woensdag 4 maart 2015

Het Cluetrain manifest: nieuwe aanwijzingen van Searls en Weinberger

And we called it "cluetrain" because it's an old silicon valley joke - the clue train stops there four times a day, but it never takes delivery.
Aaah: de periode 2005-2007. Wat een interessante periode was dat toch. Na een jaartje of tien internet voornamelijk te hebben gebruikt als informatiebron, entertainmentkanaal en communicatieplatform, viel er toen opeens van alles op zijn plek. Sociale media braken door. De ene tool was nog mooier dan de andere. Ik begon te bloggen en las me helemaal suf over de kansen en bedreigingen van 'dat nieuwe web'. Ik leerde enorm veel van boeken als The Wealth of Networks, We the Media en Wikinomics. Heerlijk! Lezen, opzuigen en verwerken.

The Cluetrain Manifesto was ook zo'n boekje. Doc Searls en David Weinberger schreven het al in 1999. Het is online nog steeds te lezen (er is ook een Nederlandse vertaling). Een lekker dik aangezet manifest, over marketing in een menselijke wereld.

Welnu: 16 jaar later hebben de auteurs een lijst met nieuwe aanwijzingen gepubliceerd, die ook deze keer zijn vertaald in het Nederlands, door Mike Peeters van de Piratenpartij. De vertaalde, bijna bijbelse inleiding neem ik hieronder over.

Hoor ons, o dierbaar Internet

Het is zestien jaar geleden dat we elkaar gesproken hebben. Al die tijd hebben de mensen van het internet, jij en ik en alle onze vrienden van vrienden van vrienden, tot de laatste Kevin Bacon, er een geweldige plek van gemaakt, gevuld met de wonderen van de wereld en de dagelijkse onbenulligheden. Van serieuze zaken tot grappige, en tot ongelooflijke WTF-momenten. We hebben een einde gemaakt aan meerdere tirannen en dictators. We hebben helden gecreëerd. We hebben gezien Hoe Dingen Werken en Wie We Zijn.

Maar op het moment staat al het goede werk wat we gedaan hebben onder druk, we verkeren in levensgevaar. Toen wij de eerste keer voor u stonden was dat om te waarschuwen voor hen die niet begrijpen dat ze het internet niet begrijpen. Dat zijn De Dwazen, de bedrijven en corporaties die het internet alleen gebruiken als uiterlijk vertoon. Nu bedreigen nog twee bendes alles wat we samen hebben opgebouwd. De Plunderaars begrijpen het internet maar al te goed. Ze denken dat het hun eigendom is om te plunderen, verzamelen onze data en geld, denkende dat wij de dwazen zijn. Maar het gevaarlijkste is de derde horde: dat zijn WIJ.

Een horde is een ongedefinieerde massa mensen. Maar de glorie van het internet is dat het ons in staat stelt te communiceren;divers als we zijn.We houden allemaal van massavermaak. Televisie is tegenwoordig zelfs prachtig, en het Net laat ons kijken wat we willen,wanneer we willen. Geweldig.

Maar we moeten onthouden dat het leveren van massamedia de zwakste kracht van het Web is. De superkracht van het internet is verbinding maken zonder restricties. De almachtige kracht, dat we er van kunnen maken wat we maar willen. Er is daarom geen tijd om achterover te leunen en het “o zo lekkere” junkfood te verorberen van Dwazen en Plunderaars, alsof ons werk al af is. Het is tijd om het vuur van het Web in te ademen, en om ieder instituut dat ons voor kinderachtig aanziet geheel te veranderen.

De plundering van het internet, gelijk een stuksgewijze organenroof, is al flink gevorderd. Vergis je niet; met een pennenstreek, een geheime handdruk of door het onderdrukken van slachtoffers, kunnen we het dierbare internet uit onze handen laten glippen. We spreken tot jullie vanuit de beginjaren van het Web. We zijn samen op het Web opgegroeid. Er is weinig tijd. Wij, de mensen van het Internet, moeten de glorie van zijn openbaring onthouden zodat we het op kunnen eisen, in de naam van zijn ware aard.

@

Gerelateerd:
Naked Conversations/het cluetrain manifest
De nieuwe bibliotheekmedewerker en het cluetrain manifest
De gehyperlinkte en menselijke bibliotheek

zaterdag 28 februari 2015

Bizar: Hans Warren op zwart in de Krantenbank Zeeland


Wat hebben we hier nu? Wel: het is een screenshot van een artikel in de Krantenbank Zeeland van de Zeeuwse Bibliotheek, dat in maart 2000 werd geschreven door Hans Warren, voor de PZC. Dat artikel is 'op zwart' gezet' omdat de toenmalige partner van Warren, Mario Molegraaf, geld wil zien voor artikelen die Warren in het verleden schreef voor de krant.

Deze kwestie kwam me afgelopen week in het café ter ore en ik kon het nauwelijks geloven. Kunnen de erven van auteurs zomaar voor elkaar krijgen dat publicaties uit het verleden niet meer zichtbaar zijn in krantenarchieven? Als je redeneert vanuit de ontwikkelingen die vorig jaar werden ingezet met het Europese 'recht om vergeten te worden' valt er misschien nog iets van te begrijpen (zelfs als je het er niet mee eens bent), maar dit geval gaat over iets heel anders, namelijk om geld. Het betreft artikelen die door iemand zelf zijn geschreven, als freelancer, niet om berichten waarin een persoon slechts wordt vermeld. De artikelen worden momenteel op zwart gezet omdat de Zeeuwse Bibliotheek er (terecht) niet voor voelt om Molegraaf als erfgenaam, nu alsnog per artikel te gaan betalen.

Nu moet ik zeggen dat ik verder niet veel van deze kwestie weet. Van Warren en Molegraaf evenmin. Ik las hun werk niet, ik ken de achtergronden van hun huishouden niet. Maar ik vind het zeer
zorgwekkend dat dit kan gebeuren. Wat voor precedent schept dit? En als het nu zo was dat Molegraaf nog nooit iets heeft verdiend aan zijn ex, dan viel er misschien ook nog iets meer begrip op te brengen voor zijn handelen, maar ik herinner me nog maar al te goed uit mijn tijd bij de Zeeuwse Bibliotheek dat Molegraaf opeens in deeltijd voor de organisatie kwam werken. Hans Warren had zijn collectie aan de bibliotheek nagelaten en Molegraaf wierp zich op als de persoon die collectie zou ordenen en laten ontsluiten. Een artikel uit de PZC van maart 2003 leert me dat daar een bedrag van 94.000 euro voor nodig was. Of dat hele bedrag ook daadwerkelijk is uitgekeerd door Gemeente en Provincie durf ik niet te zeggen, maar ik weet wel dat Molegraaf vele maanden rondliep in het gebouw, en niet op de loonlijst stond. Het kan bijna niet anders dan dat hij daar toen vorstelijk voor is betaald. Maar goed, dat is gissen. Mensen die dat zeker willen weten zouden dat eens na moeten vragen bij de betrokkenen van toen. Ik wil er vooral maar mee zeggen dat er redelijk zorgvuldig met het nalatenschap is omgegaan, en dat er beslist geen sprake was van liefdewerk oud papier in dit geval.

Maar afgezien daarvan: kan iedereen nu zomaar gaan eisen dat oude artikelen op zwart worden gezet, zodat onderzoekers en andere belangstellenden hun toevlucht weer moeten nemen tot de papieren archieven, microfiches of alternatieve bronnen? Ik zou dat echt zeer betreuren. En dan heb ik het nog niet eens over alle kosten van het wegfilteren van informatie. Weet je wel hoeveel werk dat is?

Bizar.

Update 2 maart: Mario Molegraaf laat in een reactie weten dat de Zeeuwse Bibliotheek "geheel op eigen houtje besloten heeft zichzelf tot Afplakbak Zeeland om te toveren".

Gerelateerd:
500.000 nieuwe pagina's toegevoegd aan de Krantenbank Zeeland: een overzicht
De Krantenbank Zeeland houdt de aandacht vast
Over een Wiki als verlengstuk van een Krantenbank
One giant screwup for mankind....het belang van conservering, digitalisering en duurzame opslag van informatie
Linkrot in biebland

@

Afbeeldingen PZC: Krantenbank Zeeland Zeeuwse Bibliotheek

vrijdag 27 februari 2015

Waarover men wel spreken kan…


Als wij met mensen spreken over de handel en wandel van de Walcherse horeca gaat het meestal over de informatie die we wél delen op de websites. Dat we daar zo zorgvuldig als mogelijk mee om proberen gaan stipte ik al eens aan in Moordverhalen uit de Walchersehorecageschiedenis (Barcodes 18 juli 2014). Maar dat we de privacy van mensen respecteren betekent uiteraard niet dat we nooit dromen van een encyclopedie die echt alles in kaart brengt, ook de zaken die het daglicht niet verdragen.

Neem nu alle dwarsverbanden die je zou kunnen leggen op het gebied van relaties en seks binnen de horeca. Als je dat ook in kaart zou brengen en zou koppelen aan alle gegevens over exploitanten, medewerkers en klanten van de horeca, dan zou het verschijnsel ‘ons kent ons’ een compleet andere lading krijgen. Hoe vaak er al grappen over zijn gemaakt aan de bar durf ik niet te zeggen, maar feit is dat veel mensen zich wel iets kunnen voorstellen bij domeinnamen als Veerevoosde.nl. Smullen geblazen! Sommigen beweren zelfs dapper dat ze bereid zouden zijn te betalen, voor toegang tot zulke informatie.

Maar hoe verleidelijk en smeuïg zo’n concept ook moge zijn: we gaan onze vingers er natuurlijk niet aan branden. Je kunt het gewoon niet maken om openlijk te benoemen wie het allemaal met wie deden. Dat zou je hooguit kunnen rechtvaardigen vanuit de gedachte dat er zo veel mensen zijn die zich ooit bezondigden aan (on-)gewenste intimiteiten op de werkvloeren van de horeca. Ook in de Middelburgse cafés ondervonden we dat laatste letterlijk aan den lijve, toen begin jaren 90 chlamydia wild om zich heen greep. Chlamydia is al jaren de meest voorkomende bacteriële soa in Nederland. De aandoening is weliswaar goed behandelbaar, maar de symptomen blijven soms lang uit, of zijn niet goed herkenbaar. Daarom lopen veel mensen ermee rond zonder het te weten. In De Faam van 26 juni 1996 lezen we dat in 1995 bij 110.000 mensen een soa werd vastgesteld. In 60.000 gevallen betrof het chlamydia.

Nou, de Middelburgse horeca deed leuk mee, kan ik je wel vertellen. Het begon, zoals zo vaak, met één persoon bij wie de diagnose werd gesteld, en die het fatsoen had dit te melden bij twee dames met wie hij het bed had gedeeld. Die twee lieten zich ook onderzoeken en zagen zich geconfronteerd met dezelfde diagnose. Ook dat duo ging met de billen bloot bij oud-minnaars. Toen ging het opeens hard. Na een paar maanden bleken tientallen mensen het te hebben en al snel werd duidelijk dat lang niet alle escapades even legitiem waren geweest. Man, man, man: het leek wel of iedereen het met iedereen had gedaan. Die barman met die getrouwde klant, zij weer met een andere barman. En zo voort. Het was in feite zo erg dat iedereen er maar wat besmuikt om zat te lachen uiteindelijk. Niemand had er tenslotte blijvend letsel aan overgehouden, en niemand leek van plan om de eerste steen te gaan werpen. Dat was, in tegenstelling tot de genoten seks, wel zo veilig. Inmiddels is het zo lang geleden dat het is verworden tot een mooie anekdote voor bij een biertje, aan de bar. Maar online blijft het een taboe. Of om meneer Wittgenstein maar eens vrij te citeren: waarover men wel spreken kan, daarover kan men niet schrijven.

@

Deze bijdrage verscheen eerder in de PZC-rubriek Barcodes

donderdag 26 februari 2015

Gezien: Black Mirror


In Black Mirror krijgen we een ongemakkelijke waarheid geserveerd: de schaduwzijde van een leven dat volledig bepaald wordt door technologie. De situaties die geschetst worden, lijken absurd en mijlenver weg, maar zijn tegelijkertijd beangstigend realistisch.
Zo omschreef VPRO de Britse 'technoparanoiaserie' Black Mirror vorig jaar. Over deze serie las ik eerder ook al een paar artikelen, die me deden besluiten de zeven afleveringen ooit nog eens te gaan kijken. Maar het kwam er toen niet van, en in de volgende twee jaar dacht ik er simpelweg niet meer aan. Totdat ik vorige maand Through a Glass Darkly las. Dat artikel vond ik intrigerend genoeg om die paar uurtjes nu eens vrij te maken. Een 'Twilight Zone voor het informatietijdperk'. Dat klinkt best goed, toch? Je kunt de afleveringen los van elkaar bekijken, maar ik volgde uiteindelijk gewoon braaf het uitzendschema van 2012, dat vond ik wel zo makkelijk.

Of Black Mirror nu een aanrader is voor iedereen waag ik te betwijfelen. Reken niet op de sci-fi van The Matrix of Inception maar op die van Her of het boek The Circle. Als je die interessant vond, dan ligt dit je vermoedelijk ook wel. Ik hou er wel van in ieder geval. Aflevering 2-2 was eigenlijk de enige die ik niet zo kon waarderen, alle andere delen uit de reeks vond ik prima. Oncomfortabel en, naar mijn mening, zeker niet absurd. Je ziet waar we nu zijn, maar dan wat verder doorontwikkeld. Een telefoon in Black Mirror kan meer dan nu het geval is, en is in twee afleveringen niet meer dan een knopje, verbonden met een implantaat dat is gekoppeld aan de ogen en/of het brein. Het deed mij weer denken aan de Looxcie, de Momenta en andere prototypes van apparaten die hier ooit voorbij kwamen. Alles wordt opgenomen, alles is terug te halen. Je zou kunnen stellen dat het nog lang niet zo ver is maar is dat ook zo? Hoe lang nog voordat biohacking gemeengoed is?

En zo vergroot Black Mirror ook de huidige mediacultuur uit, vooral die van massamedia en sociale media. Je houdt daarbij niet alles voor mogelijk maar je fantasie krijgt van de beelden een flink zetje. Kijk nog eens goed hoe iedereen opgaat in die zwarte spiegeltjes: waar gaat dat precies eindigen? We gaan ongetwijfeld nog veel moois beleven, maar die schaduwzijde zal er ook altijd zijn en kan vroeg of laat ook de overhand krijgen. Wij mensen roepen dat om een of andere reden over ons af.

Meer lezen:
Button Pusher: The seductive dystopia of “Black Mirror.”
I can't stop comparing everything to Black Mirror
Black Mirror and Pratchett film win International Emmys

@

dinsdag 24 februari 2015

De bibliotheekwereld wordt naar de kloten geholpen


Weet je mensen: inmiddels ben ik er niet eens meer verbitterd over. Ik heb ergens onderweg besloten dat ik kap met zeiken over de bureaucratie, de corruptie en het misbruik van macht. Waarom? Omdat je geen schijn van kans hebt. Daarom!

Maar als ik dan net iets te veel gedronken heb durf ik het weer wel hoor. Het even aanstippen. Ik zal niet zeggen wat er allemaal mis is bij bibliotheken momenteel, maar allemachtig: dit soort shit heb ik nog nooit gehoord en gezien. Waarom schrijf ik er dan nooit over? Vanwege dierbaren meneer, en niks meer dan dat. Wat er gebeurt in Rotterdam of wat er gebeurt in Middelburg is bij de bibliotheekbeesten af, heus. En er komt een moment dat ik het allemaal wel ga beschrijven, want ik ben er kotsmisselijk van, dat ik het binnen moet houden. Dat het zo maar allemaal kan. Dat iedereen wegkruipt in angst.

En als het nou verdomme alleen hier was, maar het speelt overal. Alleen maar van die schijnconstructies. Met gekochte aandacht doen alsof alles pais en vree is in die sector. En vast wel: die tientallen miljoenen zijn goed besteed. Maar fuck it mensen. De halve sector leeft in angst. Ik heb in 15 jaar nog niet gezien wat ik nu zie. Maar dat mag je niet zeggen, echt niet. Stel je voor.

Het moet eens klaar zijn.

@

vrijdag 13 februari 2015

Het meisje van je dromen


Nu de discussie over nachtvergunningen in Middelburg weer volop wordt gevoerd denk ik terug aan de jaren 80 en 90. Het was toen niet zo dat er veel meer zaken open mochten zijn ’s nachts, maar de etablissementen van toen waren wel iets groter dan de huidige. Zo ook de Stadsdanszaal, die tussen 1989 en 1997 was gevestigd in de Beddewijkstraat, in het pand waar nu podium De Spot zit. Daar kwamen wij als twintigers graag. Die discotheek richtte zich op verschillende doelgroepen, waardoor het er altijd wemelde van de oude bekenden. Toen het management op zeker moment besloot af en toe zogenoemde Rock Nights te organiseren konden wij ons geluk helemaal niet meer op. Eindelijk een danstent waar je uit je plaat kon gaan op de klanken van Nirvana, Pearl Jam en Stone Temple Pilots! In een discotheek als de Hooizolder werd je zonder pardon naar buiten gedirigeerd, als je daar alleen nog maar aan dacht.
De omslag kwam -voor ons boeren- toen de Danszaal zich meer en meer ging richten op het echte danspubliek, naar model van de grote discotheken in België en de Randstad. (Acid-) House was in opkomst en sloeg ook aan in Zeeland. Tijdens het eerste grote feest gingen ook wij helemaal uit ons dak (en dat zonder xtc!) maar we hadden al snel in de smiezen dat je tijdens die avonden weinig anders kon doen dan dansen. Dat was slecht voor de dorst. Omdat je verderop in de straat 's nachts inmiddels ook terecht kon bij de Rooie Oortjes was het pleit snel beslecht: wij kozen voor de kroeg en bezochten de Danszaal alleen nog sporadisch.
Toch was het juist in die overgangsperiode dat ik één van de meest gedenkwaardige avonden in de Danszaal beleefde. Connie de Lange organiseerde het eerste extravagante evenement in de zaak, onder de naam Hysterical. Toen ze mij vroeg om die avond als 'stagemanager' mee te helpen, twijfelde ik geen moment. Dat leek me een stoere klus. Een beetje helpen met de rekwisieten en opruimen, maar vooral: zorgen dat het de optredende artiesten aan niets zou ontbreken. Een leuke bijkomstigheid was dat Kentucky Martha de hoofdact was. Dat was de artiestennaam van Martin Samson, een oud-klasgenoot van de lagere school, die -inmiddels Amsterdammer- een bescheiden hit had gescoord met het nummer I'm the girl of your dreams.
Toen het evenement eenmaal daar was wist ik niet wat ik zag. De tent zat ramvol, met heel veel nieuwe gezichten. Voor mij voelde die avond alsof heel homoseksueel Zeeland opeens uit de kast kwam. Onzin natuurlijk, maar feit is wel dat ik toen voor het eerst mannen en vrouwen zo massaal openlijk zag uitkomen voor hun geaardheid. Ze waren in de meerderheid en genoten daar met volle teugen van. Het was één groot, hitsig feest. Of die avond ook iets heeft betekend voor de acceptatie van ‘de homescene’ in Middelburg durf ik niet te zeggen, maar 20 jaar na dato beschouw ik 1995 nog steeds een beetje als een mijlpaal. Als het jaar waarin de losbandigheid van steden als Amsterdam eindelijk éch was doorgedrongen tot de provincie.
@
Deze bijdrage verscheen eerder in de PZC-rubriek Barcodes