor ons ook leuk(er) om de mensen enthousiast te maken om de uitgave in de winkel te kopen.
Probeer dat maar eens uit te leggen aan iemand die geen onderscheid maakt tussen Facebook en de rest van het web. Of aan iemand die stelt dat online verwijzingen kunnen bijdragen aan een grotere bekendheid van een product, in dit geval een blad. Dat lukt toch gewoon niet?

We respecteren het auteursrecht natuurlijk in dezen, maar daar is ook alles mee gezegd. Deze interpretatie van bescherming slaat gewoon nergens op.

@

woensdag 16 april 2014

Als de dag z'n best doet je vrolijk te stemmen


Ik mag altijd graag pieren online, als ik in de loop van de dag chagrijnig wordt van ditjes en datjes. Het lijkt me dat het dan ook wel eens aardig is het te melden als de dag z'n best doet me vrolijk te stemmen.

Vandaag ontwaakte ik licht knorrig, zonder goed te weten waarom. Maar dan:

Voor Informatieprofessional.nl schreef ik bij de eerste koffie een nieuwsbericht over een mooi initiatief van British Pathé, dat 85.000 historische video's op YouTube zette. Ik kan het dan nooit laten om ook even te zoeken naar Middelburgs materiaal en verdomd: er dook toch een parel op! Het filmpje van een Middelburgse Marktdag uit 1931 is niet alleen inhoudelijk erg fraai, ook de kwaliteit is buitengewoon goed. Een aanwinst! Daar knap ik per definitie van op.

Vervolgens las ik dat Middelburg Dronk derde is geworden bij de verkiezing van de Jan Kompagnie Prijs. Yvette Hoitink had ons daarvoor genomineerd. Wat leuk! En hoe eervol!

Tot slot meldde onze penningmeester dat Middelburg Dronk ook nog eens 280 euro heeft verdiend met de Rabobank Clubkascampagne.

Ik zeg: proost!

@

dinsdag 15 april 2014

Moermond en de schoonheid van Schouwen


Het blijft een merkwaardig fenomeen: als je in een prachtprovincie woont vergeet je wel eens hoe prachtig het is. Daarom boek je doorgaans sneller een weekendje Keulen, Londen of Ameland dan -bijvoorbeeld- een tripje naar Schouwen-Duiveland. Dat moest een keertje anders, vonden we. We boekten vorige maand dus een hotel in Renesse voor twee nachtjes, nabij Slot Moermond. Dat slot ligt maar 35 kilometer van Middelburg vandaan, maar geloof het of niet: we waren er nog nooit geweest. Het werd dus wel een keer tijd.

Van het Slot zelf waren we niet al te zeer onder de indruk. Dat had ook te maken met het feit dat het niet toegankelijk is voor het publiek. Het wordt vooral gebruikt voor seminars en congressen, begrepen we. Dat mocht de pret echter niet drukken. Het Slot en het Landgoedhotel liggen net buiten het dorp, aan de rand van een prachtig natuurgebied. Omdat het weer ook meezat hebben we vooral daar van genoten. Een beetje
wandelen, een hapje en een drankje hier en daar: dat soort werk. We huurden zelfs fietsen voor een middagje. Daar heb ik nog steeds een beetje gloeiwangen van.

Het was uiteindelijk wel dat fietsen dat ons in deed zien dat Schouwen minstens zo mooi is als Walcheren. Toegegeven: tussen Renesse, Burgh-Haamstede en de kust krijg je een grotere overdosis Roompot Recreatie dan hier, 'bij ons', maar als je dat buiten beschouwing laat zie je gewoon een prachtige uitwijkmogelijkheid voor de Walchenaar. Wie al moeite heeft met de drukte van een dorp als Domburg moet er in de zomer wel rekening mee houden dat met name Renesse nog wat hectischer is. Afgelopen vrijdag kon je nog een kanon afschieten op het dorp, maar zaterdagmiddag zagen we een glimp van het hoogseizoen. Nog best te doen, maar ons kopje thee is het niet. De sfeer heeft iets van die van een Duitse braderie of kermis. In Burgh-Haamstede voelde dat al heel anders. Dat plaatsje is wat authentieker en rustiger.

Na de zomer gaan we misschien nog eens terug. Na twintig jaar weten we in ieder geval weer: de schoonheid van Schouwen is een half uurtje rijden gewoon waard.

@

maandag 14 april 2014

Rijksstudio: een website om van te smullen…en van te leren


Het archief met artikelen van Bibliotheekblad is 'achter een slotje verdwenen'. Omdat ik graag wil dat alles wat ik schreef over bibliotheken online vindbaar blijft plaats ik artikelen uit het verleden alsnog op Mijns Inziens. Deze is van april 2013...

In het afgelopen decennium hebben Nederlandse erfgoedinstellingen hard gewerkt aan de digitalisering van hun collecties en aan het verbeteren van de online presentatie en vindbaarheid van die collecties. Dat leidde soms tot indrukwekkende resultaten: krantenbanken die miljoenen pagina’s bevatten, beeldbanken waar je urenlang zoet mee bent en catalogi die je met een paar muisklikken boeken laten aanvragen in heel Nederland. Er is genoeg om trots op te zijn maar reden om tevreden achterover te leunen is er nog niet.
Websites van musea, archieven en bibliotheken bieden weliswaar een schat aan informatie, maar als je er wat kritischer naar kijkt kun je toch weinig anders dan constateren dat veel websites van erfgoedinstellingen een tikje saai zijn, of beperkingen hebben die je op populaire, commerciële websites niet snel zult tegenkomen. Om maar een voorbeeld te noemen: die mooie foto’s in beeldbanken zijn vaak niet te vinden met behulp van zoekmachines, je mag ze vaak niet downloaden en delen via sociale media zit er ook lang niet altijd in. Op de presentatie en navigatie van de bijbehorende websites valt meestal ook wel het een en ander aan te merken. Als je dat keer op keer constateert ga je op zeker moment verlangen naar ergoedsites die ogen als Pinterest, open zijn als Wikipedia of die zo deelbaar zijn als Tumblr.

Op 30 oktober 2012  was er opeens zo’n website. Op die dag werd Rijksstudio, de nieuwe website van het Rijksmuseum, gelanceerd. Die site viel nu eens niet alleen op vanwege de omvang van de collectie, maar juist ook door mogelijkheden zoals het mogen downloaden van afbeeldingen in hoge resolutie, het kunnen bewerken of remixen van die afbeeldingen, het kunnen samenstellen van gepersonaliseerde collecties en –ook niet onbelangrijk- de presentatie en het gebruiksgemak van het geheel. De recensies in de media waren bijzonder lovend.

In een persbericht van 25 november zei het Rijksmuseum hier zelf over:
Rijksstudio is op 30 oktober gelanceerd en is een voor de museumwereld innovatieve digitale toepassing waarin een groot deel uit de Rijksmuseumcollectie voor iedereen gratis beschikbaar is. 125.000 bekende, onverwachte en verrassende beelden om tot in detail op in te zoomen, om aan te raken, te ‘liken’ én om zelf mee aan de slag te gaan. In de ruim drie weken tijd dat Rijksstudio online ging zijn meer dan 20.000 Rijksstudio’s gemaakt en meer dan 45.000 objecten uit de collectie van het Rijksmuseum gedownload. Bovendien bezoeken twee keer zo veel mensen de nieuwe website van het Rijksmuseum sinds de lancering op 30 oktober. Opvallend is dat de bezoeken veel langer duren, gemiddeld 14 minuten in tegenstelling tot drie minuten in het verleden. Hiermee overtreft het alle verwachtingen en is de website voor het Rijksmuseum dan ook een groot succes.
Ook ik was (en bén) erg onder de indruk van Rijksstudio. Na de eerste kennismaking wist ik meteen dat ik in de toekomst nog vaak zou gaan verwijzen naar deze website. Hier kunnen bibliotheken een voorbeeld aan nemen! Daar kun je als organisatie mee voor de dag komen! M’n enthousiasme riep echter ook vragen bij me op. Is een website als Rijksstudio betaalbaar en daarmee ook realiseerbaar in de bibliotheekwereld? Hoeveel werk komt er kijken bij zo’n platform? Namens Bibliotheekblad besloot ik de vragen voor te leggen aan Peter Gorgels, manager Internet bij het Rijksmuseum. Die nam daar bijzonder welwillend de tijd voor.

Is er projectdocumentatie beschikbaar/openbaar? Ik ben benieuwd hoe het project tot stand is gekomen en hoeveel voorbereiding het kostte, met welke partijen er werd samengewerkt om alles te realiseren, hoeveel mensuren er ongeveer in zaten en wat de begroting van het project was.  De belangrijkste insteek hierbij is de vraag of een project als dit ook te realiseren is in de bibliotheekwereld. Daar is veel geld beschikbaar voor de digitale bibliotheek en er wordt gewerkt aan een nationale catalogus. 

Er is net een paper gepubliceerd voor MW2013 . Wij denken dat die veel inzicht geeft. Het heeft van concept tot lancering een maand of 14 geduurd. De e-strategy hadden we een jaar eerder geformuleerd. Er werd samengewerkt met Fabrique (ontwerp), Q42 (techniek), Skipintro voor de campagne en Peecho voor de afhandeling van de zelf gemaakte producten. Er was een begroting van 1,1 miljoen euro, mogelijk
gemaakt door steun van de BankGiro Loterij. Er was een klein dedicated projectteam, met steun van de directie. In totaal is er misschien 2 a 3 fte aan mensuren gedurende die 14 maanden besteed, verdeeld over het projectteam en stakeholders. Let wel: de content die we gebruiken (beeld en info) is het werk van conservatoren, registrators, fotografen en anderen van soms wel (tientallen) jaren, maar die waren voorwaardelijk voor het project zelf.

Op OpenCultuur Data bieden jullie sinds vorig jaar ook de api en de data aan. Zijn er partijen die daar belangeloos mee aan de slag zijn gegaan, wat jullie ook weer bruikbare functionaliteiten opleverde, of is daar nog geen sprake van?
In eerste instantie bieden we de api aan voor partnerprojecten als Europeana, daarnaast bieden we hem ook open aan: iedereen kan er mee aan de slag. Er zijn partijen belangeloos mee aan de slag gegaan, sommigen hebben een app gemaakt die geld kost in de appstore. De resultaten qua publieksbereik zijn nog (zeer) beperkt naar ons idee, qua “creëren van buzz” en het verfrissen en verdiepen van het merk Rijksmuseum werkt het wel goed. In feite is de open api een element in onze E-strategy, waarbij het dichtbij brengen van de collectie naar het publiek centraal staat.

Hoeveel mensen werken nog aan de website, sinds de oplevering? Komt er nog steeds veel werk bij kijken, of is het nu vooral een kwestie van beheren?
We hebben klein, toegewijd webteam van iets meer dan 2 fte. Maar zoals gezegd werken er achter de schermen veel meer medewerkers mee. Ook hebben we met Q42 en Fabrique een onderhoudscontract en dat is vanzelfsprekend zeker nodig.

Voor kleinere organisaties is een website als deze waarschijnlijk niet haalbaar. Hoe kijkt het Rijksmuseum aan tegen samenwerking met andere erfgoedinstellingen. Is de code bijvoorbeeld ook vrij beschikbaar? Of zijn er bijvoorbeeld koppelingen mogelijk met de nationale catalogus, zoals dat ook mogelijk is met –bijvoorbeeld- Europeana?

We kunnen sowieso inzicht geven in gebruikte software, vrijwel allemaal opensource techniek: CMS Orchard, zoekmachine Elastich Search, Inzoomsoftware Leaflet (zie ook in de paper). We zouden de broncode ter beschikking kunnen stellen, maar wij denken dat die zo verweven is met het totale concept, dat een 1 op 1 gebruik niet zo veel zin heeft.  De broncode zouden we -as is- open source kunnen maken. Voor het beheren van een open source project en investering in de code om die overdraagbaarder te maken hebben we geen tijd en budget. Wij geloven heel sterk dat je vanuit je kernwaarden een goed concept moet ontwikkelen en dat daaruit alles volgt: design, techniek, campagne et. De kern is dat dat voor iedereen anders is.

Kunnen jullie al iets zeggen over het succes van de site? Hoe zijn de bezoekersaantallen? Is de online zichtbaarheid en vindbaarheid toegenomen? Maken veel mensen gebruik van de remixmogelijkheden die worden aangeboden? Wat gebeurt er uiteindelijk met die remixes? Worden er ook vaak afdrukken besteld? Leidt het geheel tot nieuwe samenwerkingsverbanden? (Aanvullend op informatie op het persbericht van het Rijksmuseum).

In de paper staan nog recentere resultaten.

Heeft de samenwerking met de BankGiro Loterij nog nadelige gevolgen voor non-profit organisaties?
Het concept van Rijksstudio sluit naadloos aan op de missie van de BankGiro Loterij. De BankGiro Loterij ondersteunt juist non-profit organisaties op het gebied van kunst en cultuur. De financiering is geheel afkomstig uit de zogenaamde dertiende trekking, waarvoor alle erfgoedinstellingen projecten kunnen voorstellen. Wij hebben een goed plan ingediend en de BankGiro Loterij heeft ons voorstel gehonoreerd. De samenwerking ging prima, het project is in de geest ook hetzelfde gebleven als oorspronkelijk, in de uitvoering hebben we de volledige vrijheid gehad om het (onderbouwd) naar onze eigen ideeën verder in te vullen.

Zijn er dingen mis gegaan in de aanloop naar het project? Zijn er nog zaken waar jullie nog steeds ontevreden over zijn? En liggen er nog grote plannen voor de komende jaren?
Qua resultaten is het aantal bestelde producten tegengevallen. Het blijkt dat voor veel mensen het toch hoogdrempelig is om zelf een mooi detail te kiezen en dat te bestellen. Voor komende jaren staat de verdere uitrol van de E-strategy voorop, het dichterbij brengen van de collectie. Daarvoor gaan we steeds op zoek naar de meest effectieve kanalen. Op korte termijn wordt Rijksstudio geïntegreerd met onze nieuwe multimediatours en educatieve workshops. En wordt het Rijksstudio concept online verder ontwikkeld in de richting van nog persoonlijker, socialer en het nog beter ontsluiten van alle mooie dingen die het publiek maakt.

Zijn er nog andere vermeldenswaardige zaken, vanuit het perspectief van Rijksstudio en van moderne collectieontsluiting, gebruikersparticipatie en een open benadering van digitaal erfgoed?

Wij denken dat een goed concept en een goede uitvoering, denken van uit relevante trends en vanuit de moderne digitale burger en hoe hij het Internet en zijn “devices” gebruikt, de meeste kans op succes biedt. Er wordt vaak veel nadruk gelegd op zaken die of randvoorwaardelijk zijn of te veel vanuit de politiek of organisatie of vanuit technologie gedacht zijn. Open data, open design, html5, apps, repsonsive web, inzoomtechnologie etc. zijn allemaal belangrijke elementen, maar an sich bieden ze geen toegevoegde waarde voor gebruikers. Het gaat uiteindelijk om producten en services aan te bieden die werkelijk iets toevoegen en (met plezier) gebruikt worden.

@