vrijdag 17 oktober 2014

Gezocht: historische foto’s en verhalen van en over Walcheren


Met Middelburgdronk.nl en de zustersites hopen we een steentje bij te kunnen dragen aan het beter zichtbaar en vindbaar maken van (gedigitaliseerd) cultuur erfgoed uit de regio. Natuurlijk bestaan er al veel websites waar dat erfgoed is verzameld maar juist dat grote, versnipperde aanbod zorgt voor een informatieprobleem. Als je alles wilt weten over de geschiedenis van een persoon, een pand, een winkel of een horecagelegenheid kun je weken zoet zijn met het spitten in bronnen als de Beeld- en Krantenbank Zeeland, Het Geheugen van Nederland, of de Beeldbank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Wij putten voor onze websites uit minstens dertig verschillende bronnen.*

Nu denken veel mensen dat je de inhoud van al die websites eenvoudig kunt vinden en doorzoeken met behulp van zoekmachines, maar dat is lang niet altijd het geval. Google kan bijvoorbeeld niet bij de miljoenen gedigitaliseerde pagina’s die in krantenbanken zijn opgeslagen. Die moet je ter plekke doorzoeken, en dat niet alleen; je moet ook rekening houden met oude spellingsvarianten en de goede combinaties van zoektermen. Hetzelfde geldt voor veel online fotocollecties. De inhoud van sites als Gahetna.nl kun je doorzoeken met Google, maar als je zoekt op een Zeeuwse straatnaam leidt de zoekmachine je maar zelden naar de Beeldbank Zeeland. Google heeft beperkt toegang tot de database en kan dus ook geen informatie herleiden uit de beschrijvingen bij de afbeeldingen.

Ook aan onze sites valt nog veel te verbeteren, maar ze hebben als voordeel dat zoekmachines er wél raad mee weten. Het is niet voor niets dat we hebben gekozen voor het platform dat ook wordt gebruikt door Wikipedia, een website die vaak opduikt in zoekresultaten. Die keuze heeft z’n vruchten afgeworpen. Zo zijn alleen al de ruim 22.000 pagina’s van Middelburgdronk.nl bijna 7,5 miljoen keer bekeken. Statistieken mogen dan leugens zijn, maar wij vinden het zelf best indrukwekkend. En bemoedigend.

We zijn dankbaar dat we uit al die bronnen – en daarmee uit het goede werk van anderen – kunnen putten, maar dat doet niets af aan het feit dat er nog veel informatie ontbreekt. Mensen sturen ons regelmatig foto’s en verhalen toe, maar wat ons betreft zou dat vaker mogen gebeuren. Daarom een oproep: heb jij historische foto’s van Vlissingen, Middelburg of de gemeente Veere, en wil je die graag delen op internet? Stuur ze dan naar ons op! Als je ze niet digitaal hebt kunnen wij ze ook scannen. Verhalen zijn ook welkom. Natuurlijk het liefst over de horeca, maar er zijn zoveel dwarsverbanden dat dat niet eens noodzakelijk is. We kunnen er bijna altijd wel iets mee. Aardig om te vermelden in dit kader is dat je ons op zaterdag 1 november kunt ontmoeten in het café van het Zeeuws Archief in Middelburg, tijdens de open dag van die instelling. Kom gerust langs met die oude schoenendoos vol foto’s, we maken maar wat graag kennis met je!

*Een overzicht van de belangrijkste bronnen die wij gebruiken is te vinden op de pagina 'Bronnen Middelburg Dronk'.

@

Deze bijdrage verscheen eerder in de rubriek Barcodes van de PZC.
Foto: Beeldbank Zeeuws Archief

maandag 13 oktober 2014

De kilheid van boekloze bibliotheken


Papierloze bibliotheken worden steeds gewoner, met name in de onderwijswereld. Ze zijn een logische vervolgstap in de digitalisering van informatievoorziening. De onlangs geopende Florida Polytechnic Library in de Verenigde Staten is het meest recente voorbeeld. Het is een indrukwekkende bibliotheek, die echter ook een gevoel van onbehagen oproept.

Het gaat te ver om te beweren dat boekloze bibliotheken anno 2014 als paddenstoelen uit de grond schieten, maar inmiddels kan wel worden vastgesteld dat berichten over dergelijke bibliotheken wereldwijd steeds vaker opduiken. Ook InformatieProfessional besteedde dit jaar een paar keer aandacht aan het thema, zoals in het artikel over het papierloze BiblioTech in Bexar County, Texas en – in het vorige nummer – in het interview met Ria Paulides, over de plannen van Hogeschool InHolland om in september 2015 een 100% digitale bibliotheek te realiseren.

Maar zelfs als je digitalisering een warm hart toedraagt is het even slikken als je foto’s ziet van de ruimtes die als vervanger van de traditionele bibliotheken moeten gaan fungeren. Bovenstaande foto van Kathryn Miller, directeur van de bibliotheken van de Florida Polytechnic University (FPU), illustreert dat gevoel van onbehagen goed. De centrale ruimte (the commons) van de onlangs geopende, papierloze Florida Polytechnic Library heeft een kille, klinische uitstraling die nauwelijks past bij de glimlach van de vriendelijke bibliothecaresse. De bibliotheek als zodanig is onherkenbaar geworden.

Desondanks zijn de feiten over de bibliotheek indrukwekkend. Library Journal zette die onlangs op een rij. De bibliotheek is bijna 3400 vierkante meter groot en maakt deel uit van het door de Spaanse architect Santiago Calatrava ontworpen IST-gebouw (Innovation, Science and Technology), dat 60 miljoen dollar kostte. De bibliotheek bevat geen gedrukte boeken meer, maar de studenten hebben de beschikking over 135.000 digitale titels. Als zij toch papieren boeken willen lenen kunnen die worden aangevraagd bij andere universiteiten in Florida, via interbibliothecair leenverkeer. Daarnaast heeft de bibliotheek een jaarlijks budget van 60.000 dollar om uit te geven aan licenties voor e-books die studenten willen raadplegen, maar die niet in de collectie aanwezig zijn. Als een titel twee of meer keer wordt geraadpleegd schaft de bibliotheek het boek alsnog aan.

De bibliotheek biedt de 500 eerstejaars studenten 30 pc’s in de commons en een aantal laptops en tablets elders op de campus. Er zijn ook 12 laptops en 12 tablets beschikbaar voor uitlening. De bibliotheek beschikt over 12 ruimtes met grote presentatieschermen, waar studenten kunnen samenwerken aan projecten. Traditionele printers zijn nog wel aanwezig, maar studenten worden gestimuleerd om het ‘Build Your Own Poly Library-systeem’ te gebruiken, een platform van ProQuest Flow, waarmee je informatie organiseert in de cloud. Voor andere vormen van printen beschikt de bibliotheek over een Lab met 55 MakerBot 3D printers en scanners.

De Florida Polytechnic Library is klaar voor de toekomst. Miller vertelden InformatieProfessional desgevraagd dat ‘enorm veel’ bibliotheken interesse hebben getoond voor het model van haar bibliotheek omdat vrijwel al die bibliotheken nog op zoek zijn naar de juiste balans tussen papieren en digitale collecties. Het concept zal onvermijdelijk navolging krijgen en daar valt weinig tegenin te brengen. Maar juist daarom denken we met enige weemoed terug aan de fraaie leeszalen van weleer, vol boekenkasten. Noem ons gerust ouderwets. Daar werden we gewoon warmer van.

@

Dit artikel verscheen eerder in IP 7, 2014
Foto: FPU

zaterdag 4 oktober 2014

De arcades van de jaren 80: gezellig gamen in de horeca


Wat is het toch jammer dat de behendigheidsspelen van weleer uit de cafés en cafetaria’s zijn verdwenen. Natuurlijk, in veel zaken kun je nog altijd darten, poolen, of een potje tafelvoetballen maar als je zin hebt om te flipperen, of een videogame te spelen, kom je meestal bedrogen uit. Tot vorig jaar was er in ieder geval nog één kroeg op Walcheren waar een flipperkast stond. Die is inmiddels ook verdwenen. Misschien staan er hier en daar nog in Vlissingen of de gemeente Veere, maar ik zou niet weten waar.

Het ligt voor de hand om te denken dat het digitale tijdperk de zogenoemde arcadespellen heeft doen verdwijnen (op Wikipedia worden die omschreven als ‘muntslikkende vermaakmachines’) maar er zijn meer oorzaken. Als je begin jaren 90 bij kroegbazen informeerde waarom de flipperkast was weggehaald mompelden ze meestal iets over de kwetsbaarheid en onderhoudsgevoeligheid van de machines. Dat was blijkbaar ook een reden om ermee te stoppen. Je zag vervolgens nog wel een paar jaar het arcadespel Photoplay als alternatief maar ook dat raakte geleidelijk uit beeld. Alleen de fruitautomaten overleefden; die genereerden nu eenmaal veel omzet. Voor sommige horeca-exploitanten waren ze zelfs de redding. Zonder de inkomsten van gokkasten zouden ze zonder meer op de fles zijn gegaan.

De ontwikkelingen doen je met enige weemoed terugdenken aan de jaren 80. In de eerste vijf jaar domineerde de flipperkast. Je speelde overal. Als je te jong was voor het café kon je terecht in de foyer van het Citytheater in de Lange Delft, waar je met een kwartje zonder veel moeite een vrij spel kon scoren. Niemand dwong je daar tot het nuttigen van een consumptie bovendien. Vermaak won het van winstbejag. In de ‘natte horeca’ was dat anders, maar ook daar was men soepel. Ik herinner me nog goed de periode dat we voor het eerst uitgingen in Middelburg. Zaten we eerst een paar uur Ghost ’n Goblins te spelen op drie colaatjes in café De Bloesbak, en sloten we de avond af in dancing La Folie, waar we tot twee uur ’s nachts Wonderboy speelden, met ons zuurverdiende bessenjenevertje. Nu gluurt de jeugd naar het andere geslacht vanachter het kleine scherm van het mobieltje, toen vanachter het grote scherm van de arcadekast.

In de snackbars van toen was het helemaal een feest. Het waren ontmoetingsplekken, en voor veel jongeren de voorlopers van het latere kroegleven. Die functie heeft menig cafetaria nog steeds maar het is anders nu. Toen hing je er de hele dag en stond de arcade centraal in het contact met je vriendjes. Martin’s Automatiek (later Fonsie’s) op de Markt stond er zelfs bekend om. Tegenwoordig verloopt het contact mobiel, via games en Whatsapp. Daar is weinig mis mee, maar het beeld verleidt tot vreemde uitspraken. “In onze tijd stonden we tenminste nog gezellig achter een videogame, met z’n allen.” Iets zegt me dat ik dat gevoel aan mensen van voor 1960 niet goed kan uitleggen.

@

Afbeelding: Super Qix

Deze bijdrage verscheen eerder in de PZC, in de rubriek Barcodes.

dinsdag 30 september 2014

Deel & Ulrum: een paar dagen te gast in Groningen


Weet je nog? In mei 2012 waren we te gast in Terhole, Zeeuws-Vlaanderen, voor het project Krot of Kans. Ruim twee jaar later is de projectleider van toen, Petra de Braal, een vergelijkbaar project rondom krimp gestart in het dorpje Ulrum in Groningen. Het heet Deel & Ulrum.

Petra en Sonja Barentsen nodigden me begin dit jaar ook voor dit project uit. Dat leek me als vervolg erg leuk, maar ik wist ook dat m'n lief er niet meteen enthousiast van zou worden. Zij vond één keer experimenteren wel voldoende. Toen bedacht ik dat Peter de Kock dit misschien wél interessant zou vinden. Dat bleek inderdaad het geval te zijn. We gingen in op de uitnodiging. 'Ergens in het najaar' zouden we gaan.

Inmiddels is het zover. Gisteren zijn we aangekomen in Ulrum. We zijn nog niet heel veel op pad geweest maar we doen desondanks veel indrukken op. We zijn gewend aan het grote pand waar we verblijven, we lezen van alles over het project in de documentatie die hier in het kantoor is te vinden en de laptops zoemen hier net zo vertrouwd als thuis. Prima zo.

Waar #deelnulrum precies over gaat lees je op de projectpagina. Als je het leuk vindt om onze indrukken te volgen kun je terecht op het weblog van het project, en uiteraard op Twitter. Ook op Facebook en Instagram delen we wel wat dingetjes, maar dan in mindere mate. Wat in ieder geval aardig is om te constateren: als Zeeuw herken je best veel, in Groningen. Ik ben benieuwd hoe ver dat gaat.

Hoe dan ook: weest allen welkom.

@

dinsdag 23 september 2014

Verkopen door te delen: of wat het Zeeuws Archief kan leren van het Rijksmuseum


Blij als kinderen waren we, toen we twee jaar geleden begrepen dat het Zeeuws Archief weer zou afstappen van het gebruik van watermerken op afbeeldingen in hun Beeldbank. Ik schreef daarover in Hulde: Zeeuws Archief maakt foto's Beeldbank weer watermerkvrij. Het afgelopen jaar hebben we inderdaad dankbaar, want zonder al te veel drempels, gebruik kunnen maken van de collectie. En je kunt het er mee eens zijn of niet, maar ik denk dat wij met dat gebruik daadwerkelijk een ambassadeursrol vervullen, zowel voor het archief en de bibliotheek als voor andere erfgoedinstellingen. Ook daar schreef ik regelmatig over, onder meer in Casebeschrijving Middelburg Dronk, deel 4: vindbaar cultureel erfgoed en rechten.

Maar sinds een paar maanden is er iets aan de hand: meer en meer afbeeldingen zijn niet meer aanklik- of vergrootbaar, of alleen te bekijken in een lagere resolutie. Daar sprak ik met een paar medewerkers over en mijn argwaan bleek terecht. De verklaring:
De reden hiervoor is dat het Zeeuws Archief het publiek wil laten betalen voor het inzien en downloaden van scans. De kosten van scannen, opslag, beschikbaarstelling via internet en duurzaam bewaren zijn hoog en het ZA wil daarvoor een bijdrage ontvangen van de geïnteresseerde bezoeker.Dit jaar worden de in de afgelopen twaalf jaar gemaakte scans van beeldmateriaal van een unieke bestandsnaam voorzien (gebaseerd op de ISIL-code) zodat deze aan de eisen van duurzame opslag in een eDepot voldoen. Van de beeldcollecties waarvan deze aanpassing is voltooid zijn de scans niet meer in een viewer te bekijken, maar uitsluitend als thumbnail.
Ik heb uiteraard geantwoord dat ik dit beschouw als een flinke stap terugwaarts en dat ik oprecht denk dat het Archief er niet beter van wordt. Ik schreef:
Ik snap dat er wordt gezocht naar dekking van kosten, maar ik denk dat je meer verdient als je eerst in beeld komt bij de mensen. Er zijn zoveel alternatieven. En het publieke domein zou dat ook vooral moeten blijven. Met die kleine foto's kun je misschien iets voor eigen gebruik, maar om te delen is het natuurlijk helemaal niets. Juist die foto's van de Rijksdienst voor het cultureel erfgoed e.a. zijn zo mooi, omdat mensen dan de details zien en enthousiast worden. Dat onderscheidt het nu net van alle meuk die sowieso al overal wordt gedeeld. Ik zou willen dat de beslissers eens rustig gingen zitten voor het pleidooi van Kahle. Wat hij vertelde gisteren is me zo uit het hart gegrepen!  
Het is maar een mening natuurlijk, maar ik merk het ook echt in de praktijk. Een simpel voorbeeld is de wens van mijn stamcafé om de wanden van de zaak aan te kleden met lijsten vol oude foto's. Die foto's kennen ze van Middelburg Dronk op Facebook. Ze vragen mij dan waar de foto's vandaan komen, ik verwijs dan weer door naar de bron. Die paar tientjes voor de originele scans betalen ze dan maar wat graag.

Dat er tegenargumenten zijn voor mijn theorie en ervaringen wil ik best geloven, maar ik wijs uiteraard liever op dingen die het bevestigen. Roosanne Goudbeek (van het Zeeuws Archief) kwam vandaag folders en posters bezorgen voor de Dag van het Zeeuws Archief (waar Middelburg Dronk ook weer bij is) en attendeerde me op een recent rapport van Europeana dat ik had gemist: 'Democratising the Rijksmuseum'(PDF). De ondertitel van dat rapport: 'Why did the Rijksmuseum make available their highest quality material without restrictions, and what are the results?' Dat is nog eens interessant!

Op pagina 10 staat:
At the moment, cultural institutions face difficult decisions. On the one hand, the benefits of publishing collections in an open way are acknowledged more, as it allows material to be easily shared in a variety of different places on the web.This results in a great increase in the visibility of the collection and institution. On the other hand, the process of digitisation is costly, cultural budgets are being cut and institutions have been told to look for other sources of income. For this reason many institutions are hesitant to publish their data with a public domain mark and try to keep some control over their data by applying restrictive rights labels to the objects.
Dit is denk ik precies de reden van de nieuwe afslag die het archief mogelijk gaat nemen. Ik snap die afslag ergens wel, maar ik denk zelf dat het niet de beste keuze is. Hoe interessant is het dan niet om op pagina 11 en 12 te lezen dat het Rijksmuseum juist meer scans van afbeeldingen heeft verkocht sinds de collecties zijn vrijgegeven, terwijl die toch al in hoge resolutie beschikbaar zijn? Het heeft
alles te maken met aandacht in een tijdperk waarin dat zo'n beetje het meest schaarse goed is. Aandacht is alles, als overvloed het aanbod beheerst. Ik hoop in ieder geval dat het management van het Zeeuws Archief het rapport ook zal lezen. Misschien is het tij nog te keren.

Gerelateerd:
Rijksstudio: een website om van te smullen…en van te leren
De open belofte van de Digital Public Library of America
Het Publiek Domein Manifest

@

De foto van de Oostkerk in Middelburg, in 1918, is afkomstig uit de Beeldbank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Die beeldbank is mijn favoriet, als het gaat om ontsluiten in hoge resolutie. De collectie daarvan is overigens ook gewoon beschikbaar via Wikimedia Commons. Het betere publiek domein, wat mij betreft!

vrijdag 19 september 2014

De Zwarte Ruiter was een echt volkscafé


Vorige maand las ik in de krant dat Joop Rijpsma was overleden. Daar schrok ik van. Ik had Joop nog geen jaar eerder leren kennen, toen hij en zijn ex-vrouw Tiny mij uitnodigden om kennis te komen maken. Joop en Tiny waren tussen 1987 en 2000 de eigenaars van café De Zwarte Ruiter in Middelburg. Ze hadden tassen vol foto’s bewaard, die ze graag met ons wilden delen. Het werd een gezellige middag. Het vriendelijke duo herinnerde zich nog veel van hun tijd in dat mooie pand aan de Dam, waar als sinds 1900 horeca is gehuisvest. De Zwarte Ruiter deed qua naam en faam niet veel onder voor voorgangers Damzicht en Het Maastrichts Bierhuis; het was een echt volkscafé, met kleurrijke klanten. Joop en Tiny vertelden er die middag schaterend over, wat maakte dat ik na het lezen van het overlijdensbericht uiteindelijk zat te glimlachen. Ik dacht even terug aan die verhalen.

Zo werd mij uitgelegd dat Jan ‘Krul’ één van de populairste stamgasten van het café was. Hij was een clown, die zelf ook vaak in de maling werd genomen. Jan leefde van de wind en had meestal niet veel geld. Hij had wel altijd dorst. Dat probleem loste hij op door voor iedereen boodschappen te doen, in ruil voor een biertje. Bier dat achterbleef in de flesjes van andere klanten werd ook altijd voor hem bewaard, op het achterplaatsje van het café. Dat dronk hij dan op tegen sluitingstijd. Veel klanten lieten bewust een extra slokje over, want ze hadden het toch wel een beetje te doen met arme Jan. Dat bleek ook die ene keer, toen twee rotzakken hem te grazen namen met een stuk hout. Jan had die dag zijn net ontvangen uitkering op zak. Hij had geen enkel verweer, met zijn tengere postuur. Zijn geld was hij kwijt. Het café hing daarop een sok boven de bar, om geld in te zamelen voor Krul. Dat leverde zo veel geld op dat hij er wel van op vakantie naar de Antillen had gekund. Dat gebeurde natuurlijk niet. De dorst won het van het vakantiegevoel: Jan gaf een paar rondjes en dronk de rest vakkundig zelf op.

Een ander illuster figuur uit die periode was Rinus Rustig, een man die worstelde met het bezit van een kunstgebit. Zo werd hij op een goede dag wakker met een flinke kater maar hij kon zijn tanden nergens vinden. Uren later herinnerde hij zich dat hij iets had gedronken in de Stationsrestauratie van Middelburg. Hij kuierde richting station en deed navraag. Zijn tanden lagen inderdaad achter de toog. Men had die keurig voor hem bewaard. Nog gekker was die keer dat Rinus naast Joop in het toilet stond. Hij wilde iets zeggen, maar daarbij viel zijn kunstgebit uit zijn mond, precies op het rooster van de pisbak. Zonder blikken of blozen pakte hij het er weer uit, en stopte het terug in zijn mond. Proost Rinus! Ik hoor Joop er nog om lachen.

@

Deze bijdrage verscheen eerder in de PZC, in de rubriek Barcodes.