vrijdag 5 februari 2016

Dubai bouwt een enorm boek


Hoe is het eigenlijk gesteld met het bibliotheekwerk in Dubai? Die vraag was dus werkelijk nog nooit bij me opgekomen. En ook nu voel ik niet de behoefte om het echt uit te zoeken. Ik vind het voldoende om vast te stellen dat er meerdere bibliotheken zijn die de meer dan twee miljoen inwoners van de stad bedienen, zoals deze openbare bibliotheek.

Maar nu is mijn interesse toch even gewekt. Onlangs werden er plannen gepresenteerd voor een enorme bibliotheek die volgend jaar geopend wordt: de Mohammed bin Rashid Library in Al Jaddaf. Het gebouw, in de vorm van een opengeslagen boek, ziet er behoorlijk spectaculair uit. Deze bibliotheek krijgt zeven verdiepingen en een oppervlakte van 66.000 vierkante meter. De collectie omvat onder meer 1,5 miljoen banden, 2 miljoen e-books en 1 miljoen audioboeken. De bouw van de bibliotheek gaat zo'n 243 miljoen Euro kosten. Voorwaar geen kattenpies.

Meer informatie bij Gulf News en The National.

Gerelateerd:
Dubai, de snelst groeiende stad ter wereld (2006)
De crisis en het boek (2008)

@

Gierende hormonen in Café Colours

Als je als kroegeigenaar een volle bar wilt, moet je twee vrouwenfietsen voor je zaak zetten. Dan stroomt het zo vol met mannen.
Toen ik dat vorige week een gast aan de bar hoorde zeggen moest ik erg lachen. De opmerking was uiteraard over de top, maar ik begreep meteen wat hij bedoelde. Er zijn ontelbaar veel cafés waar het uiterlijk of het karakter van de medewerkers nauwelijks invloed heeft op de omzet, maar iedereen weet dat het aannemen van mooie of leuke mensen wel kan bijdragen aan het succes van een horecagelegenheid. Ik heb mensen, zeker mannen, maar al te vaak nog eens een extra rondje bier zien bestellen, omdat ze zichtbaar genoten van hun uitzicht.

Bij mij en mijn maatjes uit de pubertijd was dat uitzicht ook een factor, herinner ik me. Voor onze 15e verjaardag waren we ’s avonds voornamelijk te vinden in Middelburgse jeugdsozen als Double D (in Dauwendaele), Hofplein (Centrum) en Trefpunt (Nassaulaan) en overdag in cafetaria’s, zoals Martin’s Automatiek op de Markt, maar vanaf 1986 pakten we het serieuzer aan. Toen kwamen zaken als Meccano, La Folie en Cavern in beeld. We waren er weliswaar nog net iets te jong voor, maar meestal kwamen we wel binnen. Het deurbeleid was toen minder streng dan nu.

Onze eerste ‘echte’ kroegbezoekjes vonden plaats in een Middelburgse café dat niet zo lang bestaan heeft: café Colours aan Vlasmarkt 39. Die zaak, van Harmen van Loon en Angelique Riemens, was een opvolger van de wat beruchtere zaak (In) de Verkeerde Wereld en een voorloper van Café Dangeroe van Ben Vriesman. Tegenwoordig is Café Bardot gevestigd in het pand. Je kunt er lang en kort over praten, maar uiteindelijk komt het er toch op neer dat Colours niet zo lang heeft bestaan omdat het geen groot succes was. Voor broekjes als wij, ‘die net kwamen kijken’, was het echter de perfecte tent. We kregen veel aandacht en ruimte van Harmen en Angelique. Dat was precies wat we nodig hadden. In die kroeg leerden we onder meer hoe je poolbiljart speelt en hoe je óók drankjes kunt bestellen als je met een groep op stap bent. We bestelden in het begin al die bessenjenevertjes, Pisang Ambons en andere zoete rommel een voor een, totdat Angelique er ons fijntjes op wees dat we ook een potje konden maken. Daar waren we zelf nog niet opgekomen.

Natuurlijk werden we ook door dat soort aardigheidjes vaste klantjes van de zaak, maar de belangrijkste reden was de aanwezigheid van Angelique op zich. Stiekem waren we allemaal – we waren met een man of tien – een beetje verliefd op haar. Door het leeftijdsverschil hoefden we ons natuurlijk geen illusies te maken, maar daar maalden we niet om. Dat heb je nu eenmaal, als de hormonen door je lijf gieren. We konden onze ogen niet van haar afhouden.
Dat was in de gelegenheden, die in de jaren daarop zouden volgen niet anders. Overal hadden we wel een favoriet. Nu, 30 jaar later is dat eigenlijk nog steeds zo. We kunnen prima zonder, maar als er een aardige barvrouw aan het werk is, bestellen we er vaak toch nog eentje extra. ‘Boys will be boys’.

@

Deze bijdrage verscheen eerder in de rubriek Kroegpraat van De Bode
Foto Angelique Riemens in café Dangeroe: collectie Ben Vriesman

zaterdag 30 januari 2016

De micromomenten van de internetgebruikers van nu


Als je geïnteresseerd bent in het zoek- en navigeergedrag van de meerderheid van de internetgebruikers doe je er goed aan om eens rustig het rapport Micro-Moments: Your Guide to Winning the Shift to Mobile, van (Think with) Google te lezen. Sander Duivestein ging vorige maand in op dat rapport, op Marketingfacts.

Het is interessante materie. We wisten natuurlijk al minstens 8 jaar dat de mobiele ervaring het verschil zou gaan maken. Dat de 'late meerderheid' internet nog moest gaan omhelzen wisten we ook. Maar nu het zover is, is alles toch weer een beetje anders dan we toen dachten dat het zou zijn. Steeds vaker draait het inderdaad om die micromomenten, vele malen per dag. Mensen leven in apps en checken die heel vaak, maar wel razendsnel. En kort. Als je op die momenten niet goed in beeld komt dan kom je misschien helemaal niet meer in beeld.

En als mensen nog de moeite nemen om een zoekmachine te gebruiken (50 miljard mobiele zoekacties per maand klinkt als heel veel maar dat is er dus minder dan eentje per dag per toestel) waar komen ze dan terecht? Willen ze dan echt nog veel scrollen? Lappen tekst? Drie knoppen waarop eerst geklikt moet worden? Nee dus.

Lees het rapport en zoek vervolgens je eigen organisatie eens op via Google, op je mobiel. In combinatie met een ander trefwoord dan wel. Hoe ervaar je het resultaat? Een paar jaar terug draaide het allemaal om dat toverwoord responsive. Daar hebben veel bedrijven en organisaties inmiddels iets mee gedaan. Er is veel verbeterd in korte tijd. Maar ervaren mensen die de websites bezoeken met een mobieltje het eigenlijk ook zo? Probeer het zelf maar eens uit en je weet waar de schoen wringt. En als je dan toch bezig bent: hoe zien jullie nieuwsbrieven er eigenlijk uit in een mobiele inbox? De meeste die ik ontvang kunnen linea recta naar de prullenbak, dat weet ik wel.

Werk aan de winkel?

@

maandag 25 januari 2016

Volkshotel Amsterdam: een aanrader


Het Amsterdam waar ik de meeste herinneringen aan heb is het Amsterdam van 1992, het jaar waarin ik er zelf een paar maanden bivakkeerde. Zo gek vaak komen we nu niet meer in die stad, maar als we er dan weer eens zijn vind ik het ook altijd leuk om de situatie van nu te vergelijken met toen. Is het gebied rondom de Wallen echt zo veranderd? Zit die leuke platenzaak nog steeds waar 'ie zat?

Vorige week waren we er weer, zomaar voor twee dagen, om de toerist uit te hangen. Een beetje door een zeiknatte stad kuieren, met een rondvaartboot het Amsterdam Light Festival bezichtigen en een bezoekje aan Foam. Dat soort dingen. Uiteindelijk constateer je dan dat inderdaad er veel is veranderd, maar ook weer niet. Daar kun je eigenlijk niks mee verder. Maar ik voel me er in ieder geval nog net zo op m'n gemak als toen. Het is gewoon een fijne stad, wat mij betreft.

Nu zag ik natuurlijk ook wel waarom zo veel mensen mopperen over al die 'hipstershit' in Amsterdam. Dat gebeuren is inderdaad nogal doorgeslagen. Maar toch: als provinciaaltje dat ook eens in de grote stad komt koekeloeren schaam ik mezelf er niet voor om te zeggen dat ik van veel van die hippe dingen kan genieten. Neem het hotel waar wij de nacht doorbrachten: dat vond ik misschien wel het leukste hotel ooit. Neem me niet kwalijk als dat meer zegt over mij dan over het hotel: zo ervoer ik het gewoon.

Natuurlijk is in het Volkshotel alles bedacht, maar wat maakt dat eigenlijk uit? Is dat niet overal zo? Het mooie is dat bijna alles daar klopt. De sfeer is superrelaxed, het personeel is attent en vriendelijk en ook als je heel gewoon bent wordt je er niet vreemd aangekeken. Als je op verschillende tijdstippen in de lounge gaat zitten zie je meteen hoe snel de boel er kan omslaan. Overdag zitten er veel studenten en jonge ondernemers te werken of te ouwehoeren, aan het eind van de dag verandert het geheel geleidelijk in een gezellig en drukbezocht café. En de pop-ups worden niet aangekondigd, maar zijn er aldoor. Opeens is er een kapster in de weer naast je, of zie je een kledingwinkeltje verrijzen in een ruimte die in de middaguren nog fungeerde als vergaderzaal.

Maar het leukste zijn al die kleine geintjes die je overal tegenkomt. We bléven glimlachen. Dat begint al bij de ingang, waar je een Amsterdammertje ziet staan waar de kop van af is gehakt, zodat het opeens een mooie rookpaal is. En dan zo'n simpel stickertje op de deur. Daar krijg ik dus meteen zin in een biertje van. Aan al die gein lijkt geen einde te komen, maar het slaat ook nergens door. Het is niet alleen bedacht: het is ook goed bedacht. Het is in balans. En mooi vormgegeven.

Dat we er zo vrolijk van werden betekent niet dat alles perfect is in het hotel. De slaapkamers zijn grappig, maar niet heel luxe. Er klemde ergens een deur. De televisie werkte pas na een uur modderen omdat de afstandbediening stuk was. Maar daar konden we echt niet mee zitten. Dan ga je toch gewoon lekker eten in Canvas op de 7e? Dat was een restaurant toen wij er waren, maar het kan ook een club zijn. Het is maar net wanneer je er bent.

Het volkshotel is gevestigd aan de Wibautstraat. Ooit verkozen tot de lelijkste straat van Amsterdam. Maar dat is eigenlijk wel lekker. Onze auto stond er twee dagen lang geparkeerd voor 17 euro. De metro ligt praktisch voor de deur. Je loopt in een half uurtje naar het Rembrandtplein. En nu ik achteraf lees waar het hotel uit voort is gekomen snap ik het nog wat beter allemaal. Toen ik er vlakbij logeerde, in de Casa 400,  zat de Volkskrant nog in het gebouw. Vanaf 2006 werd het een broedplaats. En of dat nu hip is of niet: het is ook gewoon mooi. En grappig. En charmant. Een aanrader, kortom.

Meer foto's op Flickr.

@

donderdag 7 januari 2016

Vet: remixen maken van de digitale collecties van NYPL


Vier jaar geleden schreef ik in de bijdrage Klantvriendelijkheid: gebruikers faciliteren, niet belemmeren over het digitale moois van New York Public Library. Al dat moois wordt doorontwikkeld door het eigen lab.

Dat zo'n lab bestaat zegt genoeg. NYPL heeft een digitaal beleid dat respect afdwingt. Het begint bij een mooie website, maar kijk nu toch ook eens hoe men daar omgaat met de digitale collecties. Die kun je zonder beperkingen downloaden en hergebruiken.

Maar je kunt de collectie ook visualiseren. En je mag remixen! Daarom kunnen er ook prachtige dingen mee gemaakt worden, zoals deze prachtige kaart met historische afbeeldingen van New York.

En zoek je op trefwoorden als 'Zeeland', 'Netherlands' of 'Dutch', dan vind je gewoon hele mooie dingen hoor. Dit is een parel, een lichtend voorbeeld.

Gerelateerd:
Rijksstudio: een website om van te smullen…en van te leren
Gelezen: Remix, of: copyright als achterhaald concept
De open belofte van de Digital Public Library of America

@

Afbeelding:
Lionel Pincus and Princess Firyal Map Division, The New York Public Library. "A chart of the Sea-Coast of ZEALAND from Walcheren to the Macs" The New York Public Library Digital Collections. 1702 - 1707.


zaterdag 2 januari 2016

So long Lemmy


Werkelijk alle media schreven afgelopen week over de dood van Lemmy. Dat is misschien niet zo heel verrassend, bij iemand met zo'n staat van dienst, maar toen ik het las op Twitter was ik toch benieuwd hoe breed het zou worden opgepakt. Zo toegankelijk was de vuige sound van Motörhead nu ook weer niet. Maar ook de NOS bracht het. Check. Dan weet je genoeg.

In de kroeg kwam zijn overlijden uiteraard ook ter sprake. Het was precies zoals Klaas Knooihuizen het omschrijft bij HP/De Tijd. Het respect voor deze man zit 'm bij veel mensen niet zozeer in de muziek die hij maakte; de grote buiging gaat uit naar de manier waarop hij zijn eigen leven overleefde. Zo keken en kijken we met z'n allen ook naar Herman Brood, Keith Richards en talloze andere figuren die in de hoogste versnelling leven. Veel van die lieden vliegen vroegtijdig uit de bocht, maar als ze dan ouder worden dan vijftig, kunnen ze rekenen op applaus ook.

Natuurlijk werden er ook even een paar songs van Motörhead gedraaid. Overkill, Ace of Spades en Killed by Death. "Proost, Lemmy!". We riepen het -inderdaad- met een grijns. Maar een paar dagen later zit ik thuis geen Motörhead te draaien. Ik vond het altijd geinig, maar noemde mezelf nooit een fan. In de CD-kast staat alleen een verzamelaar, waar ik maar zelden naar pak. Ook nu niet. En toch zit ik er helemaal in. Ik luister na jaren weer eens naar Hawkwind, die andere band waar Lemmy begin jaren 70 deel van uitmaakte. Heerlijk vind ik die sound. In de jaren 90 was ik een groot fan van de muziek van Monster Magnet, een band die zwaar beïnvloed is door Hawkwind. Als je de plaat Space Ritual opzet hoor je dat meteen. Doe eerst maar eens die, en vervolgens Dopes to Infinity. Far out!

Ik ga vanavond die documentaire maar eens kijken, en groet Lemmy nogmaals.

I should be tired,
And all I am is wired,
Ain't felt this good for an hour,
Motorhead, remember me now, Motorhead alright

Versies: Hawkwind & Motörhead.

@