vrijdag 19 september 2014

De Zwarte Ruiter was een echt volkscafé


Vorige maand las ik in de krant dat Joop Rijpsma was overleden. Daar schrok ik van. Ik had Joop nog geen jaar eerder leren kennen, toen hij en zijn ex-vrouw Tiny mij uitnodigden om kennis te komen maken. Joop en Tiny waren tussen 1987 en 2000 de eigenaars van café De Zwarte Ruiter in Middelburg. Ze hadden tassen vol foto’s bewaard, die ze graag met ons wilden delen. Het werd een gezellige middag. Het vriendelijke duo herinnerde zich nog veel van hun tijd in dat mooie pand aan de Dam, waar als sinds 1900 horeca is gehuisvest. De Zwarte Ruiter deed qua naam en faam niet veel onder voor voorgangers Damzicht en Het Maastrichts Bierhuis; het was een echt volkscafé, met kleurrijke klanten. Joop en Tiny vertelden er die middag schaterend over, wat maakte dat ik na het lezen van het overlijdensbericht uiteindelijk zat te glimlachen. Ik dacht even terug aan die verhalen.

Zo werd mij uitgelegd dat Jan ‘Krul’ één van de populairste stamgasten van het café was. Hij was een clown, die zelf ook vaak in de maling werd genomen. Jan leefde van de wind en had meestal niet veel geld. Hij had wel altijd dorst. Dat probleem loste hij op door voor iedereen boodschappen te doen, in ruil voor een biertje. Bier dat achterbleef in de flesjes van andere klanten werd ook altijd voor hem bewaard, op het achterplaatsje van het café. Dat dronk hij dan op tegen sluitingstijd. Veel klanten lieten bewust een extra slokje over, want ze hadden het toch wel een beetje te doen met arme Jan. Dat bleek ook die ene keer, toen twee rotzakken hem te grazen namen met een stuk hout. Jan had die dag zijn net ontvangen uitkering op zak. Hij had geen enkel verweer, met zijn tengere postuur. Zijn geld was hij kwijt. Het café hing daarop een sok boven de bar, om geld in te zamelen voor Krul. Dat leverde zo veel geld op dat hij er wel van op vakantie naar de Antillen had gekund. Dat gebeurde natuurlijk niet. De dorst won het van het vakantiegevoel: Jan gaf een paar rondjes en dronk de rest vakkundig zelf op.

Een ander illuster figuur uit die periode was Rinus Rustig, een man die worstelde met het bezit van een kunstgebit. Zo werd hij op een goede dag wakker met een flinke kater maar hij kon zijn tanden nergens vinden. Uren later herinnerde hij zich dat hij iets had gedronken in de Stationsrestauratie van Middelburg. Hij kuierde richting station en deed navraag. Zijn tanden lagen inderdaad achter de toog. Men had die keurig voor hem bewaard. Nog gekker was die keer dat Rinus naast Joop in het toilet stond. Hij wilde iets zeggen, maar daarbij viel zijn kunstgebit uit zijn mond, precies op het rooster van de pisbak. Zonder blikken of blozen pakte hij het er weer uit, en stopte het terug in zijn mond. Proost Rinus! Ik hoor Joop er nog om lachen.

@

Deze bijdrage verscheen eerder in de PZC, in de rubriek Barcodes.

woensdag 10 september 2014

Scalping Apps: een plekje voor de hoogste bieder


Mensen die regelmatig grote sportevenementen of popconcerten bezoeken weten het: als je geen toegangskaartje hebt kunnen bemachtigen hoef je niet meteen te wanhopen. Soms loont het om toch naar de locatie van het uitverkochte evenement te gaan, om te zoeken naar lui die kaartjes hebben ingekocht, alleen met de bedoeling om ze voor meer geld door te verkopen. Dat je voor de tickets soms twee of drie keer meer moet betalen dan ze in werkelijkheid waard zijn neem je voor lief. Als je geld genoeg hebt leg je dat hoge bedrag graag neer. Als je geld genoeg hebt kun je overal bij zijn.In de Verenigde Staten wordt het uit winstbejag doorverkopen van entreebewijzen ticket scalping genoemd. Het is in dat land al decennia lang een wijdverbreid en -door het welvarende publiek- geaccepteerd verschijnsel.

Maar scalping rukt ook op buiten de wereld van sport-en muziekevenementen. Handige zakenlui hebben het principe inmiddels ook vertaald naar mobiele apps voor het –tegen betaling- reserveren van schaarse parkeerplaatsen of een tafeltje in een goed restaurant. Daar is veel ophef over ontstaan. Zo gelasten de burgemeesters van San Francisco en Boston apps als MonkeyParking, Haystack en ParkModo de activiteiten te staken, omdat ze een oneerlijke oplossing bieden voor de parkeerproblemen van de steden. Met de genoemde app kunnen autobezitters die een goede parkeerplaats hebben bemachtigd aangeven dat die vrijkomt, en de ruimte vervolgens veilen aan de hoogste bieder. De aanbieder wacht dan tot de koper ter plaatse is. Sommige parkeerplaatsen gaan van de hand voor twintig dollar, de makers van de apps ontvangen er commissie voor.

Ook voor de culinaire sector zijn zogenoemde scalping apps ontwikkeld. In juli werd de app ReservationHop gelanceerd, die last minute reserveringen voor restaurants doorverkoopt voor 5 tot 12 dollar. Het is voor velen een brug te ver. “Go disr*pt yourself” is what I have to say to founders of startups like ReservationHop and Parking Monkey” schrijft de website TechCrunch in het artikel ‘Stop the jerktech’. “The 1 percent’s loathsome libertarian scheme: Why we despise the new scalping economy” kopt Salon.com boven een artikel van 11 juli. Het maakt nieuwsgierig. Gaat geld deze strijd winnen, of rechtvaardigheid?

@

Deze bijdrage verscheen eerder in de rubriek #IPLINGO, in InformatieProfessional 6, 2014

Een drone, graag: bibliotheken lenen meer uit dan boeken alleen


Toen in juni CNN een item wijdde aan de plannen van de bibliotheek van de universiteit van Zuid-Florida, om vanaf dit najaar drones uit te gaan lenen aan studenten, pikten veel Amerikaanse media dat nieuws op. Het feit dat de bibliotheek de apparatuur beschikbaar wil stellen ter ondersteuning van multimediaprojecten op de faculteit, werd door veel journalisten als opmerkelijk ervaren, blijkbaar vooral omdat zij bibliotheken toch vooral associëren met boeken. Gezien de geschiedenis en kernfuncties van bibliotheken is dat natuurlijk niet zo gek. Dat een bibliotheek die als eerste investeert in ombemande luchtvaartuigen (de drones kosten ongeveer 1500 dollar per stuk) nieuwswaarde heeft is ook begrijpelijk. Maar om het nu bijzonder te noemen dat sommige bibliotheken meer uitlenen dan alleen boeken is achterhaald. Er zijn talloze bibliotheken die afwijkende items uitlenen, in sommige gevallen al decennia lang.

De vraag wanneer een item nu precies als afwijkend beschouwd moet worden is lastig te beantwoorden. Het is in ieder geval zo dat veel bibliotheken spullen uitlenen die in het verlengde liggen van de informatiefunctie van het instituut. Het volume van die uitleningen groeide geleidelijk mee met het mediagebruik van de consument. Toen de Laservision van Philips op de markt verscheen had je al geluk als je in jouw bibliotheek de bijbehorende beeldplaten kon lenen. Dat ging met de opkomst van de CD, CD-ROM en later de DVD anders: die werden massaal aangeboden door bibliotheken. Dat ook de benodigde apparatuur werd uitgeleend zag je echter maar zelden. Als het al gebeurde betrof het vooral hulpapparatuur, zoals Daisyspelers, waar mensen met een visuele beperking  of een leeshandicap boeken mee kunnen beluisteren. In Nederland kwam de kentering pas na de opkomst van de e-readers. Veel bibliotheken kozen er al snel na de aanschaf van de eerste exemplaren voor om die ook uit te lenen aan mensen die er graag kennis mee wilden maken.

Hetzelfde beeld zie je in Amerikaanse bibliotheken. BiblioTech in San Antonio, Texas (zie InformatieProfessional 2, 2014) is alleen nog qua omvang van de collectie uitleenbare e-readers (800 exemplaren) een uitzondering. In 2013 leende bijna 40% van 7400 ondervraagde instellingen e-readers uit . Er verschijnen steeds vaker berichten van bibliotheken die nog verder gaan en ook tablets en laptops uitlenen. Of zelf internettoegang. De openbare bibliotheken van New York (NYPL) en Chicago (CPL) kondigden in juli aan dat zij zullen starten met programma’s rondom de uitleen van Wi-Fi hotspots. NYPL wil met Check Out the Internet maar liefst 10.000 huishoudens van gratis internettoegang voorzien. Deze initiatieven vallen echter in het niet als je ze vergelijkt met het uitleenbare aanbod van Amerikaanse Universiteitsbibliotheken. Dat is veel breder. Het aanbod van de Universiteit van North-Carolina, waar men binnenkort ook start met het uitlenen van Google Glass, is geen uitzondering: bij deze bibliotheken kun je terecht voor het lenen van foto- en videocamera’s, gameconsoles, projectors en nog veel meer.

Bovenstaande items hebben nog met elkaar gemeen dat ze gebruikers helpen bij het verkrijgen of produceren van informatie. Dat bibliotheken dit graag faciliteren valt goed te rechtvaardigen. Maar of dat nu ook geldt voor het uitlenen van honden aan studenten om de stress te verminderen, zoals de Harvard Library in 2012 aankondigde, of voor het geruchtmakende initiatief van bibliotheek Almelo, uit 2005, om homo's, zigeuners en islamieten ‘uit te lenen’, is maar de vraag.

Als de link met de informatiefunctie dan toch minder duidelijk is, dan zijn uitleeninitiatieven die burgers helpen bij het vergroten van de zelfredzaamheid wellicht interessanter. Denk aan de meer dan 30 Belgische bibliotheken die zaden uitlenen in het licht van het project ‘Zadenbibliotheek’  of aan het uitlenen van gereedschap zoals de bibliotheek van Berkeley dat doet onder het motto ‘DIY with BPL’ (Doe-het-zelf met de Openbare Bibliotheek van Berkeley). Ook die projecten hebben niet veel meer van doen met boeken, maar ze sluiten wel aan op de trends en behoeften in de samenleving en op de centrale rol die bibliotheken daar van oudsher in vervullen. Er valt genoeg voor te zeggen daar in ieder geval mee te experimenteren.

Drones in Florida
De bibliotheek van de universiteit van Zuid-Florida (USF) heeft twee drones gekocht met de bedoeling deze uit te lenen aan studenten voor studiedoeleinden, als onderdeel van het project "Digital Media Commons". De universiteit wil met het project digitaal leren bevorderen. Om de Drones te kunnen lenen moeten de studenten eerst een trainingsprogramma volgen en aangeven hoe zij de apparaten willen gebruiken. De drones mogen alleen onder toezicht worden gebruikt, op het terrein van de campus.

Zaden in België
30 Belgische bibliotheken lenen zaden uit binnen het project ‘Zadenbibliotheek’, naar voorbeeld van de Seed Lending Library van de openbare bibliotheek van Richmond, in Californië. De bibliotheken lenen zaden uit in de eigen gebouwen en zijn te vinden op de website mijntuin.org. Van leners wordt verwacht dat zij ook weer zaden afstaan als de planten eenmaal hebben gebloeid. De initiatiefnemers hopen dat Nederlandse bibliotheken ook gaan deelnemen aan het project.

Gereedschap in Berkeley
De gereedschapsbibliotheek van de openbare bibliotheek Berkeley bestaat al sinds 1979. De bibliotheek beschikt over honderden gereedschappen, van hamers tot boormachines. Ook in andere staten en landen zijn gereedschapsbibliotheken te vinden, die echter niet altijd onderdeel zijn van een reguliere bibliotheek. Op Wikipedia is een overzicht te vinden van deze bibliotheken.

@

Dit artikel verscheen eerder in InformatieProfessional 6, 2014

zondag 7 september 2014

Kijktip: VPRO Tegenlicht over Digitaal Geheugenverlies, bibliotheken en archieven


De aflevering van Tegenlicht die de VPRO vanavond uitzond is een mooie samenvatting van dat wat ik beschouw als de essentie van het vak van bibliothecarissen en archivarissen, én van al die programmeurs en ontwikkelaars waarmee zij samenwerken. De aflevering is ook een kijktip voor mensen die niet begrijpen waarom sommigen duizenden uren stoppen in het verzamelen, duiden, ontsluiten en bewaren van informatie. En tot slot is het wat mij betreft nog eens een pleidooi voor het open web. Je moet niet willen verdienen aan het publiek domein. Dat hoort niet achter een slotje.

Over de onderwerpen die in Digitaal Geheugenverlies voorbij kwamen schreef ik best veel, de afgelopen jaren. Laat ik me beperken tot 15 links. Voor de liefhebbers uiteraard. Uit het archief dat in handen is van Google, maar waar ik gelukkig wel een back-up van heb.

@

donderdag 4 september 2014

Code Oranje: Voldaan


Voldaan. Het pand van Code Oranje is vandaag geveild voor 444.000 euro. Middelburg Dronk bracht vorige week een kleine ode aan Ko D'oooooooor, in de PZC-rubriek Barcodes. Bedankt voor 7 onbetaalbare jaren! 

Als Code Oranje van William Verstraeten iets heeft bevestigd, dan is het wat mij betreft toch wel dat we met z’n allen zo voorspelbaar zijn als de pest. Gebruik een opvallende kleur of een opmerkelijke uitspraak en je bent verzekerd van aandacht in de media, en van een mening van het publiek. Voeg daar een snufje eerlijkheid over de fouten die jij en anderen maakten aan toe en je krijgt de onderbuikgevoelens van velen er gratis bij. Het enige dat je niet kunt regisseren is de felheid waarmee sommigen reageren, zodra zij bepaalde kwesties op hun eigen situatie projecteren. Dat laatste blijken veel critici namelijk te doen. Zou dat het makkelijker maken om uitingen van ongenoegen te rechtvaardigen? Ik heb geen idee, maar feit is dat sommige mensen wel heel laag invliegen, ook als zij (nog) niet op de hoogte zijn van alle kanten van een verhaal. Daar valt dus helemaal niets aan te sturen.

Maar laten we het verhaal over kunst, kleuren, geld en aandacht even vergeten en met de bril van Middelburg Dronk op kijken naar de ontwikkelingen rondom Lange Noordstraat 43. Na zeven jaar houdt Espressobar Ko D'oooooooor op te bestaan. Dat vinden wij, en talloze Middelburgers met ons, doodzonde. Juist op het moment dat Marijke Smulders haar koffiebar begon kwamen wij in de buurt wonen. In de daaropvolgende jaren wandelden we dagelijks langs haar zaak en we zagen dat Ko D’oooooooor zich geleidelijk ontwikkelde tot het kloppende hart van een straat die ook niet stilstond. In 2007 was er nog niet veel beweging in de omgeving van het oude postkantoor, maar na verloop van tijd gebeurde er steeds meer. Nog een galerie, en nóg een. Een chocoladewinkel. Een hip kantoor voor zzp’ers. Een aanschuifrestaurantje in wording. Een homobar. We hadden het gevoel dat er iets moois aan het gebeuren was. De straat ademde opeens een andere sfeer dan die van een doorgaande fietsroute naar elders. Vooruitstrevend en aantrekkelijk was het nu! Cool.

Ook bij Ko D'oooooooor gebeurde er veel, met de door ‘Avonduren’ georganiseerde reeks concerten als hoogtepunt. Artiesten als Peter Broderick, Horse Feathers en Rue Royale stonden er plotseling te spelen op doordeweekse dagen, voor een jong publiek dat, heerlijk ouderwets, op kleurige kussens op de vloer zat. Zelfs als de muziek niet je kopje thee was, wilde je even aanschuiven. Het is gewoon leuk, om dingen te zien en horen gebeuren. Maar het is voorbij. Op 1 september stopt Marijke. Op 4 september wordt het pand geveild. Wat er voor in de plaats gaat komen weet niemand. In de jaren 40 was het een modezaak, daarna was het lange tijd de winkel van de erven Gabriëlse. In de jaren 70 was Radio Terako er gevestigd. Het kan van alles worden. Een ding is echter zeker: we gaan de hartelijkheid en gastvrijheid van het gezin Verstraeten missen. Dat moet gezegd omdat juist dat aspect onderbelicht bleef de afgelopen weken: deze lieve mensen betékenden iets voor de straat, de wijk en de stad. Onbetaalbaar!

@

zondag 31 augustus 2014

Wij zijn De Stad: een pilotproject voor de ondernemers van Middelburg centrum


Mensen die me online een beetje volgen hebben het waarschijnlijk al gezien maar op Mijns Inziens heb ik er nog niets over geschreven. Dat wordt dus hoog tijd. Welnu:

In juli werd ik door de Vereniging Ondernemers Middelburg (VOM) gevraagd of ik met een paar bestuursleden wilde meedenken over een Facebookpagina voor Middelburg centrum. Dat wilde ik natuurlijk wel. Het ging nadrukkelijk niet om een website, maar om een initiatief dat ruimte biedt aan
mooie verhalen, foto's, interviews en opinies over de binnenstad van Middelburg. We voerden twee gesprekken die behalve prettig ook verrassend kort waren. We waren er vrij snel uit dat ik het, samen met medewerker Jelmer Oskam, gewoon maar eens moest gaan proberen. In alle vrijheid, met een proefperiode van drie maanden. Zeggen dat ik daar wel oren naar had zou een understatement van jewelste zijn. Ik vond en vind het werkelijk super dat ik zo'n kans krijg. Waarom dat zo is leg ik uit in het onderste deel van deze bijdrage. Eerst een antwoord op de vraag wat het precies is. Ik kan het eigenlijk niet beter verwoorden dan Jelmer dat deed op de website Uit in Middelburg. Ik citeer:
De Facebookpagina Wij zijn De Stad is een podium voor mooie verhalen, foto's, interviews en opinie over de binnenstad van Middelburg. Voor bewustwording om lokaal je inkopen te doen en je eigen vertrouwde winkeliers te steunen. Door middel van korte interviews, storytelling, leuke foto's en nieuwtjes willen de band tussen de lokale consument en winkelier/horeca-ondernemer versterken. Sympathiek en origineel. Niet gericht op aanbiedingen, maar op de passie voor de binnenstad.
 en
Wij zijn De Stad benadrukt het sociale en culturele belang van een levendige binnenstad. Het geeft de credits aan de lokale organisatoren van (culturele) festivals zoals de Stadsfeesten Middelburg, Nacht van de Nacht, de Mosselfeesten Middelburg en City of Dance. Stuk voor stuk eigen ondernemers die veel tijd, werk en geld investeren in de beleving van onze binnenstad. En niet te vergeten de vele ondernemers die festivals, sportverenigingen en culturele instellingen sponsoren. 
Nu ga ik hier niet beweren dat dit niets met citymarketing van doen heeft, maar ik durf wel te zeggen dat er hier bewust niet is gekozen voor een strategie of totaalpakket zoals het in de marketing gebruikelijk is. Dit project gaat over het versterken van de relatie met Middelburgers en bezoekers van de stad, niet zozeer over directe 'sales'. Deze proef heeft het experiment als uitgangspunt en is voor mijn gevoel ook gebaseerd op vertrouwen. Het motto is: ga eerst maar eens aan de slag, dan zien we later wel of, en zo ja, hoe we het uitbouwen. Die benadering zal de echte specialisten een gruwel zijn, maar ik houd ervan. Dat is ook hoe ik werk aan projecten die ik doe op persoonlijke titel, en die behoorlijk wat raakvlakken hebben met dit initiatief.

Wat nu precies het omslagpunt was weet ik niet meer, maar een paar jaar geleden, toen ik nog niet zo lang als zelfstandige werkte, realiseerde ik me dat ik het eigenlijk het leukst vond om bezig te zijn met 'webwerk' rondom lokale en regionale thema's. Na tien jaar was ik de wereld van bibliotheken, cultureel erfgoed en technologie nog steeds niet beu, maar toen ik eenmaal was begonnen met Middelburg Dronk voelde ik een vuurtje terugkomen dat ik al een tijdje had gemist. Deze 'hobby' kostte me geen energie maar deed me juist verlangen naar meer tijd om aan het project te kunnen werken. De redenen daarvoor heb ik hier al vaak beschreven. Het is vooral de manier waarop veel dingen die ik graag doe samenkomen in een geheel. Verhalen verzamelen en doorvertellen. Digitale interactie. Graven in de geschiedenis. Ik kan het zo gek niet bedenken of het zit erin. Dat, en het al wat oudere besef dat 'lokaal en regionaal' veel potentie hebben, deden me op zeker moment besluiten er meer mee te gaan doen. In september 2012 schreef ik
Heel kort door de bocht komt het er op neer dat ik sterk neig naar een focus op lokaal en regionaal werk, maar daarbij besef dat dit ten koste zal gaan van dingen die ik doe vanuit een breder perspectief.
Precies twee jaar later kan ik constateren dat ik behoorlijk heb toegegeven aan die neiging. Aan Middelburg Dronk en de zustersites besteed ik nog steeds veel tijd, omdat ik er keer op keer weer energie van krijg. Een mooi voorbeeld? Twee weken geleden stuurde iemand me een paar fraaie foto's van een verdwenen Middelburgs Zwembad. Dat is sowieso al cool, als crowdsourcing je wens is, maar dan al die reacties en likes! In een paar dagen tijd werden de foto's meer dan 20.000 keer bekeken, volgens Facebook. Het besef dat zoveel mensen bepaalde bijdragen weten te waarderen houdt je enthousiast, heus. En dan zijn er ook nog al die mooie dingen die min of meer voortvloeiden uit het project: kleine of wat grotere opdrachten van lokale ondernemers, betrokkenheid bij digitale tegengeluiden van mensen uit de stad, een uit de hand gelopen experiment als Ik geef weg - Walcheren. Het gebeurt allemaal geleidelijk, maar ik kan je verzekeren dat het voelt als een stroomversnelling. In een paar jaar tijd is het thema 'lokaal en regionaal' een centrale rol gaan spelen in mijn leven.

En nu is er dan de pilot Wij zijn De Stad. Ik ben daar erg blij mee. Niet alleen omdat het thema ervan mooi aansluit op dingen die ik toch al deed (winkels op Dronk, iemand?) maar ook omdat deze proef een betaalde opdracht is. Dat geeft nog meer energie want laten we wel zijn: ik doe momenteel wel erg veel op vrijwillige basis. Dat kun je niet tot in de lengte van dagen blijven doen.

Een periode van drie maanden is natuurlijk wel kort om iets op te bouwen. Mensen weten je niet zomaar te vinden, daar moet je vooral zelf werk van maken. Het zou ook niet verkeerd zijn als er te zijner tijd een huisstijl gebruikt kan worden, en er offline promotiemateriaal beschikbaar komt. Maar dat is van later zorg. Het begin is er. Jelmer houdt de ondernemers op de hoogte via interne nieuwsbrieven en ik loop gewoon eens wat vaker een rondje door de stad en stap vervolgens hier en daar naar binnen om kennis te maken. Het fijne daarbij is dat ik me niet hoef te beperken tot de bij de VOM aangesloten ondernemers. Wij zijn De Stad gaat ook over evenementen en dagelijkse gebeurtenissen in de binnenstad. Over die hangouderen die al jaren bijpraten op het hoekje voor J.B. Diesch op de Markt. Over kwesties die de bewoners van de stad bezighouden. Over de winkels die veel meer aandacht verdienen. Over de mooie dingen die een stad allemaal kan doen. Over alles dus eigenlijk. Over de stad die van ons allemaal is.

Ik hoop dat het niemand zal verbazen dat ik hoop dat deze proef een aanzet is voor een mooi vervolg, waarin ik zelf een rol mag blijven vervullen. De tijd zal het leren. Voorlopig gil ik in ieder geval als een malle: Wij zijn De Stad!

@

Gerelateerd:
Bij het verdwijnen van de Free Record Shop uit Middelburg
Warenhuisnostalgie: de V&D in Middelburg
Modern koopgedrag: De Drvkkery vs Bol.com