zondag 31 juli 2011

Te lui om te leren fotograferen


Je vervelen terwijl je de beschikking hebt over een computer. Het schijnt mogelijk te zijn maar ik vind het nog best lastig om me te verplaatsen in mensen die dat ervaren. De computer verveelt mij eigenlijk nooit namelijk. Natuurlijk komt het wel eens voor dat ik wel eventjes geloof met al die websites en toepassingen maar dan  zijn er altijd nog die 1001 dingen die ik ooit nog wel eens zou willen leren maar nooit tijd voor vrijmaak. Een van die dingen is fotografie in combinatie met fotobewerking. Voor mijn opleiding heb ik me nog wel eens verdiept in de basis van Photoshop en in 2009 kocht ik nog heel enthousiast een kleine camera, maar daar is het bij gebleven. Het komt er gewoon niet van. Ik neem genoegen met de gein van Instagram op mijn mobieltje. Voor wat betreft bewerking neem ik genoegen met de filters die in de app verwerkt zitten. Dat is pure luiheid.

Misschien moet ik mijn luiheid maar eens gewoon onderkennen en me vervolgens verdiepen in de basisvaardigheden van fotograferen met je telefoon. Het is wellicht al genoeg om de goede tips van The Next Web ter harte te nemen. Maar zelfs dat lijkt nog teveel gevraagd. Wat is dat toch? De zesjescultuur van Balkenende?

Bovenstaande foto van Marleen maakte ik drie weken geleden in Normandië. Daar kreeg ik veel positieve reacties op. Laat ik dat dan maar een toevalstreffer noemen want het is geen plaatje waar we veel tijd voor namen. Ik stelde na het eten voor om een klein stukje te gaan wandelen in de omgeving. Na twee keer links te zijn afgeslagen waren we ervan overtuigd dat we ons aan de achterzijde van onze gîte bevonden, met alleen nog een bergje ertussen. De foto nam ik tijdens het beklimmen van dat bergje.

Hoe het precies kon weten we nog steeds niet, maar toen we door een hek moesten afwijken van de route die we oorspronkelijk in gedachten hadden, dwaalden we steeds verder af, om na anderhalf uur te constateren dat we minstens 8 kilometer van huis waren. Omdat het mobiele bereik onvoldoende was hadden we niets aan Google Maps. Pas na het vragen van de weg vonden we een 4 kilometer lange slingerroute die ons weer thuisbracht, net voor het écht donker werd. Dat is dan toch het verhaal dat deze *kuch* compositie bij mij oproept.

@

De appificatie van het boek


Als je dagelijks geconfronteerd wordt met fraaie infografieken vol prachtige cijfers geloof je het op een gegeven moment wel. Je controleert de cijfers niet meer, ook al omdat je weet dat ze de werkelijkheid meestal toch verhullen. Noem het ijdelheidsstatistieken. Zulke statistieken kom je vaak op het web tegen maar in de analoge wereld  worden ze ook gebruikt. Denk bijvoorbeeld aan de jaarverslagen die trots vermelden hoeveel bezoekers ergens verwelkomd mochten worden, maar niet wat die bezoekers ter plekke deden.

Wat dat betreft moet je de cijfers over het oprukkende eboek ook met een korrel zout nemen. Ondanks dat vind ik het interessant om te constateren dat de neiging naar steeds kortere en visuelere content aan terrein blijft winnen. Waar iedereen de mond vol heeft van gamificatie in de wereld van marketing, zou ik bijna gaan denken dat er in de boekenwereld sprake is van appificatie. Het model van de app waar je hooguit 99 cent voor neer wilt leggen, maar liever helemaal niets. Het model waarbij het gros van de apps inwisselbaar is voor anderen. Het model waarbij je de gewenste content binnen een minuut op je scherm hebt en desgewenst ook weer meteen kunt wegmikken.

Ik maak deze vergelijking omdat Paid Content mij vanavond liet kennismaken met het verschijnsel E-Singles. Die korte boekvarianten schijnen steeds populairder te worden. Op dezelfde website het verhaal over het succes van een ouder boek dat werd afgeprijsd naar 99 cent. Dat verhaal lezen we steeds vaker. Misschien is het nog te vroeg om van een ontwikkeling te spreken, maar wat zou het? Ik waag het erop. Appificatie van boeken dus.

@

Afbeelding

zaterdag 30 juli 2011

De blauwe oceaan van Nintendo is niet meer zo blauw


Soms ben ik best blij dat Nintendo nauwelijks interessante games op de markt brengt: dat levert me namelijk stapeltjes uren op die ik aan andere dingen kan besteden. Maar welbeschouwd is het doodzonde dat de Wii daar maar staat, onaangeraakt. Het is krankzinnig dat je als liefhebber altijd maar weer wacht op de volgende Zelda.

Dat Nintendo veel succes heeft geboekt met de Wii is bekend. Die console was een mooi staaltje Blauwe Oceaan-strategie. Maar nu dat succes wel zo'n beetje is uitgemolken doemt de vraag weer op of het Japanse bedrijf de komende jaren de herwonnen toppositie zal weten te consolideren. Ik heb zo mijn twijfels. Als ik de Wii U zie, zie ik geen Blauwe Oceaan. Ik weet niet goed wat ik wél zie, maar warm word ik er niet meteen van. Twee weken terug heb ik in een Franse FNAC even staan spelen met de 3DS, daar schoot ik ook al niet van in de genotsmodus. Het verbaast me niet dat de verkoop van dat apparaatje zwaar tegenvalt. En dan ziet Nintendo mobiel gamen ook nog als een bedreiging, in plaats van als kans. Dat lijkt me nogal defensief, in dit tijdperk.

Je kunt nooit uitsluiten dat Nintendo alsnog verrassingen uit de mouw zal schudden (het is tenslotte Nintendo) maar ik weet het niet hoor, ik krijg het gevoel dat het tijd wordt dat Nintendo naar een nieuwe Blauwe Oceaan vaart, als ze niet willen zinken.

@

vrijdag 29 juli 2011

Een interview over online reputatiemanagement


Twee weken terug werd ik geïnterviewd door freelance journalist Laurens Lammers, over Googles Me on the web en online reputatiemanagement. Vandaag werd zijn artikel gepubliceerd in een aantal kranten van Wegener, zoals in de Stentor en het Eindhovens Dagblad. In de PZC dan weer net niet. Dat is jammer, maar het mag de pret verder niet drukken. Ik vind het altijd weer leuk om voor dit soort dingen gevraagd te worden. Het is een bevestiging dat het helemaal geen kwaad kan, om je met je vak te profileren op het web.

@

De foto van het artikel werd gemaakt door Ingeborg van Meggelen, na een oproep op Twitter. Waarvoor dank.

Waarom ik iTunes haat


iTunes zuigt hard. Zo hard dat ik zo nu en dan serieus overweeg om Apple in de ban te doen. Het enige dat mij daarvan weerhoudt is mijn liefde voor de iPhone. Dat kleine computertje bevalt me dan weer zo goed dat ik geen andere telefoon meer zou willen. Volgens mij moet je dan constateren dat er sprake is van een dilemma.

Bijna een jaar lang dacht ik dat het aan mij lag: dat mijn geklungel met iTunes het gevolg was van de handleiding niet lezen (RTFM, een klassieker...) maar nu ik vandaag voor de zoveelste keer moet vaststellen dat deze software dingen heeft gedaan die ik helemaal niet wil heb ik besloten de schuld bij de ontwerpers van de software te leggen. Het programma is gewoon niet logisch. Er staan standaard verkeerde dingen aangevinkt. De software is onnodig traag. De interface is ruk.

Dat komt uiteraard wel vaker voor, maar van een bedrijf dat in een kwartaal 7,31 miljard dollar winst maakt mag je toch verwachten dat hun centrale programma, het hart van hun dienstverlening, gebruiksvriendelijk en laagdrempelig is. Hoewel ik beslist geen whizzkid ben durf ik toch best te beweren dat ik redelijk wat ervaring heb met softwaregebruik. Desondanks geeft iTunes me vaak het gevoel dat ik een idioot ben. Hoe zou dat dan zitten met mensen die weinig of geen computerervaring hebben? Die laten iTunes dan toch helemaal links liggen?

Of ligt het misschien toch aan mij en bén ik gewoon een idioot? Ik ben best bereid dat toe te geven, als blijkt dat ik een van de weinigen ben die dit zo ervaart. Maar iets zegt me dat ik niet de enige ben.

Laat ik maar even gaan lachen op Damn You Auto Correct. Ergernis verdrijven met een grijns.

Update 30 juli: Apple lijkt het zelf ook te beseffen. Dat is goed nieuws.

@

donderdag 28 juli 2011

De Middelburgse Turfkaai, een hoog-dynamische straat


Van High-dynamic range imaging (HDR-fotografie) weet ik niets, maar ik weet wel dat ik deze foto van de Middelburgse Turfkaai (recht tegenover de Zeeuwse Bibliotheek) schitterend vind. De foto is gemaakt door David Magee, en met toestemming overgenomen van zijn blog.

@

Raadplaatje


Hoeveel beroemdheden herken jij, in deze advertentie van de Kindle van Amazon? Even klikken op de afbeelding om 'm te vergroten

@

Drinkebroeders met een missie


Onlangs had ik het geluk dat ik acht uur lang in een mooi Haarlems café mocht doorbrengen met een groep mannen die allemaal werkzaam zijn in de informatie- en bibliotheekwereld. Een dag later vroegen een paar vrienden mij verbaasd waarom ik vrijwillig en in mijn eigen tijd een dag had doorgebracht met vakgenoten. “Dat is toch niet bepaald jouw hobby, is het wel?” Ik antwoordde bevestigend maar hoorde mezelf ook zeggen dat “dit andere koek was”, en dat “dit gelijkgestemden waren.”

Toen ik later terugdacht aan die reactie vroeg ik me af waarom ik dat nu eigenlijk had gezegd. Wat had ik immers nu helemaal gemeen met de mannen met wie ik een dag lang had zitten bomen over een keur aan bibliotheekgerelateerde onderwerpen, onder het genot van bier en spijs? Een paar heren uit het gezelschap zou je kunnen omschrijven als ‘biebtechies’, die zich dagelijks bezighouden met ontsluitingstechnieken, semantische software en meer van die dingen die ik alleen met heel veel moeite kan begrijpen. Dan was er een muziekbibliothecaris, die zich vrijwillig heeft vastgebeten in de mogelijkheden van open muzieksoftware, piraterij en het digitaliseren van bladmuziek. Er zat een Limburger bij, met een voorliefde voor alles wat open is (van software tot gesprekken). En dan nog een afdelingshoofd, een bibliotheekopleidingstudent met anarchistische inslag én een theaterexpert. Je zou het clubje bijna omschrijven als een rariteitenkabinet.

De mogelijkheid van die omschrijving maakte dat ik opeens besefte waarom ik het gezelschap omschrijf als gelijkgestemden. Ik gedij goed in een rariteitenkabinet omdat ik zelf ook raar ben. Ik vind het prachtig als mensen een dag vrij nemen van hun werk en het hele land doorreizen…om te kunnen praten over hun werk. Let wel: over hun werk, niet zozeer over zichzelf. Dat werk speelt zich, ongeacht de omvang en het belang van een project, in wezen af op microniveau. Als je tijdens het bomen de jongens in de ogen kijkt zie je echter dat zij allemaal de wens koesteren om het werk naar een hoger niveau te tillen, om de opgedane kennis te delen op een manier die voor iedereen begrijpelijk is.

In feite is dat wat heel de bibliotheeksector wel zou willen, maar waar diezelfde sector steeds maar niet aan toekomt. Altijd zijn er weer die tegengestelde belangen, is er dat wegebbende urgentiegevoel, is het de vergadercultuur die wint. De gelijkgestemden beseffen dat maar al te goed maar het mooie is: zelfs als zij al vele jaren werkzaam zijn in het vak zie je het vuur in hun ogen nog smeulen. Deze rare broeders geven niet op omdat ze altijd verder kijken dan hun wereldje groot is. Daar drinken ze graag een biertje op.

Deze column verscheen ook in Digitale Bibliotheek 6/7 2011

@

De oogst van vier jaar 23 Dingen, een interview met Rob Coers


De nieuwe Digitale Bibliotheek is uit. In dat nummer staat onder meer een interview van ondergetekende met Rob Coers, waarin we uitgebreid spraken over de opbrengsten van vier jaar 23 Dingen, een online leertraject over nieuwe media, waar bijna 5000 bibliothecarissen aan deelnamen. De Dingen hebben vruchten afgeworpen, maar de sector is niet wat je noemt massaal het web opgegaan. Dat, en meer, kwam aan de orde in het prettige gesprek. Op Slideshare staat de volledige versie van het artikel. De foto's bij het artikel zijn van Jan de Waal.

@

Klassiekers deel 161: Deep Down and Dirty


Stereo MC's luister ik graag als ik in de auto zit, met name de plaat Deep Down and Dirty. We belong in this world together doet je deinen, andere songs doen je juist stuiteren. Lekker. Maar de titeltrack mag er ook zijn, zeker.

@

woensdag 27 juli 2011

#Roamler: je met plezier laten crowdsourcen


Anderhalve maand geleden schreef ik hier over Roamler. Ik bombardeerde die toepassing tot app van de week zonder 'm gezien of gebruikt te hebben. Na vier weken, tijdens de vakantie in Normandië kreeg ik een uitnodiging. De eerste vijf -onbetaalde- opdrachten, kon ik daar uitvoeren. Opdracht nummer 6 vereiste echter aanwezigheid in Nederland: het fotograferen van een mooi onontdekt plekje in Nederland. Als je dat goed doet ontvang je twee euro.

Zojuist zag ik dat er nog meer opdrachten uit te voeren zijn, in de nabije omgeving, zoals bovenstaande. Tijd om op pad te gaan. Iets zegt me dat Roamler een mooie toekomst tegemoet gaat. Dit concept is gewoon ijzersterk. Soundtrack van de dag is uiteraard Metallica.

@

dinsdag 26 juli 2011

Maar waar moet ik nu precies m'n lul hangen?


Zit ik vanmiddag met een paar jonge dames te beppen, gaat het opeens over computerprogramma's. "Dat laat ik mijn vriendje c.q. broertje altijd doen", zeggen ze. Ik opper nog dat de meeste programma's veel op elkaar lijken, en dat het meestal een kwestie is van simpelweg naar de pagina 'instellingen' kijken, op het gemakje. Maar daar kan dus blijkbaar geen sprake van zijn. "Veel te ingewikkeld".

Dat deed me, hoe kan het ook anders, toch weer even denken aan al die cursussen die ik ooit heb gegeven. Met leeftijd of daadwerkelijke vaardigheden heeft dat nooit iets te maken gehad. Het gaat om de interesse van mensen. Wat wil je nu werkelijk leren en waarom? Als iemand een cursus volgt is dat niet per se een teken dat iemand de materie ook boeiend vindt, integendeel. Daarom ben ik ook altijd op mijn hoede als er een formulering is van cursusbehoefte. Willen de betrokkenen het ook echt of niet? En zoja: krijgen ze dan ook echt de ruimte om het geleerde in de praktijk te brengen? Daar wil het namelijk nog wel eens aan schorten.

Vanmiddag vertelde een vriend dat hij vaak een verhaal van mij gebruikt, als er weer eens een ICT'er op zijn werk van z'n neus staat te maken. Dat verhaal gaat over een kennis waar ik ooit een huis van huurde, die zichzelf graag omschrijft als digibeet. Op een gegeven moment kocht hij een flitsende computer met alles erop en eraan, maar hij had geen flauw idee waar hij moest beginnen. Dat interesseerde hem ook niet echt: hij wilde alleen maar kunnen skypen met een dame die hij had ontmoet in Thailand.

Of ik hem dat een keer uit wilde leggen.

Dat wilde ik, uiteraard. Op de bewuste avond vertelde ik zo rustig als ik kon over zijn webcam, de werking van Skype en het oplossen van foutmeldingen. Het viel me daarbij op dat hij niet echt luisterde. Hij was vooral bezig met het uitzoeken van bijzondere jazz, om die vervolgens te draaien op zijn bijzondere installatie. Fair enough. Ik op mijn beurt wist (en weet) immers geen reet van jazz.

Aan het eind van mijn verhaal, dat minstens anderhalf uur duurde, vroeg ik hem of het zo duidelijk was, en of hij snapte hoe zijn webcam werkte. Hij keek me ietwat glazig aan en vroeg:

"Sorry, ik heb niet goed opgelet, met al die jazz, maar waar moet ik nu precies m'n lul hangen?"

Noem het moderne media-educatie. Die is kansloos, als mensen niet werkelijk willen.

@

Afbeelding: Geeks are sexy

Cool: gereedschap lenen in de bibliotheek


Een bibliotheek die gereedschap uitleent, slaat dat ergens op? Ik dacht het wel! Je staat als organisatie tenslotte midden in de samenleving, je draagt je steentje bij aan duurzaamheid en je wil klanten optimaal bedienen. Neem eens een kijkje op de website van de bibliotheek van Berkeley en bewonder het aanbod (PDF).

Met boeken heeft dit niet veel meer te maken, of je moet de gereedschappen als verlengstuk zien van handleidingen, tuinboeken en de rubriek bouwkunde. Maar het is een geweldig idee, of niet soms?

@

Attendering: The Story of Stuff

maandag 25 juli 2011

Prachtig: analoog bloggen in Monrovia


Deze hartverwarmende reportage is voor internetbegrippen al stokoud (2 jaar), maar ik zag de beelden vandaag voor het eerst. Wat is dit mooi. Succesvol analoog bloggen in Monrovia, de hoofdstad van Liberia. Op een schoolbord, met een krijtje.

@

Bron: VBS

De strijd van Swartz: gearresteerd voor het downloaden van 4,8 miljoen wetenschappelijke artikelen


Wie hebben we hier? Aaron Swartz is de naam. Deze jongeman (hij is 24) heb ik hoog zitten. Vier jaar geleden schreef ik over hem, in zijn rol als mede-initiatiefnemer van het mooie project Open Library. Een jaar later kwam hij weer voorbij in de bijdrage 'We hebben het zeepje al lang geleden laten vallen'. Deze jongen is al sinds zijn 14e een man. Op die leefttijd was hij al betrokken bij de specificaties van RSS, dat informatieglijmiddel waar ik al zo veel plezier van heb gehad. Hij deed ook veel goed werk voor Wikipedia en websites als Demand Progress en Watchdog.net. Swartz ademt vrije toegang tot informatie. Hij is de belichaming van Creative Commons en Open Access. En hij is radicaal.

Swartz is zo radicaal dat hij vindt dat wetenschappelijke artikelen nooit achter duurbetaalde tolpoorten zouden mogen zitten (soms betaal je maar liefst 32 dollar per artikel). Om dat te benadrukken downloadde hij twee jaar geleden 4,8 miljoen artikelen uit de databases van JSTOR. Dat wordt door JSTOR beschouwd als diefstal; daarom is Swartz nu gearresteerd en riskeert hij 35 jaar celstraf en torenhoge boetes. Die arrestatie heeft er toe geleid dat een andere jongen nu, symbolisch, 19.000 artikelen, inclusief minimanifest, op torrentsites heeft geknikkerd.

Natuurlijk is dit geen downloadactie voor eigen gebruik, maar vanuit juridisch oogpunt lijkt het mij (hier spreekt een leek) nog niet zo eenvoudig om dat te bewijzen. Het gaat om het punt dat Swartz wil maken. Hij is op de barricaden geklommen. Hij vecht.

Veel mensen vinden dat je dat niet kunt maken, maar ik vind het moedig en goed en goed wat Swartz doet. Het ging nooit om het geld, heus niet.

Meer lezen:
Aaron Swartz v. United States
How Should We Liberate Knowledge?
Internet's 'free culture' advocate may pay high price

@

Foto: Wikimedia

Een iPhone als verrijking van een prentenboek


Kinderen vinden dit vast weer prachtig, maar zo inventief als Lost at E Minor stelt dat dit is, dat vind ik toch een beetje overdreven. Het is geinige aankleding van een prentenboek...of van een iPhone, en niet veel meer of minder. Toch?

@

Gelezen: Generatie A


Ik heb een zwak voor de schrijver Douglas Coupland. Het gekke is dat ik mezelf pas vanochtend ben gaan afvragen waarom dat zo is, 20 jaar na het lezen van zijn eerste boek, Generatie X, en twee weken na het lezen van Generatie A, dat hij schreef in 2009. Na het lezen van een niet al te positieve recensie in The Guardian dringt het opeens tot me door: Coupland doet me denken aan mijn grote held Aldous Huxley. Ook dat is geen schrijver die sterke plots neerzet, maar ik ben dol op z'n werk, omdat het in alles getuigt van toekomstvisie en van veel inzicht in de gevolgen van de technologische stroomversnelling waar de mensheid in de twintigste eeuw in  terecht is gekomen.

Zoals Huxley de wereld beschreef die hem omringde in de jaren '30 -en die hij voorzag voor de decennia daarna-, zo beschrijft Coupland de werelden van nu en de nabije toekomst. Het verhaal van Generatie A speelt zich ergens tussen 2010 en 2025 af. Omdat alle bijen zijn uitgestorven is er veel veranderd op aarde. En jawel. Zoals de wereldbevolking van Huxley massaal aan de Soma zat, zo zitten de mensen in Generatie A massaal aan Solon, een verslavende pil die je zorgen over de toekomst wegneemt en je continu vasthoudt in het hier en nu. Dat gegeven is uiteraard geen fictie. Alleen al in 2008 gaven Amerikanen 14 miljard uit aan Big Pharma. En Prozac? Dat werd in 2007 al aan 54 miljoen mensen wereldwijd voorgeschreven. Ik bedoel maar.

Dat Couplands verhaal vervolgens niet zo sterk is (vijf jonge mensen worden op vijf verschillende continenten door bijen gestoken (nog niet helemaal uitgestorven dus), wat wereldwijd voor een mediahype zorgt. Dubieuze wetenschappers brengen de vijf samen om uit te zoeken wat ze gemeen hebben. Als het vijftal gedwongen wordt elkaar verhalen te vertellen komt de waarheid uiteindelijk aan het licht) doet niets af aan het feit dat de schrijver net als in Microslaven en Generatie X de tijdgeest goed weet te vangen en je als lezer confronteert met de koude kant van technologie, een kant die alleen gecompenseerd kan worden met het menselijke, het sociale. Dat is voor mij al genoeg. Ik ben blij dat ik dit boek gekocht en gelezen heb.

Zie ook de bespreking van Sandra de Haan.

Coupland, D., Abelsen, P., & Neugarten, R. (2011). Generatie A: Roman. Amsterdam: J.M. Meulenhoff.

@

zondag 24 juli 2011

Dienstmededeling: tijdelijk gedeeltelijke feeds voor Mijns Inziens


Een mededeling voor de (RSS-)abonnees van Mijns Inziens: ik heb de feeds tijdelijk op 'gedeeltelijk' moeten zetten omdat ik na een reactie van Annemarie van Essen ontdekte dat er een paar sites zijn die alle teksten die ik schrijf volledig overnemen. Je hoeft alleen maar op de titel van een post te zoeken om die websites te vinden.

Over misselijke telecomproviders en gratis WiFi in Zeeland


Over een paar maanden loopt mijn contract met T-Mobile af. Omdat ik niet tevreden ben over de dekking van dat bedrijf (en ik ben niet de enige) was ik van plan om weer terug te gaan naar Vodafone, mijn oude provider. Maar wat doen die jokers? In een tijd dat het gebruik van mobiel internet explodeert, verhogen zij, net als KPN, de tarieven en verbieden ze het gebruik van toepassingen als WhatsApp. Je zou er de indruk van krijgen dat er prijsafspraken worden gemaakt. Nu de telecombedrijven merken dat steeds meer mensen telefonie en SMS als achterhaald beschouwen, gaan ze nieuwe communicatiekanalen uitmelken. Moet je straks dan ook een toeslag betalen voor Twitter of Google Plus? Voor Facebook en mail?

Toen ik het nieuws over KPN en Vodafone las dacht ik eerlijk gezegd dat T-Mobile ook zou volgen, maar dat lijkt niet het geval te zijn. Het zou me verbazen als het bedrijf daarin volhardt, maar als ze dat doen blijf ik hen trouw. Ik koester de iPhone namelijk als computer met internettoegang. Bellen kan me gestolen worden.

Hoe vervelend het is als mobiel internet wordt afgeknepen merkte ik wel tijdens de vakantie in Normandië. Op zich was ik blij met de Travel and Surf-aanbieding van T-Mobile (een week 'onbeperkte' internettoegang voor 7,50 Euro) maar mijn mobiele dataverbruik is nogal gestegen, ten opzichte van vorig jaar. Ik zat al vrij snel aan de 100 Mb dataverkeer, met als gevolg dat de verbinding via het oude EDGE-netwerk nog trager werd dan hij al was. Op zulke momenten besef je goed wat de toegevoegde waarde is van gratis WiFi.

Ik hoop dat de ontwikkelingen bij de providers lokale en regionale overheden ook zullen doen inzien dat de toegevoegde waarde van gratis draadloos internet in de provincie steeds groter wordt.  Een paar jaar geleden lag er een plan om heel Zeeland te voorzien van gratis draadloos internet, maar dat plan werd helaas nooit uitgevoerd. Wat dat betreft vind ik het bemoedigend dat de gemeente Veere sinds kort gratis WiFi aanbiedt in 6 Walcherse kustplaatsen. Dat doet je hopen dat steden als Middelburg en Vlissingen snel zullen volgen. En waarom ook niet? Ik geloof dat Veere niet veel meer dan 25.000 euro hoefde te investeren. Dat bedrag valt vast nog wel uit een of ander bouwputfonds te pompen, of uit een kunstdepot ofzo.

Free Wifi Zeeland? Yes we can!

Gerelateerd:
Eindrapport Draadloos Open Zeeland: WiFi in heel Zeeland is mogelijk
Mijn stamhut is overstag gegaan
WiMAX, de opvolger van WIFI

@

Blaken van vertrouwen


Goed, dan begin je dus een bedrijfje en je komt op de proppen met een veelbelovende app, die nogal wat aandacht krijgt. Je blaakt van het zelfvertrouwen. Daarom schuif je een bod van Google, van 200 miljoen dollar, lachend terzijde. Het commentaar op TechCrunch:
Color turned down the deal, say our sources. They then raised $41 million in debt and equity capital from Bain, Sequoia Capital and Silicon Valley Bank. That round valued the company at $167 million.
Should Color have taken the Google deal? Absolutely yes. The company has stumbled since launching, has failed to live up to its own hype and has lost founder Peter Pham and Chief Product Officer DJ Patil.
That said, it’s always nice to have the benefit of hindsight. At the time that Google was trying to acquire Color, the company had a killer team, a strong, bold vision and top tier investors willing to pile money into the startup. Entrepreneurs don’t start companies to sell them before they even launch. With the benefit of hindsight, though…Wow.
Ik ben benieuwd of het zelfvertrouwen terecht is. Ik zit in ieder geval niet te wachten op alweer een foto-app.

@

Afbeelding

Klassiekers deel 160: Gompie, het ijsje met een kauwgombal


Nippend aan een Calvadosje-na-het-eten, afgelopen woensdag in Houlgate, kwam het gesprek op ijsjes van vroeger. We konden maar niet op de naam komen van het ijsje dat in een plastic, konisch kuipje zat, met onderin een zompige, bevroren kauwgombal. In zo'n geval is het altijd interessant om een #dtv'tje (Durf Te Vragen) los te laten op Twitter. De reacties op Twitter en Facebook kwamen al snel. Sommige mensen dachten dat het ijsje Gemini heette, maar een meerderheid hield het op Gompie. Die naam zei mij helemaal niets, althans: niet als ijsje. Wel als artiestennaam, van die verschrikkelijke parodie op Living next door to Alice: Who the Fuck is Alice? Wat oudere veertigers herinneren zich misschien zelfs de gelijknamige poppenserie uit de jaren '70.

Hoe het ook zij: bij mij ging het herinneringslampje pas branden bij de tweet van Joost Nagtegaal, waarin hij verwees naar bovenstaande prijskaart van Ola. Daar wordt het ijsje eenvoudigweg Gombal genoemd. Veerle Tesse meldde op Facebook dat het ijsje nog steeds bestaat, onder de naam Gumball Cone.

Nu ik weer fatsoenlijk kan internetten besloot ik Gompie toch eens op te zoeken. Ik varieerde allerlei zoektermen en keek ook nog even in krantenbanken en het Geheugen van Nederland, maar een afbeelding van Gompie ben ik niet tegengekomen. Ik vond wél allerlei varianten, van de Screwball, tot de simpel kauwgombeker van van Gils, maar Gompie? Die kom je alleen tegen in reacties op fora.

Of heb ik te kort en onnauwkeurig gezocht? Is er iemand die wél een afbeelding van de Gompie kan vinden? Ik houd me aanbevolen, in dat geval!

De gompie is hoe dan ook een klassieker, dat moge duidelijk zijn.

@

Gelezen: The Story of Stuff


Een rotboek. The Story of Stuff is een prima rotboek. Waarom zeg ik dat? Omdat het boek van Annie Leonard je hoofdstuk in, hoofdstuk uit een rotgevoel bezorgt. Een gevoel van onbehagen. Een schuldgevoel. Een gevoel geconfronteerd te worden met de gevolgen van het bewust je ogen sluiten voor de realiteit. Kortom: The Story of Stuff is een boek waar veel mensen geen zin in zullen hebben.

Ik had er misschien ook wel geen zin in, maar om de een of andere reden lijk ik minstens een keer per jaar een boek te 'moeten' kopen dat de donkere kant belicht van de moderne samenleving in het algemeen, en van het kapitalistisme in het bijzonder. Vorig jaar was het Life Inc., van Rushkoff, in 2009 was het De infantiele consument van Barber. Vraag me niet waarom ik het doe. Het zal wel iets met m'n lakse geweten te maken hebben. Of met het in ieder geval willen beseffen dat ik er, zoals zovelen, een potje van maak.

The Story of Stuff gaat over consumentisme. Over overvloed en ongelijkheid. Over onnodige spullen. Over het gif in je huis en in je eten. Over de onzin van groene verkooptruukjes. Over eenvoud van leven. Over kleine dingen die je als mens kunt doen zonder een verzuurd leven te moeten gaan leiden.

Het is belangrijk om te weten dat Leonard geen prediker is. Ze is realistisch. Kijk de film en beslis of je dit 'verantwoord gedrukte boek' wil lezen. Ik leen het je graag ( de geest van het boek indachtig), al was het maar omdat jij misschien ook een paar adviezen ter harte zult nemen. Dit boek is bijvoorbeeld zéér pro-bibliotheek. Als je leest hoeveel er verwoest wordt om al die papieren boeken en tijdschriften uit te geven zou je spontaan een e-reader aanschaffen, ware het niet dat die apparaten nóg meer teringzooi bevatten en hebben achtergelaten op aarde dan je katoenen shirt of de kankerverwekkende anti-aanbaklaag in je koekenpan.

Een rotboek, zeg ik nogmaals, maar een belangrijk rotboek.

Leonard, A., & Popken, H. (2010). The story of stuff: Hoe onze obsessie met spullen de planeet, onze samenleving en onze gezondheid uitput, en een visie op verandering. Utrecht: LeV.

Gerelateerd:
De infantiele consument
Gelezen: Life Inc.
Naomi Klein's nieuwste boek
Leven met minder dan 100 bezittingen

@

Gelezen: Himmlers hersens heten Heydrich (HhhH)


Zoals je misschien weet lees ik veel te weinig boeken, omdat ik ook zo graag online informatie tot me neem, alsmede kranten en tijdschriften. Ik ben altijd wel bezig in een paar titels, meestal non-fictie, maar opschieten doet het maar zelden. Soms doe ik máánden, met een paar boeken. Aan romans kom ik al helemaal niet toe, hoe jammer dat ook is. Alleen in vakanties lukt dat soms nog. Dit jaar gelukkig ook.

Alleen al vanwege de titel wilde ik dit boek lezen: Himmlers hersens heten Heydrich (HhhH). Toen ik dat zag staan op de omslag van het boek dat een medewerkster van m'n stamkroeg zat te lezen, was mijn interesse meteen gewekt. Toen ik twee dagen later ook een positieve recensie las in een tijdschrift, en een  kennis mij het boek ook al aanraadde, was ik 'om'. Ik kocht het boek met een boekenbon die nog in mijn portemonnee zat.

HhhH vertelt het verhaal achter de aanslag op Reinhard Heydrich, in 1942 in Praag. De stijl van Laurent Binet is even wennen, maar na een paar bladzijden grijpt het verhaal je bij de strot, om die pas op de laatste bladzijde weer los te laten. Je weet niet precies zeker waar de auteur de geschiedenis verruilt voor fictie, maar het is een feit dat je steeds het gevoel krijgt veel te leren over de denkwijze van de meest vooraanstaande figuren van het Derde Rijk. De wijze waarop Binet de hiërarchie en bijbehorende spelletjes van kopstukken als Himmler, Göring en Heydrich beschrijft gaf mij in ieder geval het gevoel dat ik kennismaakte met een nieuw hoofdstuk uit de zwarte geschiedenis van Nazi-Duitsland.

HhhH deed me beseffen dat er nog veel oorlogsverhalen zijn waar ik nauwelijks iets van weet. Als puber verslond ik boeken over de Tweede Wereldoorlog, maar de achtergronden bij de gebeurtenissen in een land als Tsjechië ontgingen me toen grotendeels. Van de gore rol van Heydrich, die door Hitler als één van zijn gevaarlijkste en -vanuit het naziperspectief- één van zijn meest efficiënte vazallen werd beschouwd, wist ik ook vrijwel niets. In die zin was HhhH een eye-opener die me nog lang zal heugen.

Afgezien daarvan denk ik dat dit boek sowieso de moeite waard is. Het won de prix Gongourt niet voor niets. Het boek steekt goed in elkaar, het beklemt en het intrigeert. Je kunt het slechter treffen, als je op vakantie bent in Normandië.

@

Gelezen: Verleiden op internet


"Hou bezoekers zo kort mogelijk op je website"

Als je een hoofdstuk durft te openen met deze aanbeveling, onderscheid je je van de gemiddelde internetspecialist. Immers: het gros van die groep specialisten vertelt ons hoe we websites zó moeten inrichten dat bezoekers er lang blijven hangen. Dat geldt niet voor auteur Aartjan van Erkel. Hij schrijft verder:
Internetgebruikers hebben hun vinger op de muisknop, klaar voor de volgende klik. Ze kunnen zo snel door naar de volgende pagina, en dat is ook precies hun bedoeling. Ze hebben een enorme behoefte om de vaart erin te houden. Haastige websitebezoekers vinden het fijn als je hen een handje helpt met tempo maken. Ze komen met een concreet doel naar je site en zien bij aankomst op je homepage graag direct waar ze moeten beginnen. Hun grootste wens is om zo snel mogelijk klaar te zijn met de taak die ze in hun hoofd hebben, en weer weg te kunnen van je website.
Ik weet niet hoe het met jou zit, maar voor mij zijn de woorden van van Erkel heel herkenbaar. Ik breng dagelijks heel wat tijd door, op veel verschillende websites. Mijn geduld is daarbij in de loop van de jaren kleiner geworden: ik verwacht het overzicht, de snelheid en het gebruiksgemak van de beste websites die ik ken overal. Als een site ondermaats presteert, wat dat betreft, haak ik sneller dan ooit tevoren af, tenzij er iets te vinden is dat ik écht nodig heb.

Het is dát perspectief dat Verleiden op internet als uitgangspunt neemt, het perspectief van de gebruiker die al jaren niet meer op het dooie gemakje naar een paar vertrouwde websites surft, maar in plaats daarvan gericht en snel op doelen afgaat, of juist impulsief, via aanbevelingen van vrienden of op andere websites.
In 230 pagina's legt van Erkel in heldere taal, met een minimum aan internetjargon, uit hoe je een zakelijke website het beste kunt (laten) inrichten. Hij gaat in op het belang van duidelijk zichtbare knoppen voor de meest voorkomende handelingen op websites, op de opbouw van teksten en afbeeldingen én op het scheppen van een band met je bezoekers. Taalgebruik en (niet-) gebruiksvriendelijke webformulieren krijgen ook veel aandacht.

Ik schrijf regelmatig over het 'web zonder bestemmingen' en het afnemende belang van websites (door het nog steeds toenemende belang van aanvullende platformen, met name sociale media). Dat betekent echter niet dat ik vind dat websites er helemaal niet meer toe doen, integendeel. Ieder merk, iedere publicist heeft een moederschip nodig. Zonder moederschip zweven alle 'satellieten' doellloos in het rond. Ook daarom is het belangrijk bij te blijven 'op websitegebied'. Verleiden op internet is een aanrader wat dat betreft.

Sociale media komen er ietwat bekaaid af in dit boek maar dat is juist wel eens goed, voor de focus. De nadruk ligt op de constatering dat het echt niet ingewikkeld is om de eigentijdse websitebezoeker goed van dienst te kunnen zijn. Je internetconsultant doet je misschien iets anders geloven (dat vermoeden zou je althans krijgen, als je een rondje doet langs de sites van bibliotheken, musea en overheidsorganisaties) maar heus: in de basis is het eenvoudig. Van Erkel legt heel begrijpelijk uit waarom dat zo is.

Erkel, A. . (2011). Verleiden op internet: Hoe maak je een website onweerstaanbaar?. Culemborg: Van Duuren Management.

@

zaterdag 9 juli 2011

Sous les pavés la plage


À bientôt!

@

vrijdag 8 juli 2011

Subsidie voor innovatie


Het woord innovatie, oftewel 'de ontwikkeling van nieuwe ideeën en dingen', wordt te pas en te onpas gebruikt. Te onpas vooral door grote bedrijven en organisaties die beschikken over grote budgetten of subsidies voor innovatie. Dat men vaak niet veel verder komt dan het vernieuwen van oude concepten weerhoudt de betrokkenen er niet van het geheel als innovatie te bestempelen. Vanuit het eigen perspectief is het immers méér dan vernieuwend. Je ziet het bij de overheid, in de bibliotheekwereld en in de journalistiek. Ga het maar eens na voor jezelf: hoeveel innovatie heb je nu werkelijk gezien in die sectoren, de afgelopen tien jaar? Hoeveel nieuwe diensten of producten bestonden elders ook nog niet? Lukt het je dan om tien voorbeelden van echte innovatie te vinden?

Alexander Pleijter schrijft op De Nieuwe Reporter over de 8 miljoen euro die het Stimuleringsfonds voor de Pers verdeelde om de Nederlandse journalistiek te innoveren:
Verder zet Disco vraagtekens bij het innovatieve karakter van de toegekende projecten: “Innovatie is toch niet doen wat iedereen al doet of kan: een digitaal platform opzetten, gepersonaliseerd nieuws ontwikkelen, een tabletonderzoek starten? De Leeuwarder Courant krijgt zojuist 166.348 euro om te kijken wat ze als regionale krant met een tablet-pc kunnen. Als dat innovatief is, dan is een grot een laboratorium.” Hij doet ook nog een suggestie om het geld een volgende keer beter te besteden: “Dan kun je beter per bedrijf een jonge strateeg financieren. Voor acht miljoen heb je er 240.”
Voor drie ton dus heb je er dus een stuk of tien.

@

De nieuwe interface van Google Blogs


Dat de lancering van Plus impact heeft op het totale dienstenpakket van Google werd vorige week al duidelijk. Hoe groot die impact zal worden zal in de loop van de komende maanden blijken. Real Time zoeken krijgt in ieder geval een ander karakter, privacy maakt plaats voor verbindingen en de namen van bestaande diensten worden aangepast. Zo gaat Blogger voortaan Google Blogs heten.

De 'achterkant' van Blogger krijgt een nieuwe interface. Dat die er zou komen werd vorig jaar al aangekondigd dus het is moeilijk vast te stellen of die vernieuwing ook samenhangt met de lancering van Plus. Hoe het ook zij: op Blogger in Draft is de interface alvast doorgevoerd. Een verkenning leerde me dat dit geen spectaculaire veranderingen met zich meebrengt maar dat Google slechts de nadruk legt op meer overzicht, meer soberheid en een verbeterde navigatie. Niets om wakker van te liggen, wel leuk om even te bekijken.

@

donderdag 7 juli 2011

Je boodschappen scannen terwijl je op de metro wacht


Zie jij jezelf al je groenten voor de avond scannen, terwijl je op de metro staat te wachten? Ik nog niet meteen maar ik zie uiteraard wel meteen mogelijkheden voor de levering van informatie en media. Dat bezorgen wij gewoon ter plekke of bij uw thuis, mevrouw. Scan er maar op los!

@

woensdag 6 juli 2011

Je brein is een heelal, het heelal is je brein


Twee plaatjes. Het ene visualiseert de neuronen in de hersenen van een muis, het andere de structuur van het heelal. In april werden werden we meegenomen op een reis van de Plancklengte naar de Yotameters van het Universum; nu zien we dat alles werkelijk één is. Noem dat gerust een realiteitssandwich. Of de weg van Tao.
"As above, so below," goes the Hermetic belief — "That which is Below corresponds to that which is Above, and that which is Above, corresponds to that which is Below, to accomplish the miracles of the One Thing". In Eastern thought, this idea is often paraphrased as "As is the microcosm, so is the microcosm.
Wonen we in een gigantisch brein? Je zegt het maar. Mijn eigen brein knettert in ieder geval flink, als ik dit soort dingen lees.

@

dinsdag 5 juli 2011

Gutenberg.org bestaat 40 jaar


Wist je dat het eerste eboek 40 jaar geleden online werd gezet door de goede mensen van Gutenberg.org? Oprichter Michael Hart blikt terug en stelt:
Today…one hundred thousand titles available at PG, and 2.1 million available at The World Public Library, and 2.9 million at The Internet Archive, 1.6 million at Wattpad. That’s 6.7 million just off the top of my head and without adding in all of the Google eBooks, which is hard to do as Google doesn’t have an index for counting eBooks.
In dit tijdperk van overvloed schrikken we niet meer zo snel van een miljoentje meer of minder, maar welbeschouwd zijn dit toch indrukwekkende hoeveelheden. Deze maand kun je ze allemaal downloaden als je wilt, via World eBook Fair. De geschiedenis van Gutenberg in vogelvlucht wordt aangeboden als PDF.

Uit eten voor nerds: 10 maffe bars en restaurants


Dat er ook een bibliotheekbar op de lijst 10 Amazing Geek Bars and Restaurants staat is natuurlijk alleraardigst maar ik vind de hutten die de nadruk leggen op technologie indrukwekkender. Een robotrestaurant in Thailand, een World of Warcraft-restaurant in China en een weet-ik-veel-wat-voor-tent in Taiwan (oogt trouwens net zo onrustig als al die zaken op mij overkomen, die Taiwanese televisie, pfff). En dan die Clo Wine bar! Vaynerchuk viel van de ene in de andere verbazing.

@

Een logo van 15 miljoen


Vorige week kwam in een overleg de nieuwe huisstijl van Nederlandse openbare bibliotheken (meer informatie in de PDF Positionering en Merkbeeld) aan de orde. De Zeeuwse bibliotheken gaan die huisstijl eind 2011 invoeren, als de nieuwe websites worden opgeleverd. Nu ben ik geen liefhebber van eenheidsworsten maar ik ben wel voorstander van herkenbaarheid en een beeld dat de kracht van een netwerk benadrukt. Daarom vind ik het goed, dat er een nieuwe huisstijl komt en vind ik het nog beter dat de verplichte invoering ervan is gekoppeld aan de subsidieregeling aansluiting digitale bibliotheek.

Nu dacht ik dat die koppeling een einde zou maken aan het gekissebis in de sector, over dit onderwerp, maar  dat blijkt helaas niet zo te zijn. De grote bibliotheken in de Randstad doen bijvoorbeeld niet mee en ondanks de heldere richtlijnen zijn er nog genoeg bibliotheken die een eigen draai aan de huisstijl willen geven. Het gevolg is waarschijnlijk dat er toch weer aanleiding wordt gevonden voor stapeltjes vergaderingen over deze materie. Daarmee wordt de invoering misschien toch nog een prijzig geintje.

Laten we dan maar hopen dat het in ieder geval niet zo prijzig wordt als het 'nieuwe' Rijkslogo. De Pers deed een beroep op de Wob en ontdekte dat dit logo bijna 15 miljoen euro heeft gekost. GeenStijl vat dat nieuws even samen voor ons. Te bizar.

@

maandag 4 juli 2011

Merkwaardige kunst deel 61: de techo-illusionist


Goochelen met iPods. Je kon er op wachten. Maar hij legt je mooi in de luren, die Marco Tempest.

@

Zuid-Koreaans onderwijs stapt over op tablets


Zuid-Korea laat er geen gras over groeien! Tweakers meldt:
Het Zuid-Koreaanse ministerie van onderwijs wil dat tekstboeken op scholen vervangen worden door tablets. Als alles volgens plan verloopt, gaan alle leerlingen in 2015 met een tablet naar school. Het plan kost de overheid ruim 1,4 miljard euro. Leerlingen op basisscholen in Zuid-Korea gaan vanaf 2014 naar school met een tablet waarop digitale versies van hun leerboeken zijn opgeslagen, meldt de Jakarta Globe. In 2015 volgen middelbare scholen en het hoger onderwijs.
Nu staat dit verre land (ongeveer 50 miljoen inwoners) bekend om de voorliefde voor technologie, maar dit bericht doet je onmiddelijk afvragen hoe lang het zal duren voordat andere landen deze grote sprong voorwaarts zullen volgen.

Meer informatie op Technology Review.

@

zondag 3 juli 2011

Siene laat me los, die koop je bij Fukken


Sienne laat me los-sigaretten, die kocht in je in 1896 dus bij D. Fukken in Goes. Je weet zelf.

Dit gekke merk is mogelijk afgeleid een oerhollandsche schlager maar doet me hoe dan ook  grijnzen op deze zondag.

@

Bron: Krantenbank Zeeland

Googlemarketing: Winning the Zero Moment of Truth


Marketingjargon beheers ik niet bepaald. Ik had nog nooit gehoord van 'The first moment of truth', het moment waarop de consument daadwerkelijk voor een winkelschap staat, en beslist of hij/zij een product zal kopen of niet. Dat moment duurt maar een paar seconden.

Dat moment wordt vaak voorafgegaan door een kennismakingsproces. Vroeger waren dat vooral advertenties en televisiereclames, tegenwoordig zijn dat ook online recensies, zoekresultaten en aanbevelingen van vrienden en bekenden. Bij Google noemen ze dat het 'Zero Moment of Truth'. Medewerker Jim Lecinsky mocht er een uitgebreide paper (PDF) over schrijven: ZMOT: Winning the Zero Moment of Truth.

Ik heb de paper niet goed gelezen, maar na het vluchtig scannen van de inhoud concludeer ik dat het wel aardig is om dat later alsnog te doen. De paper is meer dan een pleidooi voor zoekmachineoptimalisatie (en alles wat daarbij hoort) van de hand van een Googlemedewerker. Door het 'boekje' ga je ook nadenken over de algemene indruk die je achterlaat bij je (potentiële) klanten. Projecteer dit eens op de digitale diensten van jouw organisatie. Hoe komt een bezoeker nu eigenlijk terecht op je website of in die databank? Wat ziet die bezoeker dan, en wat ervaart hij vervolgens? Druipen mensen vaak af of blijven ze lang hangen? Wat mij betreft zijn dat toch vragen die niet vaak genoeg gesteld kunnen worden.

@

zaterdag 2 juli 2011

Glitch: een fraaie en verslavende MMO


Online gamen staat al geruime tijd op een bijzonder laag pitje hier. Het is namelijk een tijdvreter van jewelste. Eergisteren kreeg ik echter een uitnodiging binnen voor de online game Glitch. Omdat ik niet meer wist wat voor soort spel dat was (blijkbaar had ik me meer dan een jaar geleden al opgegeven voor een uitnodiging) nam ik een kijkje.

En jawel hoor: de Sjaak.

@

Je Instagramfoto's in één keer exporteren met Instaport


Instagram is de bom. De foto's die je met die app maakt zien er cool uit en het wordt je wel heel makkelijk gemaakt om die foto's te verspreiden. Je gemaakte foto's beheren is echter een ander verhaal. Dat werkt vrij omslachtig in Instagram. Daarom is de tip van iPhoneclub een goede. Met Instaport exporteer je al je foto's in één keer, als zip-bestand. Handig toch?

@

Bibliotheken en uitgevers starten pilot uitlenen ebooks


TWIL #47: Frank Huysmans (Netherlands Institute for Public Libraries) from Jaap van de Geer on Vimeo.

In deze editie van This Week In Libraries (nummer 47 alweer) meldt Frank Huysmans (na 21 minuten) dat stichting Bibliotheek.nl en de uitgevers waarmee men in onderhandeling is binnenkort een pilot zullen starten rondom het uitlenen van eboeken. Veel details geeft Huysmans nog niet maar dat hier sprake is van een grote stap in de goede richting moge duidelijk zijn. Prachtig nieuws! Beweging!

Zie ook: Het laatste nieuws over het e-booksproject van stichting Bibliotheek.nl (discussie van maart 2011) en 'Proeftuin e-books' (het vervolg op 14 juni 2011)

@

Via

Over Google Plus, Twitteraccounts als Cirkels en de Facebook Circle Hack


Dat Google Plus zich verspreidt als een virus kan niemand die regelmatig op het web is te vinden ontgaan zijn. Ik ben uiteraard ook nieuwsgierig maar zal nog even geduld moeten uitoefenen. Het is niet bekend in welk tempo uitnodigingen voor de dienst worden verspreid, maar het lijkt er wel op dat het willekeurig gebeurt.

Gelukkig wordt er veel over Google Plus geschreven. Dat geeft je op voorhand al een indruk van de voor- en nadelen van het geheel. Waar ik het meest benieuwd naar ben is de laagdrempeligheid van de cirkels. Ik vraag me af hoeveel mensen de moeite zullen nemen om hun contacten in aparte rubrieken onder te brengen. Search Engine Watch heeft er zo z'n twijfels over, Scoble stelt zelfs dat Plus vooral een speeltje is voor 'early adopters'.

Ik kan pas een oordeel vellen als ik Plus een tijdje heb uitgeprobeerd en ik mag ook niet vergeten dat Google in de loop van de tijd nog veel zal verbeteren aan de dienst, maar toch: als Plus werkelijk draait om het delen van content met gerubriceerde vrinden, dan denk ik dat het voor veel mensen geen interessante dienst zal zijn, omdat veel mensen simpelweg niet de moeite (kunnen of willen) nemen om lijstjes aan te maken. Op Twitter en Facebook gebeurt dat ook maar mondjesmaat (techies van Facebook hebben overigens meteen een 'Circle Hack' voor het eigen platform gelanceerd, zie de afbeelding hierboven).

Of ik het zélf wel gaan doen durf ik nog niet te zeggen. Op Twitter nam ik de moeite wel, maar deed ik het niet consequent, waardoor ik nu achter de feiten aanloop. Een paar weken geleden realiseerde ik me echter dat ik Twitterlijstjes eigenlijk helemaal niet meer nodig heb. Ik werk dagelijks met verschillende accounts, met verschillende groepen volgers. Daar zit weliswaar overlap in, maar de inhoud van de diverse tijdlijnen verschilt sterk. Ik zou bijna zeggen dat iedere nieuwe Twitteraccount feitelijk een nieuwe cirkel is.

Waar ik, tot slot, ook nog benieuwd naar ben is de mate waarin Google Plus zal openstellen voor bestaande sociale netwerken. Als ik het goed begrijp is er geen link met platformen als Twitter, Facebook en Instagram. Dat lijkt me niet zo handig, eerlijk gezegd. Dan is Apple slimmer. Dat bedrijf lijkt van plan te zijn om Twitter te gaan omhelzen, in iOS 5.

@

vrijdag 1 juli 2011

Zeeuwen op het web, deel 7: Pierre Pieterse


Ik heb een zwak voor mensen die durven te zeggen waar het op staat. Pierre Pieterse, alias HollandsGlorie, is zo'n mens. Tot een maand of acht geleden kende ik deze man, die in Vlissingen woont, alleen van een paar twittergesprekken die we voerden. Daarna ben ik zijn weblog gaan volgen. Pierre schrijft (daar) niet dagelijks, maar als hij iets schrijft is het meestal goed raak. Bijdragen als 'Een onsje minder zelf graag', 'Weg van de sociale snelweg' en 'Preach what you practice!' zetten je aan het denken. Mij in ieder geval wel.

Een paar maanden geleden hing ik zelfs een keer meer dan een uur met Pierre aan de telefoon. Dat is opmerkelijker dan je zou denken. Ik heb namelijk een hekel aan telefoneren, omdat ik vind dat het een verstorende en opdringerige manier van communiceren is. Tijdens het gesprek met HollandsGlorie was er voor hekel echter geen centimeter ruimte. We bestookten elkaar met vragen en antwoorden, waarbij ik moet opmerken dat ik vooral vragen stelde en Pierre me voorzag van adviezen. Het was kortom, een leerzaam gesprek.

Van een ontmoeting in de analoge wereld is het nog niet gekomen. Dat heb ik wel met meer Vlissingers. Middelburg en Vlissingen zou je weliswaar bijna kunnen omschrijven als stadsgewest (alleen Souburg scheidt de steden nog van elkaar) maar om de een andere reden is het heel makkelijk om inwoners van die andere stad niet tegen het lijf te lopen. In het geval van Pierre is dat eigenlijk niet zo erg. We hebben 'the interwebs' tenslotte, geen centje pijn.

Terug naar Pierre. Het heeft even geduurd voordat ik opzocht wat hij nu eigenlijk doet in het dagelijks leven, maar toen ik het las was ik verbaasd. Over die achtergronden twittert Pierre namelijk niet zo veel. Een historicus met een voorliefde voor (militaire) strategie die een populair platform voor Managers en Professionals leidt: daar zit vast een mooi verhaal achter. Rijmen kan ik het niet meteen. Maar Pierre kennende (ook al is het 'slechts' digitaal en telefonisch) legt hij me dat nog wel een keer haarfijn uit.

Ik weet nu al dat ik er iets van op zal steken.

@