zaterdag 2 mei 2015

Naar de Chinees?


Een maand geleden las ik op de website van een makelaar dat de twee panden van Chinees-Indisch restaurant Nan King op de Varkensmarkt in Middelburg al enige tijd te koop staan. Dat moest ik even goed tot me door laten dringen. Dat zaken worden verkocht is natuurlijk niets bijzonders maar als Nan King verdwijnt betekent dat het einde van 56 jaar horecageschiedenis. Voor zover ik weet is deze zaak de oudste nog bestaande Chinees van de stad. De zaak werd in 1959 geopend door de familie Fu, als opvolger van restaurant Shanghai, dat drie jaar eerder op die plek werd gestart door ene S.J. Wu uit Den Haag. Je kunt wel stellen dat Nan King een pioniersrol op dit gebied vervulde. Andere gekende Chinese restaurants in Middelburg volgden namelijk pas een paar jaar later. Hong Kong (op de bovenverdieping van De Vriendschap op de Markt) begon in 1965, Kota Radja aan de Vlasmarkt in 1967, Au Paradis Chinois op de Pottenmarkt in 1972 en Tah-Xin, ten slotte, startte pas in 1982, in het pand van het voormalige Nederlands Koffiehuis op de Markt.

Kort na het bezoek aan de makelaarswebsite stuurde iemand ons een foto van een papiertje op de deur van Indonesisch restaurant Surabaya in de Stationsstraat. Op dat papiertje lieten Ernst en Netty van Toll weten dat zij, na de zaak dertig jaar geëxploiteerd te hebben, met pensioen gaan. Dat is hen uiteraard van harte gegund, maar opeens begon ik me af te vragen hoeveel traditionele Aziatische restaurants er nog zijn op Walcheren. Met traditioneel doel ik op zaken die behalve van klanten die maaltijden komen afhalen ook nog kunnen bestaan van mensen die ter plekke komen eten en niet op de zaken die het van modernere concepten moeten hebben, zoals van diverse wokvarianten volgens het ‘all you can eat-concept’. Die vraag kwam bij me op omdat ik nog maar zelden mensen hoor zeggen dat ze een avondje uit eten zijn geweest bij de Chinees. De laatste keer dat ik zelf aan tafel zat bij het type zaak dat ik voor ogen heb moet een jaar of vijf geleden zijn geweest, toen we met de hele familie naar New China Garden in de Badhuisstraat in Vlissingen gingen. We smulden er van gerechten die warm werden gehouden op van die rechthoekige  waxinelichthouders. Na het eten was ik bijna geneigd om aan de ober te vragen waarom ik deze keer geen papieren minilantaarn in een doosje kreeg. Dat idee.

Toen we hier op het terras over kletsten werd ik er fijntjes op gewezen dat er nog genoeg van zulke zaken bestaan, onder meer in Domburg en Souburg. Die zaken schijnen nog steeds genoeg mensen te trekken die ook ter plekke komen eten. Dat zijn niet alleen toeristen. Ik ga daar de komende tijd eens wat beter op letten. Ik geloof het weliswaar meteen, maar toch is er iets dat me zegt dat ‘de oude Chinees’ aan het verdwijnen is, door concurrentie van nieuwe concepten, bezorgdiensten en keukens uit andere landen. Zo veel als er ooit waren zijn er in ieder geval niet meer.

@

Deze bijdrage verscheen eerder in de rubriek Barcodes

zaterdag 25 april 2015

Nieuwe uitdaging: samenwerken met het Zeeuws Museum...en de gebroeders Hoekman


Het is er nog niet van gekomen om aandacht te besteden aan het feit dat M.I. Webwerk deze maand vijf jaar bestaat. Daar kom ik later nog wel op terug. Voor nu vind ik het leuker om te vermelden dat ik van het Zeeuws Museum in Middelburg een opdracht heb gekregen die in veel opzichten nieuw is voor mij: ik mag een filmpje maken over het schilderij 'Aan de Toog', van Charley Toorop, dat zij maakte in 1933. Het schilderij toont een tafereel dat zich afspeelt in herberg/hotel De Valk in Westkapelle.

Ik vind het niet alleen eervol dat het Museum me hiervoor gevraagd heeft, ik vind de opdracht op zich ook erg interessant. Je kunt die opdracht zien als een pilot, die deel uitmaakt van het grotere project Huis van Herinnering (zie ook de trailer). Dat project is gericht op het verzamelen van kennis bij ouderen over het Zeeuws verleden, waarbij gebruik wordt gemaakt van voorwerpen uit de museale collectie. Wellicht ten overvloede, maar dat sluit dus nauw aan bij wat we ook willen doen en bereiken met websites als Veere Dronk en Middelburg Dronk. Dat kompaan Rob van Hese al veel informatie over Toorop en De Valk heeft verzameld kun je hier niet helemaal los van zien. Wij verzamelen immers ook kennis en verhalen. Die link zag Marleen Rozenbrand van het museum ook.

Maar het verhaal (door-) vertellen in een korte video is natuurlijk iets anders dan dat doen in woorden en foto's. Toen me duidelijk werd dat ik van het museum zelf mensen mocht kiezen om mee te werken hoefde ik niet lang na te denken. Ik dacht meteen aan de gebroeders Sebastiaan en Matthias Hoekman, waar ik in 2013 al eens over schreef, nadat zij een clip hadden gemaakt voor Danny Vera. In het vakmanschap van die broers heb ik veel vertrouwen. Ik was dus erg blij toen zij me lieten weten graag eens met me samen te willen werken. De komende weken gaan we aan de slag, met onderzoek, contacten, een scenario en de opnames. Een mooie uitdaging!

Ondertussen vind ik het ook mooi dat ik weer iets mag doen in de culturele sector. Dat is de afgelopen maanden toch wat minder geweest. Dat het dan nu ook eens een museum betreft, in plaats van een bibliotheekorganisatie of een archief, verbreedt het perspectief alleen maar. En het versterkt de lokale en regionale activiteiten waar ik wél druk mee ben bovendien. Mooi toch? Ik heb er hoe dan ook zin in!

Gerelateerd:
Museumburen: mooie PR van het (Zeeuws) Museum
Zeeuwse Museumskaters: een korte film
Middelburgse Hoekmannen draaien Danny Vera

@

Foto De Valk in 1925: Beeldbank Zeeland Zeeuwse Bibliotheek/Veere Dronk

donderdag 23 april 2015

The User is Drunk: je website geanalyseerd door een straalbezopen specialist


Van die concepten die zo simpel en geniaal zijn dat je continu denkt: "allemachtig, had ik dit nu ook niet even kunnen verzinnen, een paar jaar geleden?"

Waar gaat het over? Welnu, over Richard, die zich tegen een vergoeding van 500 dollar een stuk in zijn kraag drinkt om vervolgens je website onder de loep te nemen. Het idee van zijn bedrijfje is dat je website zo simpel zou moeten zijn dat iemand die dronken is er ook mee uit de voeten kan.

En het werkt nog ook. Op de Facebookpagina van het Nederlandse bureau Label A is zo'n filmpje te zien. Voor 500 dollar een paar vliegen in één klap. Richard verdient lekker bij, bij Label A lacht het hele team zich een breuk en je hebt meteen hilarisch promotiemateriaal bovendien.

@

woensdag 22 april 2015

Die leerzame eerste keer


Ah, Clairvaux-les-Lacs. Wat bewaar ik toch veel goede herinneringen aan dat niet eens zo heel bijzondere plaatsje in de Franse Jura. Ik ging er in mijn jeugd vier keer op vakantie maar de zomer die me voor altijd bij zal blijven is die van 1985. De verklaring daarvoor is simpel: het was de zomer van mijn eerste keer, of beter nog: van verschillende eerste keren. Het begon ermee dat ik een dag na aankomst vriendjes werd met een andere Zeeuwse knaap, die ook met zijn ouders op de camping stond. Laat ik hem Sjors noemen. Hij kwam uit Heinkenszand en hij was even oud als ik maar er was een belangrijk verschil: hij was stouter dan ik, veel stouter. Dat merkte ik de eerste avond in het plaatselijke jeugdhol al. Daar kon je niet alleen videogames en tafelvoetbal spelen, je kon er ook alcohol drinken. Sjors vroeg of ik ook een biertje wilde. Ik weigerde beleefd. Hij liet zich daar echter niet door van de wijs brengen en kwam aanzetten met een zogenoemde Monaco; een biertje, aangelengd met grenadine. Ik vond het lekker.  Het bleef die vakantie dus niet bij die ene.

Die vakantie werd ik ook voor de eerste keer in mijn leven gearresteerd. Tijdens een wandeling in het dorp vond Sjors het grappig om van een leegstaand gebouw in verval de laatste intacte lamp stuk te gooien met een steen. Even later dook er een blauwe Renault 4 op met daarin twee gendarmes, die ons met getrokken pistool arresteerden. We wisten niet wat ons overkwam. Uiteindelijk werden we in een arrestantenbus naar de camping vervoerd, waar onze ouders werden ingelicht. We kregen een taakstraf. We moesten de bouwval helemaal schoonmaken en een nieuwe lamp ophangen. Omdat het aanbod schaars was werd het uiteindelijk een soort kroonluchter van een paar tientjes. Een dure les, vonden we.

Maar het hoogtepunt moest nog komen. Sjors en ik hadden ook allebei een vakantieliefde. Op een van de laatste avonden belandden we ergens in een weiland en wat begon als geintje werd werkelijkheid: we werden allebei ontmaagd. Heel indrukwekkend was dat overigens niet. Met de sokken nog aan een heupbeweging of drie. Dat werk. Maar het kon ons weinig schelen op dat moment. Binken waren we! Daar dronken we maar wat graag een extra Monacootje op.

Na die vakantie zag of hoorde ik Sjors nooit meer. Tot vijf jaar geleden. Opeens hoorde ik een stem in een café in Middelburg, die me aan hem deed denken. En verdomd: hij was het. Herinneringen ophalen natuurlijk. Lachen! Totdat ik hem vroeg hoe het hem verder was vergaan. “Niet al te best”, zei hij. “Ik heb een paar jaar vastgezeten.” Hij zei het in onvervalst Zeeuws, maar ik begreep het maar al te goed. “Bin mee een musse over m’n kop bie ’n echtpaar naer binnen gestuukt”. Ik besefte: de een ziet een eerste keer als waarschuwing, de ander als een uitdaging. Ik vond het sneu voor hem, maar was toch ook blij dat ik mijn lesje wél had geleerd. Het lesje van die gendarmes dan toch.

@

Deze bijdrage verscheen eerder in de rubriek Barcodes.

vrijdag 17 april 2015

Bezuinigen en reorganiseren zonder de klant weg te jagen



Steeds neem ik me voor om alleen nog te schrijven over al het moois dat de instituten waar ik van hou te bieden hebben, maar het lukt gewoon niet altijd; er gebeuren gewoon te veel dingen waar ik oprecht verdrietig van word. Wat nu weer dan, ouwe zuurpruim?

Welnu: het is algemeen bekend dat mijn oude werkgever de Zeeuwse Bibliotheek fors moet bezuinigen. Kunnen ze ook niks aan doen, dat is nu eenmaal aan de hand. Dat er dan keuzes moeten worden gemaakt is ook logisch. Het doet altijd pijn, hoe je het ook wendt of keert. Maar je zou toch denken dat in dat hele snoeiproces de klant centraal staat. Juist in deze tijd zou je die dingen moeten koesteren waar de klant nog wél warm voor loopt, toch? Gebeurt dat dan niet? Veel te weinig als je het mij vraagt.

Neem nu de herinrichting van het gebouw, van de afgelopen jaren. Die was beslist nodig, met de naderende fusie met Scoop in het vooruitzicht en het mag gezegd: een aantal ruimtes zijn mooi opgeknapt. Maar ergens onderweg besloot ook iemand om de studiecabines gewoon van de bouwtekeningen te laten verdwijnen, zonder inspraak van de afdeling die de cabines beheerde. Zeker, er kwamen glazen raadpleegruimtes voor terug, maar die zijn lang niet zo stil en isolerend als de oude cabines. Het alternatief van de tweede verdieping als rustpunt in het gebouw bestaat ook niet meer, die werd opgeofferd en getransformeerd tot kantoortuin. Kort samengevat zou je kunnen stellen dat er nu nauwelijks nog stiltegebieden zijn in de bibliotheek, misschien zelfs wel helemaal geen. Nu zal niet iedereen dat erg vinden, maar ik heb in de tussentijd toch al heel wat klanten gesproken die het missen. De behoefte aan studieruimtes, weg van alle afleiding, is groot. Vraag het maar eens na bij de Nederlandse Universiteitsbibliotheken: die kunnen de vraag soms niet eens aan.

Iets soortgelijks speelt zich nu rondom het magazijn van de Zeeuwse Bibliotheek, waar ongeveer driekwart van de collectie wordt bewaard. Men heeft besloten dat dat magazijn 's avonds, en op sommige dagdelen, wel wat minder vaak open kan zijn. Op de website wordt die koerswijziging nog positief gebracht, als een kleine wijziging in de dienstverlening, maar die wijziging heeft veel meer impact dan menigeen beseft. Het moge dan zo zijn dat er lang niet meer zo veel magazijnaanvragen zijn als in de jaren 80 en 90, maar jeetje: er zijn nog altijd talloze mensen die speciaal naar Middelburg reizen om werken uit de magazijncollectie te raadplegen. Zij krijgen nu te horen dat ze maar even een paar uur moeten wachten, of een dag later terug kunnen komen. Een deel van die mensen komt dan volgens mij nooit meer terug. Dat was 'in mijn tijd' altijd een van de vuistregels. Zo min mogelijk 'nee verkopen'. Dat gebeurt nu wel, vaker dan menig medewerker lief is in ieder geval.

Dat er beslist wordt dat er moet worden bezuinigd op de wetenschappelijke collecties en opslag van collecties die ook al elders worden bewaard kan ik goed volgen. Dat is onvermijdelijk, op de langere termijn. Die bui zag de voormalige conservator van de bibliotheek ook al jaren hangen. Maar waarom richt je het dan niet zo in dat een groepje medewerkers kantoor houdt in het magazijn, en de aanvragen tussendoor verwerkt? Dat is echt goed te doen, dat weet ik zeker. Binnen alle taken en werkdruk is daar heus nog ruimte voor. En als dat écht niet zo is zou je ook nog kunnen overwegen daar vrienden van de bibliotheek voor in te zetten. Ik noem maar een zijstraat. Of heroverweeg het magazijn als geheel en maak er een open opstelling van. De meest waardevolle werken zijn tenslotte veilig opgeborgen in de kluis.

Maar ik zal wel weer te simpel denken ofzo. Ik moet ook toegeven dat ik de gemaakte afwegingen niet ken. Maar ik word er desondanks droevig van. Als je bezuinigt zou je het zo moeten doen dat klanten het nauwelijks merken. Op zo'n manier dat ze niet worden weggejaagd. Anno 2015 kun je je dat gewoon niet meer permitteren.

Gerelateerd:
De bibliotheek van nooit uitgeleende boeken
Papieren parels in een kluis van beton
Over de bezuinigingen op de Zeeuwse Bibliotheek

@

Foto magazijn Zeeuwse Bibliotheek 1987: Wim Helm, Beeldbank Zeeland

dinsdag 14 april 2015

Over het Actieplan Binnenstad Middelburg en de komst van Decathlon


Gisteren was de mogelijke vestiging van Decathlon in Middelburg weer volop in het nieuws. Omroep Zeeland kopte dat het bedrijf het wachten op de gemeente beu is maar in de PZC van vandaag bezweert wethouder Simons dat de politiek dat niet ervaart als een dreigement.

Als je alles nog eens terugleest kun je je echter afvragen of zo’n dreigement überhaupt nodig is. De besluitvorming is inderdaad traag, maar dat heeft vooral te maken met alle bochten waarin de Gemeente zich moet wringen om nieuwbouw op ZEP mogelijk te maken. Het duizelt je, als je alle stukken ziet die bij het onderwerp horen. Maar als je de moeite neemt om ze door te lezen kun je je toch niet aan de indruk onttrekken dat de goedkeuring van de vestiging al min of meer vastligt. Argumenten van tegenstanders worden genegeerd of afgezwakt. Het is zonde van alle rapporten die geschreven zijn.

Het interessante is dat niemand echt tegen de komst van Decathlon op zich is. Waar het vooral om gaat is dat er wordt aangestuurd op nieuwbouw, terwijl er al zo veel leegstand is. In het raadsvoorstel dat besproken werd komt dat slechts kort aan de orde, terwijl het veel genuanceerder ligt dan het er staat. Zo schrijft men dat een vestiging van de winkel in de binnenstad geen optie zou zijn. Als voorbeeld wordt onder meer het Geeregebied aangehaald. De eigenaar van de leegstaande winkels daar zou inzetten op een andere invulling. Nu weten wij dat dat inderdaad zo is, maar Decathlon heeft zich daar nooit gemeld, terwijl die 1750 vierkante meter daar nog steeds beschikbaar is. We weten in ieder geval dat het bedrijf daar gewoon welkom zou zijn. Toegegeven, het is iets minder ruimte dan men wil bouwen in de ZEP, maar er zou best een mouw aan te passen zijn. Het complex aan Achter de Houttuinen beslaat bovendien 3000 vierkante meter.

En beide locaties bevinden zich boven parkeergarages! Maar is het niet gewoon zo dat Decathlon zich alleen maar aan de rand van de stad wil vestigen? Dat is in ieder geval wel wat het bedrijf vorig jaar aangaf in een interview met FD. Maar zelfs daar wil men bestaande ruimte niet invullen, terwijl die toch beschikbaar is. Wij hoorden zelfs fluisteren dat BCC zich op termijn ook zal gaan concentreren op de vestiging aan de kant van de Mortiere, nu Micro Electro is overgenomen. Als dat waar is zou er op termijn zelfs nog meer ruimte vrijkomen.

Om een lang verhaal kort te maken: het is beschamend om te zien hoe de betrokkenen dit verhaal er doorheen proberen te drukken, om allerlei duistere redenen. Het doet een beetje denken aan de recente situatie in Den Haag en Schiedam, waar Provinciale Staten vergelijkbare wensen van die steden niet honoreerden. Dat is niet voor niets. We citeren nog maar eens uit het recente Actieplan Binnenstad Middelburg van de gemeente:
Ook in het centrum van Middelburg is de leegstand de laatste jaren toegenomen. De gemeente vindt dat een zorgwekkende ontwikkeling en wil dan ook alles op alles zetten om de binnenstad toekomstbestendig te maken.
Met de besluitvorming rondom Decathlon wordt die stelling in ieder geval niet onderschreven. Dat verdient toch een tegengeluid?

@

Deze bijdrage verscheen ook op de Facebookpagina Wij zijn De Stad.