vrijdag 27 maart 2015

Wij staan voor jullie klaar hoor, Zeeuwse Bibliotheek


Je kon het op je klompen aanvoelen vorige maand, dat die claim van Mario Molegraaf, over artikelen van Warren in de Krantenbank Zeeland, nog een staartje zou krijgen. De vraag was alleen wat voor staartje. Veel vertrouwen in een goede afloop had ik in ieder geval niet, want volgende maand mag er dan een nieuwe directeur beginnen in de Zeeuwse Bibliotheek; voorlopig staat 'de grote ontstopper' die in het najaar van 2013 werd aangesteld, nog steeds aan het roer. Dat ik me toen al zorgen maakte over de vakinhoudelijke toekomst van de ZB blijkt achteraf gezien niet ten onrechte. Bibliotheekvernieuwing was en is inderdaad het kind van de rekening. Een van de vele kinderen ook nog.

Dat blijkt nu ook uit deze kwestie. Molegraaf mag dan juridisch gezien in zijn recht staan en misschien een punt hebben als hij zegt dat de ZB dit had kunnen voorkomen maar dat mag toch nooit een reden zijn om al je databanken dan maar voorlopig op slot te gooien? Ik snap heus wel dat de jurisprudentie (zaken in Leiden en Rotterdam) de bibliotheek dwingen tot actie, maar dan doe je dat toch niet op deze manier? De Beeldbank Zeeland, bijvoorbeeld, is juridisch al lang afgetimmerd, en technisch gesproken kun je ook bepaalde kranten of periodes uitsluiten, als je dat wilt. De PZC van 1941 tot 2008, bijvoorbeeld, werd pas veel later (in 2011) toegevoegd. Je kan er ook voor kiezen om die onderdelen dan even uit te zetten. Dan kunnen al die liefhebbers die nu furieus zijn (zoals journalist Gremberghe) tenminste nog een beetje onderzoek doen, in de tussentijd.

Maar nog interessanter vond ik onderstaande passage in de papieren PZC van afgelopen donderdag:
Volgens Dion Voeten van Stichting Lira is de oplossing eenvoudig. Samen met Pictoright is een collectieve regeling voor krantenarchieven ontwikkeld, waarmee deze in één keer zijn gevrijwaard van auteursrechtenclaims. ,,Wij ondersteunen het behoud van erfgoed, maar vinden ook dat er een billijke vergoeding moet zijn voor de auteurs”, zegt Voeten. Aansluiting bij Lira kost in het geval van Krantenbank Zeeland ongeveer 15.000 euro per jaar.
15.000 euro. Dat is toch een schijntje? Uit het verleden weet ik nog dat het digitaliseren en ontsluiten van de naoorlogse PZC circa twee ton kostte. De totale inhoud van de krantenbank moet daar dus een veelvoud van zijn. Dan staat zo'n bedrag toch niet in verhouding? Zeker niet als je zou weten wat de huidige interim de afgelopen 20 (!) maanden heeft gekost. Dat salaris stond uiteraard niet in het overzicht van Zeeuwse topinkomens, dat PZC vorige maand publiceerde maar in de wandelgangen hoorde ik meerdere malen een maandbedrag dat ik bijna niet kan geloven, laat staan bevestigen. Maar een ding weet ik wel: van dat geld kun je de Krantenbank via Stichting Lira wel een jaartje of wat vrijwaren van claims.

Maar dat is natuurlijk niet realistisch. Laten we het maar een grapje noemen dat niet al te geestig is. Realistischer zou het zijn om de pagina's die in het geding zijn gewoon op zwart te zetten. Ook dat lijkt niet realistisch; ik liet eerder immers al doorschemeren dat het een medewerker bijna drie weken kostte om de artikelen van de hand van Warren handmatig uit te sluiten. Maar het is 2015 mensen. Dit kun je dus gewoon uitbesteden aan je fans, je publiek. Denk aan velehanden.nl en andere mooie initiatieven. Denk aan alle liefhebbers in communities als Middelburg Dronk, Wij zijn De Stad en Walcheren ons Eiland. Geef ons toegang tot de tools en wij regelen die handel, helemaal gratis en voor niets. Ik wil dat best coördineren en aanjagen. Ook voor nop.

Want weet je? Deze maatregel is er eentje die de categorie 'ergerlijk' ontstijgt. Deze slaat me gewoon uit m'n lood. Ik gebruik die bronnen vele malen per dag, als naslagwerk bij alle vragen die online opduiken. Dat zijn meer vragen dan menigeen beseft, maar het is wel iets dat hoort bij wat ik doe. Ik wil de Krantenbank gewoon niet missen. En ik spreek echt niet alleen voor mezelf.

Kom maar op met die toegang. Denk nu eens in mogelijkheden, en niet in macht en angst.

Gerelateerd:
De kracht van de amateur: hoe één man 22 miljoen krantenpagina's digitaliseerde

@

Middelburgs terrasgemopper


Mopperen op de keuzes die politici maken doen we waarschijnlijk allemaal wel eens, maar als die keuzes directe invloed hebben op ons welzijn of onze portemonnee verandert dat gemopper niet zelden in gescheld of ongenuanceerde uitlatingen. Ik maak me mezelf daar ook wel eens schuldig aan, eerlijk is eerlijk. Toch slaag ik er ook steeds vaker in dingen wat neutraler te bekijken, van een afstandje. Dat lukt enerzijds omdat ik nu eenmaal geen ondernemer ben die vaak te maken krijgt met lokale regelgeving en belastingen, anderzijds omdat ik door Middelburg Dronk en het vergelijkbare project Wij zijn De Stad (dat zich meer richt op de detailhandel en nieuwtjes uit Middelburg Centrum) informatie krijg van een zeer diverse groep mensen. Nu eens hoor je wat van een café-eigenaar of zijn klanten, dan weer van een winkelier of een ambtenaar. Soms is dat best verwarrend, maar na verloop van tijd ga je ‘de waarheid’ dan toch ergens in het midden zoeken, en roep je minder snel dat iets goed of slecht is.

Een mooi voorbeeld daarvan is het nieuwe terrassenbeleid van de Gemeente Middelburg. Vorig jaar zomer kwam eetcafé De Herberg in het nieuws omdat het vernieuwde, kleurrijke terras van de zaak niet voldeed aan de eisen van de bij ondernemers vrij beruchte welstandscommissie. Ik volgde de ontwikkelingen op de voet maar hoewel mijn sympathie lag bij de exploitanten van het café gaf ik ze weinig kans. Het kan best zijn dat ik toen iets heb gezegd als “van een gemeente win je het toch nooit”.  Ik bleek me echter te hebben vergist. Het terras van de Herberg werd gedoogd tot het eind van het terrassenseizoen en in de winter zou er nieuw beleid worden ontwikkeld, zo werd gezegd. Ook daar was ik vrij sceptisch over, maar uiteindelijk voegde de gemeente nog daad bij woord ook. Begin maart werd het nieuwe beleidsplan ‘Gezellige terrassen in een mooie monumentengemeente’ gepubliceerd, een plan met soepelere regels. Toen ik bij De Herberg informeerde wat zij ervan vonden gaven ze aan tevreden te zijn.

Maar het nieuwe beleid roept ook verzet op bij een aantal horecaondernemers, omdat het tevens voorziet in minder regels voor de detailhandel. Die krijgt nu, gedurende een proeftijd van een jaar, de mogelijkheid om uitstallingen voor de zaak te vervangen door een paar stoeltjes en tafels, zodat klanten er even een bakje koffie van de zaak kunnen nuttigen, of een gekocht broodje. Sommigen beschouwen dat als oneerlijke concurrentie. Dat is, gezien de kosten die moeten worden opgebracht voor het exploiteren van een horecaterras, begrijpelijk maar niet iedereen ziet in dat die miniterrassen niet commercieel uitgebaat mogen worden en evenmin een drankvergunning zullen krijgen. Het is bedoeld als impuls voor meer samenwerking en de uitstraling van Middelburg, niet als stimulans voor meer en oneigenlijke horeca. Zo’n plan is het uitproberen toch best waard? Als het niet werkt kan het immers altijd nog teruggedraaid worden. De gemeente heeft in ieder geval aangetoond dat wat sneller schakelen en anticiperen op ambtelijk niveau best mogelijk is. Moeten we het alleen daarom al niet gewoon eens –al dan niet mopperend- een kans geven?

@

Deze bijdrage verscheen eerder in de PZC-rubriek Barcodes.
Foto Markt Middelburg jaren 30: Middelburg Dronk

zaterdag 14 maart 2015

Museumprijs 2015: stem op het Zeeuws Museum!


Twee weken geleden was ik op bezoek bij het Zeeuws Museum in de Abdij om me, in het kader van Wij zijn De Stad en Middelburg Dronk c.s. te laten informeren over de mooie projecten Huis van Herinnering en Onvergetelijk. Ik heb nu eenmaal veel belangstelling voor alles wat je als organisatie kunt met verhalen. Het was een prettig gesprek. Ik vond het vooral tof om te merken dat het museum er ook écht op inzet. Dat klinkt wat vreemd misschien, maar ik heb maar al te vaak bedroefd moeten constateren dat organisaties wel zéggen van alles rondom dat thema te willen doen, maar er in de praktijk nauwelijks werk van maken of prioriteit aan geven. Doe het dan maar gewoon niet.

Nu is het museum onlangs genomineerd voor de BankGiro Loterij Museumprijs 2015. Het museum kan daar behalve veel eer ook nog eens een bedrag van 100.000 euro mee winnen. Ik gun het Zeeuws Museum die prijs van harte en heb dus ook gestemd, via https://www.museumprijs.nl/zeeuws-museum-middelburg. Dat zouden we toch gewoon allemaal even moeten doen? Het is een kwestie van je mailadres invullen, op een knopje klikken en vervolgens nog een keer op de link in het bevestigingsmailtje. Een eitje!

Ondertussen kijk ik weer eens naar dat filmpje uit 2009, van Job te Veldhuis. Da's nog altijd een mooie rondleiding, vind ik.

@

vrijdag 13 maart 2015

Terug naar Tref


Op vrijdag 27 maart wordt in café ’t Hart van Middelburg een reünie georganiseerd door en voor oud-medewerkers van Trefcenter en Maxis. Het is deze maand respectievelijk 41 en 26 jaar geleden dat die Middelburgse supermarkten werden geopend in het pand aan Pottenbakkerssingel 2, waar nu Albert Heijn is gevestigd. Het idee voor de reünie ontstond in een besloten groep voor oud-medewerkers op Facebook, die begin februari werd aangemaakt door Anne Bosschaart.

Ik volg die groep met veel belangstelling. Ten eerste omdat ik zelf, als scholier, ooit ook voor het concern werkte, ten tweede omdat ik voor Middelburg Dronk al een paar jaar op zoek was naar foto’s van het interieur van de supermarkt. Trefcenter staat al drie jaar op de website omdat er van meet af aan ook een goedbezocht restaurant bij hoorde. Het valt me op dat oude foto’s van het pand op Facebook altijd buitengewoon veel nostalgische reacties oproepen. Alleen de kiekjes van het voormalige zwembad Poelendaele overtreffen die van de supermarkt in populariteit. De nostalgie gaat bij velen zelfs zo ver dat zij na al die jaren thuis nog steeds zeggen dat ze ‘even naar Tref gaan’ als het tijd is voor boodschappen bij Albert Heijn. Maar ondertussen hadden wij tot voor kort alleen de beschikking over oude krantenknipsels en een paar foto’s van het pand. De Facebookgroep van Anne heeft daar verandering in gebracht. De groep telt inmiddels bijna driehonderd leden, die massaal oude foto’s zijn gaan scannen om ze onderling te delen. We waren er uiteraard als de kippen bij om toestemming te vragen voor hergebruik op onze website. Dat bleek gelukkig geen probleem te zijn.

Met de foto’s komen ook de mooie verhalen los. Het is heerlijk om die te lezen of te horen. De een herinnert zich alle ongein van de kaasafdeling, de ander vertelt lachend over die ene medewerker die menig vrouwelijk collega wist te verleiden tot romantische affaires achter de schermen van de super. Ik zelf heb helaas niet zo veel verhalen. Ik werkte slechts een half jaar voor Maxis, als vakkenvuller. Wat me daarvan nog het best bijstaat is de ongeschreven regel van toen, dat als je bij het uitladen van de rolcontainers schade veroorzaakte aan het verpakkingsmateriaal, je dan best mocht snoepen van de producten. Het was dus logisch dat veel vakkenvullers enorme messen bij zich droegen, waarmee ze, met de regelmaat van de klok, te diep staken in een doos chips of een pak koekjes. Dat lesje pikte ik snel op. Ik kocht bij Brammetje Dump een mooi, groot zakmes en meldde me de dag daarop bij ploegchef Willem, stiekem hopend dat ik die avond de chocolade of borrelnootjes mocht aanvullen. Dat liep anders dan ik had gehoopt. “Jij helpt vanavond bij de dierenvoeding”, hielp Willem me uit de droom. Zat ik daar met mijn mooie mes, tussen de blikken Bonzo en Whiskas. Ik zou daar drie maanden blijven zitten bovendien.

De verhalen van anderen zullen ongetwijfeld sterker zijn, daar in ’t Hart van Middelburg. Bier en wijn doen nu eenmaal wonderen, wat dat betreft. Wij gaan dus zeker even kijken de 27e. En luisteren.

http://www.middelburgdronk.nl/wiki/Trefcenter 

@

Deze bijdrage verscheen eerder in de rubriek Barcodes van de PZC.
Foto: collectie René van Hilst

dinsdag 10 maart 2015

Lekker conservatief: steeds vaker en langer op Facebook


Ik ben conservatief.

Zo, dat is er uit. Waarom ik dat zeg? Omdat ik eigenlijk helemaal niet zo van verandering hou. Als ik dat projecteer op mijn gedrag online zou ik kunnen zeggen dat ik weliswaar al van meet af aan nieuwe platformen, netwerken en concepten verken en uitprobeer, maar uiteindelijk toch het liefst zou blijven hangen bij de dingen die ik ooit écht omhelsde. Dat is waarschijnlijk ook de reden dat ik nog steeds mondjesmaat blog op Mijns Inziens, en niet gehaast ben om de site te upgraden naar iets hippers. Dat is ook de reden waarom Open Bibliotheken ondanks alles nog steeds in de lucht is. En het is de reden waarom ik nog altijd met verschillende accounts actief ben op Twitter c.s. Het zijn allemaal dingen die in m'n systeem zitten, die ik niet zo makkelijk loslaat.

Maar ik volg het allemaal wel hoor. Ik lees met belangstelling zo'n persoonlijk onderzoekje van Marco Derksen, die vaststelt dat Twitter voor studenten en andere jonge mensen passé is. En passant probeer ik vrijwel alles waar de nieuwe media over reppen even uit. Door dat te doen beweeg ik toch voorzichtig mee. Ik plaats een tekst van hier ook eens op LinkedIn of op Medium. Check nog altijd hoe Google+ zicht ontwikkelt en staar ook nog met regelmaat en holle ogen naar apps als Snapchat, Whisper en Ello. Je kunt maar weten wat ze kunnen en doen, voor het geval je ze ooit wel gaat gebruiken.

Toch is er, ondanks mijn behoudende opstelling, heel veel veranderd de afgelopen jaren. Ik produceer of reproduceer meer teksten dan ooit tevoren, maar doe dat nu zeer versnipperd. Dat lichtte ik in november al toe in de bijdrage 9 jaar bloggen, of: wie schrijft die blijft. Ik herken wel wat in de strekking van het artikel What Blogging Has Become, dat ik gisteren tegenkwam bij The Atlantic.

Maar binnen al die versnippering is er één ontwikkeling die ik liever niet zou zien, maar waar ik in alle opzichten in meebeweeg: Facebook. Het platform dat ik in 2009 chagrijnig verliet maar uiteindelijk nooit definitief heb losgelaten. Daar besteed ik nu meer tijd aan dan ooit tevoren en het gekste is: vaak nog met plezier ook. Als je ergens te maken krijgt met veel ruis en tijdsverspilling is het daar wel, maar daar staat tegenover dat er gewoon veel meer interactie is. Van discussies tot vragen, van reacties tot delen. Lukas schreef vorige week dat hij het jammer vond om te constateren dat online discussies steeds vaker op FB plaatsvinden, in plaats van op Twitter. Dat vind ik op zich ook, maar het is gewoon niet anders. Mij maakt het zelf niet zo veel uit waar ik reageer. Ik doe dat als iets of iemand mijn aandacht trekt of me raakt, of als ik iemand een hart onder de riem wil steken (of juist niet). Dat gebeurt op alle genoemde platformen.

Maar nu ik me meer en meer richt op Facebookpagina's met een lokaal of regionaal karakter is het logisch dat steeds meer dialogen zich daar ook afspelen. Veel mensen zijn helemaal niet bezig met andere sociale media. Dat geldt wel voor 'de scene' van bibliothecarissen en informatiespecialisten natuurlijk, maar met die club is iets heel anders aan de hand: die is grotendeels uit elkaar gevallen. De meesten die ik tot die -toch behoorlijk grote- groep reken en rekende zijn nog steeds erg actief online, maar op een heel andere manier dan voorheen. Je ziet de een nog altijd op Twitter, de ander kom je tegen op Instagram. Soms zijn er nog inhoudelijke discussies, maar zo openlijk als voorheen zijn die al lang niet meer. Dat is het verhaal van de slotjes in de sector. 

Het is wat dat betreft veelzeggend dat ik discussies zoals die over incidenten rondom de Krantenbank nu vooral voer met mensen die niet werken in de bibliotheek- of informatiesector. Op Facebook dus. De vakgenoten die zulke onderwerpen nog niet beu zijn, of wel iets durven te zeggen, reageren dan meestal ook daar. Daar kunnen we van alles jammer aan vinden, maar ik moet gewoon eerlijk zijn: ik ben al blij als er discussie is, als er tekenen zijn van belangstelling. Duimpjes en reacties zijn dat niet per se, maar ze zijn tegelijkertijd minder laagdrempelig of vanzelfsprekend dan je zou denken of willen. Ik koester ze in ieder geval. Dat ik dan eigenlijk liever zou zien dat alles zich nog steeds zou afspelen op de platformen waar ik van hou vergeet ik voor dit moment maar even. Daar ga ik me niet meer druk over maken. Zo conservatief ben ik nu ook weer niet.

Gerelateerd:
Exit Facebook (2009)
Bloggen is voor slakken en ouwe lullen (2010)
Prachtig, dat nieuwe Facebook, maar je wordt te grazen genomen waar je bij zit (2011)
Middelburg Dronk op Facebook deel II: promotie daar is aandacht hier (2012)

@

Afbeelding: ArtNaz

zondag 8 maart 2015

The Dark Web


Begin februari werd bekend dat DARPA, het instituut van het Amerikaanse ministerie van defensie dat verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van militaire technologie, onder de naam ‘Memex’werkt aan de ontwikkeling van zoektechnologie die in staat is websites en informatie te vinden die niet worden geïndexeerd door reguliere zoekmachines. Het belangrijkste doel van het project is het opsporen van mensenhandelaren, die vaak actief zijn op zulke websites. Wat opvalt is dat veel media die over het project schrijven de termen ‘Deep Web’ en ‘Dark Web’ als synoniemen opvoeren. Omdat de twee in elkaars verlengde liggen is dat begrijpelijk, maar niet juist. Je kunt dat donkere internet zien als een onderdeel van ‘de diepe variant’, maar ook niet meer dan dat.

Toen ik het verleden internetcursussen gaf omschreef ik het diepe web precies zoals hierboven: het deel van het internet dat niet kan worden gevonden door zoekmachines. Ik voegde er dan altijd het nooit bevestigde weetje aan toe dat Google waarschijnlijk niet meer dan tien procent van het gehele internet indexeert. Een voorbeeld van het diepe web is een beeldbank, vol foto’s met beschrijvingen, waar een zoekmachine simpelweg niet bij kan, ook al zouden de aanbieders van de collectie dat wel willen. The dark web kun je vereenvoudigd omschrijven als een diep web dat bewust is gecreëerd. Het gaat om informatie die is verborgen in afbeeldingen, broncodes of zoekboxjes, maar nog veel bekender zijn de websites die je alleen kunt bekijken met  behulp van speciale software, zoals de browser van TOR. Bekende voorbeelden dáárvan zijn Silk Road, The Hidden Wiki, Grams en –al jaren eerder- Freenet: stuk voor stuk sites die het nieuws haalden omdat je er probleemloos en vrijwel anoniem drugs en wapens kon kopen, al dan niet m.b.v. Bitcointransacties.

Media die zulke websites omschrijven als het diepe web doen niets verkeerd, maar ‘the dark web’ zou beter, want preciezer zijn. Door dat begrip te hanteren voorkom je dat mensen op den duur brave bronnen gaan verwarren met online broeinesten van criminele activiteiten.

Gerelateerd:
Freenet: vrijhaven voor smeerlappen en terroristen
The Hidden Wiki: een kijkje achter de schuttingen van het web met Tor
Het doek valt voor online drugsleverancier Silk Road
Grams: een nieuwe online toegangspoort tot wapens en drugs

@

Deze bijdrage verscheen eerder in IP 2, 2015
Afbeelding: WikiMedia Commons