zondag 1 februari 2015

Be My Eyes: omdat helpen een kleine moeite is


Er is een tijd geweest dat ik hier bijna wekelijks nieuwe apps voor iOS besprak. De ene was nog mooier of handiger dan de andere. Dat ik dat nu nog maar zelden doe staat los van het feit dat ik minder blog dan voorheen. De oorzaak moet je zoeken in verzadiging. Ik download alleen apps waarvan ik denk dat ik ze ook echt ga gebruiken, of waar ik echt nieuwsgierig naar ben. Vannacht probeerde ik ProCam 2 uit, na een tip op iCulture. Dat was de tweede van dit jaar. Best een verschil met 2010. In dat jaar downloadde ik nog 160 verschillende apps.

Maar wat was dan de eerste app van 2015? Dat is er eentje waarvan ik nu al het gevoel heb dat het de app van het jaar is: Be My Eyes, een app waarmee je -letterlijk- meekijkt met blinden en slechtzienden, om hen een beetje op weg te helpen. De app op zich is helemaal niet bijzonder. Je zou 'm zelfs eenvoudig en sober kunnen noemen. Maar dat is ook niet waar het om gaat. Alles draait om dat geniale concept. Dat is er eentje in de categorie "dat daar nog niemand eerder op is gekomen". Maar nu is Be My Eyes daar en krijgt het meteen de aandacht die het verdient. Zelfs van de NOS.

Op dit moment hebben meer dan 109.000 zienden ruim 9300 blinden geholpen. Al meer dan 25.000 keer. In de drie weken dat ik de app gebruik ben ik nog maar twee keer benaderd, maar jeetje mensen, wat een goed gevoel kreeg ik daar van. De eerste keer kreeg ik verbinding met iemand in Azië (denk ik) die me vroeg een visitekaartje voor te lezen. Het ging hem om het mailadres van die persoon. Het gesprek was kort en zakelijk, maar de man bedankte me zeer vriendelijk.

Gisteren kwam er opnieuw een verzoek binnen. Deze keer betrof het een jongen uit het Oosten van Nederland (dat hoorde ik aan zijn accent), die een wasje wilde gaan draaien. Dat gesprek verliep heel anders. Hij legde uit dat hij niet meer wist welke van de drie flessen wasmiddel de juiste was voor zijn beddengoed ("beddengoed is wit, toch?") dus hij vroeg me hem de juiste te wijzen. We vonden de juiste fles, waarna hij me vroeg ook nog even mee te kijken met het starten van de wasmachine. Ik zag hoe hij wat wasmiddel morste en hoorde hoe hij dat eerst even op ging ruimen. Vervolgens leidde ik hem naar de 60 graden-stand. Toen de machine weigerde te starten ontdekten we samen dat de deur van de machine nog open stond. Maar het het sluiten daarvan was het doel dan toch bereikt. Laat maar lekker draaien!

Achteraf babbelden we nog even wat. De jongen wilde weten of ik een speciale band heb met slechtzienden. Hij vond het prachtig om te horen dat dat niet het geval is. Hij vertelde dat de app voor hem ook sociaal gezien een uitkomst was. Daar bedoelde hij iets anders mee dan ik had verwacht. Hij legde uit dat hij zichzelf prima kan redden, maar af en toe wel hulp krijgt van een vriendin (die gisteren pas 's avonds zou komen). Het nadeel van hulp van vrienden, vond hij, is dat je dan ook altijd een praatje moet maken in de geest van 'hoe is het ermee?' en 'wil je misschien iets drinken?' Met de app kan hij tenminste meteen recht op zijn doel afgaan, namelijk de vraag: "kun je misschien even helpen met...?"

Mooi toch? Deze app is wat mij betreft in ieder geval een blijvertje. Je kunt zelf bepalen wanneer je wel of niet helpt, maar gezien de frequentie van de verzoeken is dat nog helemaal geen issue. Daar komt bij dat deze manier van helpen je écht geen moeite kost. Ik lag nota bene te luieren op de bank, toen hij zijn wasje deed. Daar schiet het niet meteen van in je rug, zal ik maar zeggen.

Kortom: een aanrader. En voor de mensen met Android als OS: die versie laat vast niet lang meer op zich wachten. Even geduld nog.

@

Foto: Be My Eyes op Facebook

donderdag 29 januari 2015

Hoe de CIA Google creëerde


Er is niets mis met het feit dat je demonstratief Facebook verlaat vanwege privacykwesties. Als je dan maar wel beseft dat de voorwaarden van nu nauwelijks anders zijn dan die van een paar jaar geleden. En ben je van plan om de ene chat- of fotodienst te verruilen voor de andere? Neem dan eerst eens rustig de tijd om uit te zoeken wie de eigenaar is van het alternatief. Er is best kans dat je er -privacytechnisch gesproken- geen ene moer mee opschiet. Lees de handreiking How to leak to the Intercept (die site van Greenwald c.s.) en je voelt weer even hoe lastig het is om écht anoniem te handelen op het web.

Waarom ik daar nu weer over begin? Omdat ik de tijd heb genomen om twee zeer uitgebreide artikelen van onderzoeksjournalist Nafeez Ahmed te lezen:
  1. How the CIA made Google
  2. Why Google made the NSA
Die twee artikelen zijn, wat mij betreft, nogal explosief, al teken ik daar meteen bij aan dat ik niet verwacht dat ze veel impact zullen hebben. De teksten bevatten dusdanig veel duiding en dwarsverbanden dat je al snel naar lucht moet happen. Zeker als je ook de moeite neemt om hier en daar links te volgen, en verder te lezen over de belangen van inlichtingendiensten, multinationals en overheden met betrekking tot de informatiesamenleving en de oorlogen die op dat gebied worden uitgevochten.

Het gaat altijd om het volgen van geld en om het vaststellen wie in welke raden, commissies en besturen zitten. They Rule, weet je nog? Maar juist dat is het probleem. Het is zeer complex allemaal. Als je daar onderzoeksjournalistiek op los wilt laten, dan moet je daar wel bronnen voor hebben. Ahmed had/heeft die bronnen. Gelukkig maar.

Over Ahmed gesproken: de rest van zijn werk ken ik (nog) niet zo goed, maar zijn CV is indrukwekkend. Je kunt deze journalist in ieder geval niet over één kam scheren met complotfiguren als Alex Jones. Daar laat ik het bij. Dit is van die kennis waar je wel of niet voor openstaat. Van die informatie waar je aandachtsspanne van in zijn voegen kraakt. Maar als dit je interesse heeft is het misschien goed om deze twee artikelen op te slaan en zo nu en dan te herlezen en te checken. Daar knap je inderdaad niet van op, maar je gaat er veel door begrijpen. Je maakt je dan gek genoeg niet meer zo druk om de gebruiksvoorwaarden van een sociaal netwerk. 

Gerelateerd:
No shit, Sherlock: de NSA bespioneert ook burgers
Google, the CIA en Alex Jones
De doffe glans van de familiejuwelen van de CIA
Het nieuwe web van CIA, FBI en DARPA

@

vrijdag 23 januari 2015

Boven waeter 'oalverwege


Heus, over logo's en merken van organisaties maak ik me hooguit druk als ik er zelf direct bij betrokken ben, maar ik kan me wel oprecht ergeren aan de arrogantie van de macht. Aan de ivoren torens van de politiek. Aan het gebrek aan transparantie dat je vaak ziet bij overheden. Vooral daarom sympathiseerde ik op 10 januari met de Facebookpagina Wij willen de Zeeuwse Leeuw terug in het provincielogo. Die pagina vond ik uiteraard ook leuk omdat ik nu eenmaal dol ben op de rijkdom en kracht van (online) netwerken.

Ik ging die zaterdag ook even in de Tijdschriftenbank Zeeland op zoek naar oude artikelen over de leeuw in relatie tot Zeeland en plaatste het bovenstaande versje van Poldermans in een reactie. De initiatiefneemster van de pagina, Petra de Boevere, stuurde me niet lang daarna een berichtje met de mededeling dat ze zo vrij was geweest om mij medebeheerder van het gebeuren te maken. Dat leek haar wel wat voor mij. Ik vond het prima. Ik had toen natuurlijk nog geen flauw idee hoeveel reacties en likes er in de dagen daarna zouden volgen. Ik viel die week van de ene verbazing in de andere. Zoveel commotie had ik nooit verwacht. De discussies gingen uiteraard vooral over leeuw en logo, maar ik had aldoor het gevoel dat het bij veel mensen om heel andere sentimenten ging, vergelijkbaar met mijn persoonlijke ergernisjes, die ik hierboven beschreef. Hoe het verder allemaal verliep kun je teruglezen in de bijdrage van het Meisje van de Slijterij: The Power of the Crowd en de Zeeuwse Leeuw.

Het is precies zoals Petra schrijft: we hoefden er verder niet veel aan te doen. Dit regelde zichzelf min of meer. We modereerden niet of nauwelijks; we hielden het vooral een beetje in de smiezen. Zelf publiceerde ik maar drie berichtjes op de pagina. Die hadden betrekking op artikelen uit de Krantenbank Zeeland, over vergelijkbare kwesties in het verleden. Een beetje context kan immers nooit kwaad. Die dinsdag werd ik nog gebeld door Hart van Nederland, die er aanvankelijk niet voor voelden om naar Sluis te rijden. Maar de redactie zag in mij gelukkig niet de juiste persoon om het woord te voeren. De dame die ik aan de lijn had vond dat ik een sterke mening had, maar ze zocht toch meer een aanvoerder, met meer emotie bij die verdwijnende leeuw. Dat was ik dus niet.

Terugkijkend: het was een gekke, maar ook een interessante week, met een verrassende uitkomst (al zou het mij ook niet verbazen als er nog nieuwe wendingen komen in het verhaal).

Gerelateerd:
Petra schrijft een brief
Verstopt in Zeeland: Grote Bruine Enveloppen
Op bezoek bij het Meisje van de Slijterij

@

donderdag 22 januari 2015

Te gast bij de bibliotheek van de Hogeschool Utrecht


Vorige week was ik, in het kader van het professionaliseringstraject 'Van bibliothecaris naar Embedded Librarian' -op afstand- te gast bij collega's van de bibliotheek van de Hogeschool Utrecht (HUB). Het was de bedoeling dat ik in drie kwartier iets vertelde over mijn werk en ervaringen en zou ingaan op vragen die de 24 deelnemers me vooraf hadden voorgelegd. Aanvankelijk twijfelde ik nog een beetje over de vraag of ik wel genoeg te melden zou hebben over dit thema (zie bijvoorbeeld deze PDF voor een uitleg) maar toen ik er wat meer over las realiseerde ik me dat ik niet per se veel hoefde te weten van de omstandigheden waar hogeschoolbibliotheken mee te maken hebben, om een zinvolle bijdrage te kunnen leveren.

Dat werd bevestigd toen ik de lijst met 35 (!) vragen onder ogen kreeg. Een aantal vragen waren weliswaar inderdaad 'te intern' om door mij beantwoord te kunnen worden, maar met het gros ervan kon ik toch aardig uit de voeten, omdat ik er ooit zelf mee te maken had of nog steeds heb, of omdat ik er ooit artikelen over schreef. Achteraf stelde ik vast dat ik waarschijnlijk nog wel een uurtje had door kunnen praten Misschien schoot ik iets te veel kanten op die ochtend, maar toen ik de HUB de sessie later zag samenvatten in een tweet met de sleutelbegrippen moederschip, contextualiseren, kennis delen en 'make it personal', was ik weer wat gerustgesteld. Dat zijn inderdaad de dingen die zelf ook als kern beschouw, eventueel nog aangevuld met het slim benutten van vrij beschikbare (technische) hulpmiddelen en software/apps.

En toch denk ik na sessies als deze altijd even aan dat oude ideaal, waarbij er in Nederland een bibliotheek zou worden ingericht als proeftuin, waar een groep bibliothecarissen zonder enige belemmering zou kunnen experimenteren met alles wat speelt en de moeite van het toepassen waard is, om op die manier tegelijkertijd te kunnen fungeren als nationale voorbeeldbibliotheek. Dat idee bespraken we ooit ook uitgebreid in de voorbereidingen voor de Library School van Rob Bruijnzeels. Als alle gezamenlijke bibliotheken (of het ministerie) zo'n proeftuin zouden financieren, dan zou je de bijscholing op dat gebied meteen veel concreter en aantrekkelijker maken. Iedereen zou er dan bijvoorbeeld een maandje stage kunnen lopen, om te ervaren hoe het is als er ook écht een beroep wordt gedaan op jouw persoonlijke interesses en competenties, en dat je daarbij dan ook alle tijd en ruimte zou hebben om er een invulling aan te geven.

@

Foto: HUB

dinsdag 20 januari 2015

Dragon Age Inquistion: de weg naar een epische anti-climax


Over videogames schreef ik ooit eens dat frustratie de motivatie is. Achter die uitspraak sta ik nog steeds, maar een enkele keer is er ook sprake van frustratie die demotiveert, of beter nog: die je doet afknappen.

Gisteren knapte ik af op Dragon Age Inquisition, een game waar ik in december aanvankelijk als een blok voor viel. Epische shit, dames en heren, daar ben ik nu eenmaal dol op. Als ik zelf deels de verhaallijn kan bepalen, en avond na avond in nieuwe, uitgestrekte werelden beland: dan zul je mij niet zo snel meer horen. Dat vind ik mooier dan een goed boek, een spannende serie of een sterke film. Daar word ik pas écht door opgezogen.

Dragon Age had het allemaal in zich. Ik zocht en vocht, luisterde en leerde en groeide zo langzaam toe naar de rol van alliantieleider die heel de wereld kan redden van de apocalyps. Gisteren, na een goed diner met Vlissingse heren, vond ik dat moment rijp was om de strijd aan te gaan met de eindbaas, het aloude kwade genius zelf. Tot de tanden bewapend betrad ik met drie medestrijders de laatste arena, de broedplaats van alle hel en verdoemenis. Aan zelfvertrouwen geen gebrek.

Het vertrouwen bleek terecht. We waren superieur. De vader aller demonen had geen schijn van kans. Dat dachten we althans. De grote climax van de doodsteek bleef namelijk uit. De gezondheidsmeter van die ploert stokte op het allerlaatste moment en weigerde naar nul te gaan, wat ik ook probeerde. Uiteindelijk laadde ik de eindscene nog een paar keer, maar tevergeefs. Ik bleek op een bug te zijn gestuit. Nu was dat zeker niet de eerste in deze game, maar er is een groot verschil tussen een programmeerfout die verder niet van invloed is op het spel en eentje die voorkomt dat je 'het boek' met een bevredigd gevoel kunt dichtslaan.

Alle motivatie was opeens weg. Ik gaf het gewoon op. Die honderd uur die ik investeerde waren prachtig, maar ik zal DAI vooral herinneren als het spel dat ik nooit kon en wilde afmaken. Jammer, maar soms heb ik wel degelijk iets beters te doen.

Gerelateerd:
Kerst 2012 was groots en meeslepend
Een nieuwe Zelda, een nieuwe legende
Dat boek is nog zieker dan de game!

@

zaterdag 17 januari 2015

Dát is contextualisering: bibliotheek Washington DC creëert een archief voor punkrock


Soms lees je iets dat je meteen tot mijmeren aanzet. Je dagdroomt dan dat je de lamgelegde organisatie helemaal niet verliet in het verleden, maar er nog steeds werkt, onder de hoede van een leidinggevende met veel visie en lef. Je stelt je dan glimlachend voor dat die leidinggevende niet alleen maar ouwehoert over contextualisering van informatie en het zoeken naar verbindingen met de gemeenschap, maar er ook daadwerkelijk beleid van maakt, door er een groep medewerkers geheel voor vrij te spelen.

Die medewerkers kunnen dan bijvoorbeeld de complete muziekgeschiedenis van een provincie of stad in kaart brengen, archiveren en ontsluiten. En daar een bloeiende community omheen bouwen, zowel online als offline.

Lees het artikel Washington D.C. Public Library Creates Punk Rock Archive en je begrijpt waarover ik nu weer zit te pruttelen. Ik vind dat zo mooi man. En inspirerend. Zo'n grote bibliotheek die dan gewoon een subpagina Punk heeft. Dan komt de BBC dus ook even filmen.

Je hebt niks met punk, zeg je? Dan doe je toch gewoon hetzelfde, maar dan rondom een ander thema? Wat dacht je van lokale horeca, bijvoorbeeld?

Gerelateerd:
Fucked Up in the Library
Prachtig: hoe de bibliotheek van Denver lokale verhalen faciliteert
Casebeschrijving Middelburg Dronk

@

Attendering: Bart Hollevoet op Facebook