woensdag 30 juni 2010

Het belang van archivering van uitingen op het sociale web



Tijdens de KVAN-studiedagen hield Ingmar Koch een presentatie voor Archivarissen, met de titel Archiveren 2.0. Ik weet slechts deels wat Ingmar daar vertelde (hij mailde me toen hij de presentatie aan het maken was) maar ik weet wel dat het over de nieuwe uitdagingen ging met betrekking tot de archivering van uitingen op het sociale web. Ingmar vond mijn blog een interessante case, omdat ik dit blog ooit uit eigen beweging begon, het een eigen leven ging leiden en ik er vervolgens een paar uur per week aan mocht besteden in werktijd.

Na 'de wending' veranderde naam en URL van ZB Digitaal maar bleef ik wel de eigenaar van al mijn uitingen. Omdat dit blog een CC-licentie heeft mag de inhoud immers gewoon door iedereen, ook door oude werkgevers, gebruikt worden, als er maar een naamsvermelding bij staat. In die zin is er geen sprake van verlies van kennis. Ingmar raakt met zijn invalhoek aan het advies dat ik ooit gaf in de notitie over het blog: 'verankering is raadzaam'...

@

Klassiekers deel 106: Diamonds and Guns



Klassieker deel 106 is van Transplants. Omdat Diamands and Guns het vaakst uit de iPod schalde deze vakantie. Lekkerrrrr.

I shot in heaven, now I cry
No one lives forever, in fact we all die
From those who bust shots to those who stuff cops
To those who serve rocks on all the hard blocks
Every last soul must pay the last toll
In the dice game of life, who gets the last roll?
Is it the one with the suit? The one with the sack?
The one who hides behind his fuckin' gun and his badge?
Negative outlook? Well that's how I'm livin'
And like he said, it's a wicked world we live in
It's a wicked world we live in

@

dinsdag 29 juni 2010

Gelezen: Aan de slag met het nieuwe werken


Een groot deel van de huidige beroepsbevolking heeft de 9 tot 5-mentaliteit nog met de paplepel ingegoten gekregen en houdt vast aan die mentaliteit. Dat die groep mensen nog niet veel begrip kan opbrengen voor 'Het Nieuwe Werken' is begrijpelijk, maar die groep vormt ondertussen wel een steeds groter probleem voor de vele duizenden mensen die veel beter presteren als zij (binnen bepaalde kaders) niet worden gebonden aan plaats en tijd.

Als je werkt of hebt gewerkt in een zogenaamde machinebureaucratie weet je hoe het er aan toegaat met al die bazen en chefs die al veel te lang op dezelfde positie zitten en die angstvallig vasthouden aan controle, hiërarchie, vaste werkplekken en - tijden en vooral: aan wantrouwen. De leidinggevenden van de oude stempel weigeren zich simpelweg te verdiepen in de kracht van vertrouwen omdat ze dat vertrouwen zelf ook niet of nauwelijks hebben genoten. Wat zoiets doet met medewerkers weten we eigenlijk allemaal wel: zij geven dat wantrouwen in versterkte mate terug en zullen maar zelden harder lopen dan nodig is. Morgen weer een dag.

Wat een achterdochtige baas op de langere termijn overhoudt is een team waarvan de potentie vaak niet half benut wordt. De kans dat zo'n leidinggevende bereid is de schuld hiervan bij zichzelf te zoeken is klein. Als je gewend bent de scepter op een dominante manier te zwaaien, en te regeren door angst of wantrouwen te zaaien, laat je dat niet snel los; je zou er je machtspositie wel eens door kunnen verliezen. Als macht het enige is dat je nog denkt te hebben, koester je die macht, zelfs als je weet dat je er een organisatie eigenlijk mee afremt of zelfs mee beschadigt.

Directies moeten vaak lijdzaam toezien hoe het arbeidsenthousiasme van nieuwe generaties in de kiem wordt gesmoord door de controledrang van de oudere generatie managers. Als zij daar aan tornen halen zij zich veel ellende op de hals: de organisatiestructuur rust tenslotte wel op de behouden doch stevige pijlers die de babyboomers gebouwd hebben.

Toch is er voor al die directies een uitweg, de uitweg van Het Nieuwe Werken.

Ik raad iedere directeur, die de genoemde patstelling wil doorbreken, aan  'Aan de slag met het nieuwe werken', van Dik Bijl te lezen. Dit boek beschrijft op heldere wijze hoe je jonge talenten in vertrouwen kunt laten excelleren, zonder je oude managers aan de kant te moeten zetten. Aan de hand van een aantal praktijkvoorbeelden (o.a. Interpolis en Microsoft Nederland) laat Bijl zien hoe het ook kan. Dat Het Nieuwe Werken ook nadelen heeft belicht de schrijver ook, maar die wegen vooralsnog beslist niet op tegen de voordelen.

Directeur, grijp je kans. De oude manier van werken gaat nog maar vijf tot tien jaar mee, je weet zelf.

Aan de slag met nieuwe werken is hier te koop en hier gratis te downloaden.

Meer lezen:
Moqub
Gratis e-book: Aan de slag met Het Nieuwe Werken
Waarom je op het werk niet kunt werken
Thuiswerken in CAO?

@

Gelezen: Bringing Nothing To The Party, True Confessions Of A New Media Whore


Paul Carr. Tot een paar maanden geleden had ik nog nooit van die kerel gehoord. Maar toen viel het mij opeens op dat ik op Tech Crunch iedere zondag of maandag vermakelijke bijdragen zat te lezen van dezelfde auteur. Carr. In een van zijn columns verwees hij naar zijn boek Bringing Nothing To The Party en omdat hij dat boek ook gratis als PDF aanbood, besloot ik het te downloaden om het t.z.t. op de e-reader te lezen. Dat vergat ik vervolgens.  In Toscane, aan het zwembad van Porto al Colle, vroeg ik me af wat voor document het non-descripte BRINGNPR01 was. Het bleek het boek van Carr te zijn. Zonder ook maar iets te verwachten begon ik aan het eerste hoofdstuk, mezelf overigens wel afvragend of het openingscitaat van Hunter S. Thompson  (' I have a theory that the truth is never told during the nine- to five hours') iets verraadde over 's mans schrijfstijl. Dat bleek achteraf inderdaad zo te zijn.

Bringing Nothing To The Party is een lekker smeuïg geschreven,  autobiografisch boek over de zoekzwalkende Internetjournalist Paul Carr. Terwijl hij in onverbloemd straatengels -en met veel gevoel voor humor- vertelt over zijn jobhoppen, zijn ego en zijn zucht naar internetroem, schetst hij tegelijkertijd een even hilarisch als fascinerend beeld van de merkwaardige wereld van 'internetentrepreneurs' in Londen, in de periode 1997-2007. Die wereld zal veel herkenning oproepen bij mensen die ervaring hebben met fondswerving rondom commerciële websites en geeft buitenstaanders een antwoord op de vraag hoe het in godsnaam mogelijk is dat er soms zoveel geld wordt betaald voor sites die welbeschouwd nog niets gepresteerd hebben.

In  Bringing Nothing To The Party vertelt Carr hoe hij zelf ook ging verlangen naar het Grote Snelle Webgeld, nadat hij jarenlang verslag heeft gedaan van de handjeklapfeestjes van investeerders en de bedenkers van hippe, virale websites. Omdat hij zowel spelers en spel kent denkt hij ook wel eventjes een populair sociaal netwerk voor Londenaren te kunnen lanceren. Als hij vol zelfspot uitlegt wat hij in dat proces allemaal 'verneukte' leer je als lezer dat het grote falen in internetondernemersschap eerder regel dan uitzondering is. Het is een select groepje, dat schatjemeltjerijk wordt van het web.

En passant vetelt Carr over zijn geknoei in de liefde, zijn soms vernietigende drinkgedrag en over de gevolgen van een ex die heel je ziel en zaligheid op een blog mietert, omdat ze zich belazerd voelt. In ieder hoofdstuk weet je dat de schrijver de ellende zelf over zich heeft afgeroepen, en toch krijg je medelijden met hem, juist omdat hij er zo openhartig over is.

In zijn grofheid komt Carr verrassend genoeg ook nog tot een moraal, zonder die als zodanig uit te spreken. Als je leest dat hij beseft dat hij geen ondernemer is, en ook nooit zal zijn, weet je dat de les is dat je altijd bij jezelf moet blijven, ook in de nieuwe media. Als je de hoer gaat spelen wordt je nu eenmaal genaaid...

Een aanrader hoor, dit boek.

@

Gelezen: Search Patterns


Waar Peter Morville er in zijn boek Ambient Findability in slaagde om zoeken en zoektechnologie op verrassende, soms licht filosofische wijze te belichten, lukt het hem in Search Patterns maar zelden om de boeiende toon van zijn eerste boek aan te slaan. Samen met de grafisch designer Callender presenteert hij het onderwerp daarvoor net iets te gladjes en met een teveel aan zelfovertuiging. Misschien waren mijn verwachtingen te hooggespannen; ik vond Ambient Findability namelijk geweldig (hoeveel mensen slagen er nu in om zoeken een sexy uitstraling te geven?) en ik ging er onbewust vanuit dat de onbevangen benadering van het eerste boek ook nu weer een stempel op de inhoud zou drukken. Daar is echter geen sprake van: de naïeve illustraties van Callender kunnen niet verhullen dat de auteur zich graag presenteert als 'gearriveerd'. Gezien zijn kennis van zaken mag dat misschien ook best, maar het geeft Search Patterns een irritante, belerende ondertoon.

Dat neemt niet weg dat het boekje (156 pagina's met zeer veel illustraties) het waard is om te lezen. Let wel: lezen. Kopen zou ik het zelf niet, achteraf beschouwd. Ik ben blij dat ik het boek niet kocht maar (legaal) gemaild kreeg.

Hoewel Search Patterns slechts sporadisch de diepte ingaat biedt het toch een aardig overzicht van alle uitdagingen waar de ontwerpers van zoekinterfaces zich anno 2010 mee geconfronteerd zien, en krijgt de geïnteresseerde lezer veel praktijkvoorbeelden voorgeschoteld van technieken als federatief zoeken en gefacetteerde navigatie én passeert een breed scala aan zoekmachines de revu, de een sterk in visualisering, de ander in relevantie, weer een ander in buitengewone navigatie.

Search Patterns is misschien bedoeld als meer dan een inleiding op zoeken. Of de doelgroep van ontwerpers, informatie-architecten en studenten het boekje ook als zodanig zal ervaren, waag ik te betwijfelen. De conclusies en tips zijn daarvoor te algemeen. 'Focus op de kern en denk buiten de doos', weet-je-wel?

Toegegeven: Search Patterns leest heel vlot weg en zet je toch weer aan het denken over het feit dat de dominantie van zoekgigant Google geen vanzelfsprekendheid is. Er zijn nog talloze andere interessante perspectieven en alternatieven. Verandering zou wel eens uit onverwachte hoek kunnen komen.

Nou, als dat niet out of the box is...

Search Patterns is ook te vinden in Google Books.

@

Gelezen: The Warcraft Civilization -Social science in a virtual world


Toen ik voor het eerst verhalen las over de online game annex virtuele wereld World of Warcraft (WoW) werden al mijn digitale zelfbeschermingsalarmen geactiveerd: dit spel moest ik vermijden als ik niet ten prooi zou willen vallen aan een nieuwe verslaving die minstens een jaar zou duren. WoW bevat namelijk vrijwel alles wat gaming en online werelden interessant maakt voor mij. Ik wist daarom zeker dat ik mezelf zou verliezen in dit spel.
Nu het spel van Blizzard een paar jaar op de markt is, kijk ik toch een beetje met gemengde gevoelens op mijn beslissing van toen terug. Ik ben blij dat ik tijd heb overgehouden voor 'het echte, analoge leven', en voor mijn andere activiteiten online, maar ik ben toch ook altijd nog een beetje jaloers op de mensen die de rijkdom aan fantasie, mythologie, gamedesign en virtuele samenwerking, van een van de grootste interactieve verhalen van deze tijd, wel hebben ervaren.

Dat lichte gevoel van jaloezie stak ook regelmatig de kop op bij het lezen van The Warcraft Civilization, geschreven door de bijna 70-jarige (vul zelf maar in waarom ik de leeftijd van de auteur interessant vind) socioloog William Bainbridge. Hij speelde en onderzocht WoW maar liefst 2300 uur. Dat zijn bijna 58 werkweken van 40 uur! Het zou me niet verbazen als veel mensen die investering beschouwen als tijdsverspilling. Ik sluit me liever aan bij de auteur zelf: in tegenstelling tot veel andere videogames kunnen de gebeurtenissen in MMORPG's niet geëmuleerd worden, om de doodeenvoudige reden dat een groot deel van het verhaal wordt verteld door de miljoenen spelers zelf, en niet door scripts of algoritmes. Als je dat nu niet documenteert is de geschiedenis van een wereld, die zoveel socialer is dan niet-ingewijden beseffen, vergeten geschiedenis, terwijl het mogelijk het begin is van toekomstige vormen van het bestuderen van het sociale gedrag van de mens.

Aan de hand van 22 karakters die Bainbridge in twee jaar tijd aanmaakte leidt leidt hij de lezer door een fractie van de vele werelden die WoW omvat (alleen in de VS al staan 250 verschillende servers die evenveel 'realms', werelden met maximaal 4000 spelers, bevatten). In de eerste hoofdstukken duizelt het je een beetje, als je geconfronteerd wordt met de vele Tolkieneske namen van karakters en plaatsen in het spel, maar dat went snel. Het is zelfs zo dat Bainbridge hierdoor van zijn wetenschappelijke boek met vlagen een meeslepende roman weet te maken, al moet de doorgewinterde romanlezer zich daar ook weer niet al te veel bij voorstellen. Laat ik het er maar op houden dat het boek anders geschreven is dan menig ander wetenschappelijk werk.

In acht hoofdstukken (226 pagina's) laat de socioloog met de toepasselijke tweede naam zijn vakkennis (hij is behalve socioloog ook programmeur) los op de overeenkomsten en verschillen die WoW heeft met de wereld waarin wij stervelingen (riep daar iemand wederopstanding?) leven. Zoals gezegd komen de oerverhalen van de mensheid aan bod, in de vorm van de talloze verwijzingen naar onze mythologie en literatuur, maar Bainbridge legt ook verbanden met onze economie en de vele vormen van religie die de mens kent.

Ook identiteit, leren en samenwerken binnen WoW worden uitgebreid belicht. Het zijn vooral de hoofdstukken die daarover gaan die duidelijk maken wat een socioloog in een virtuele wereld heeft te zoeken. In het laatste hoofdstuk, Transcendence, laat Bainbrigde juist zien waarom meer dan 11 miljoen andere mensen deze wereld dagelijks betreden.

WoW is veel meer dan een game. Het zijn niet alleen queestes en gevechten die het beeld bepalen. Net als in Second Life worden in WoW ook symposia georganiseerd, huwelijken gesloten, gehandeld in geld. Omdat WoW geen einde kent en andere ontwikkelingen het spel nu nog niet bedreigen is het waarschijnlijk dat deze wereld naast de onze nog wel wat jaartjes zal blijven bestaan. De eerstvolgende grote uitbreiding komt na de zomer, in de vorm van ...

The Warcraft Civilization heeft mij veel inzicht verschaft in een wereld die ik nog niet heb durven betreden. Misschien ga ik later alsnog overstag, daar zal ik nog eens over nadenken. Voor nu beperk ik me even tot de constatering dat het Metaverse nog springlevend is. Laat je wat dat betreft niet misleiden door de ontwikkelingen rondom Second Life. Dat was en is nu eenmaal een proeftuin. The best is yet to come!

Gerelateerd:
WoWWiki.
Doorzettingsvermogen: World of Warcraft
Extreem gamen
WoW! Over complexe interfaces gesproken...
Gameverslaving, een verhaal uit de praktijk

@

Eindelijk echt getest: de Sony Reader


Rond Sinterklaas 2009 vond ik 'm in mijn schoentje: de Sony Reader. Ik twijfelde op dat moment al een tijdje of ik nu wel of niet overstag zou gaan voor het hebbedingetje waar een beetje bibliothecaris toch op zijn minst een mening over moest hebben. Toen ik op Twitter las dat de Drvkkery ze op voorraad had, reageerde ik met een tweet dat ik zou komen kijken in de winkel. Mijn vriendin las dat ook en was me voor: zij kocht ' m gewoon voor me, zodat ik niet meer hoefde te twijfelen. De schat.

In de weken daarna experimenteerde ik met de software en downloadde ik e-boeken, tijdschriften en werkdocumenten, maar het apparaat ook daadwerkelijk gebruiken was nog niet aan de orde. Ik had nog een flinke stapel papieren boeken liggen en die stapel wilde maar niet slinken, enerzijds omdat ik ook veel tijdschriften kocht en simpelweg nauwelijks aan de boeken toekwam, anderzijds omdat ik ook een paar boekenrecensies voor derden mocht schrijven. Ik verlegde mijn prioriteiten wekelijks. Ik nam me voor om écht te gaan e-lezen tijdens onze vakantie in Italië. Het feit dat ik op de ochtend van ons vertrek maar twee papieren boeken inpakte bevestigde dat ik het deze keer serieus zou gaan proberen.

In Rome kwam ik ook niet echt aan lezen toe, maar toen we ons eenmaal hadden ondergedompeld in het rustgevende Agriturismo was het hek van de dam. Lezen werd de dagelijkse hoofdactiviteit. Binnen twee dagen was ik toe aan de circa twintig titels die ik in de loop van de tijd, in verschillende formaten, op de Reader had gezet. Ik las ze in willekeurige volgorde maar begon wel met de boeken. De vier rapporten en handleidingen besloot ik te bewaren voor het geval dat ik écht niets anders meer te lezen zou hebben. Dante's Goddelijke Komedie negeerde ik, voor de zekerheid. Dat boek lees je gewoon niet digitaal. Ook niet gedrukt trouwens. Dat boek lees je in de stripvorm van wijlen Gustave Doré.

Genoeg gebept. Het onderwerp is de Reader, niet de inhoud van die Reader. Laat ik beginnen met de positieve aspecten.

De Reader is compact, ligt lekker in de hand en laat zich zeer eenvoudig bedienen. Als je de knoppen en interface van dit apparaat niet snapt zul je het bedienen van het leeuwendeel van andere elektrische of elektronische apparaten ook niet begrijpen. Dan wordt het misschien tijd om een cursus op dat gebied te gaan volgen.

Dan het lezen. Dat zou de belangrijkste functie van de Reader moeten zijn. Het goede nieuws is dat het dat ook is. De leeservaring is uitstekend, misschien nog beter dan die van een gewoon boek. Als je de letters te klein vindt, vergroot je ze. Het contrast van het scherm is zodanig dat je zowel bij dag- als bij kunstlicht door kunt blijven lezen zonder last te krijgen van je ogen. Ik weet overigens niet of het daarbij uitmaakt dat ik wel vaker van een scherm lees. Het kan best zijn dat sommige mensen dit anders ervaren. Mensen die een leesbril nodig hebben bijvoorbeeld. Pin me daar dus niet op vast.

Als het gaat om de leesvriendelijkheid kan ik maar een ding concluderen: digitaal lezen doet in dit geval niet onder voor de analoge variant. Tegenstanders van het verschijnsel, die beginnen over de heerlijke geur van oud papier of de onvervangbare ervaring van het kunnen bladeren in een papieren werk, schaar ik voortaan onder de romantici. Geen kwaad over de romanticus uiteraard, maar zijn argumenten tegen digitaal lezen komen voort uit nostalgie, niet uit een objectief vergelijkend onderzoek. Als je daar de ruimtebesparing (maximaal 15 kg bagage bij RyanAir!) en extraatjes als het kunnen maken van aantekeningen, het kunnen afspelen van geluidsbestanden en het feit dat de accu lang meegaat bij optelt, zou je bijna concluderen dat boeken passé zijn.

Dat is niet het geval. In ieder geval niet in het geval van de Sony Reader. Het apparaat heeft namelijk een grote tekortkoming: het is nog lang niet volwassen. Ik waag zelfs te betwijfelen of je het al een puber zou mogen noemen. De belangrijkste tekortkomingen:
  • hoewel de reader bijna alle gangbare documentformaten kan weergeven heeft hij erg veel moeite met PDF-bestanden die veel opmaakelementen of illustraties bevatten: het apparaat wordt dan onacceptabel traag (drie minuten voordat de volgende pagina in beeld verschijnt) of loopt zelfs helemaal vast. Veel e-boeken zijn PDF's, bestemd voor drukkers. Het zijn vaak die bestanden die de meeste problemen veroorzaken.
  • de reader kan niet goed uit de voeten met rijk geïllustreerde tijdschriften.
  • de zoomfunctie werkt niet altijd. Ook dit probleem heeft waarschijnlijk te maken met documentsinstelligen maar geloof me maar als ik zeg dat je hoorndol wordt van het klungelige zoommenu van de Sony. Je moet dat per pagina instellen en als het boek erg kleine letters heeft (het boek van Zittrain bijvoorbeeld) bedekken de menubalken de tekst. Dat schiet niet op.
  • de Reader kan niet tegen zonlicht. Lekker voor je. Lig je op een strandstoel aan een zwembad in Toscane, zie je opeens de letters in het niets oplossen. Moet je verplicht onder een parasol. Wat is het leven toch zwaar. 'Badmeester, ben ik al bruin?' 
  • de extra functies, zoals het kunnen maken van (aan-) tekeningen, zijn onbeholpen. Denk aan de eerste versie van MS Paint, of aan knippen en plakken met een spieraandoening. Deze functies leer je snel negeren.
Mijn conclusie is dat e-lezen zonder meer een toekomst heeft, maar dat de grote ommekeer pas komt als we een paar verbeterde versies verder zijn en de prijzen verder zijn gedaald. Voor mij is de Sony een prima drager, voor als ik wat langer van huis ben, en een handige verzamelaar van werkdocumenten, maar als ik thuis kan kiezen tussen downloaden/ installeren/ e-lezen en een boek pakken, dan wint dat laatste toch nog.

@

Afbeelding: schijf van Phaistos

Gelezen: Douglas Rushkoff- Life Inc.


Douglas Rushkoff maakte als auteur indruk op me met boeken als Media Virus en Playing the Future. Rushkoff is ook de man die half jaren '90 de term 'virale marketing' muntte. Van iemand  die zo bevlogen schreef over digitale cultuur verwacht je niet dat hij zich enkele jaren later ontpopt als een scherpzinnig criticaster van het kapitalistisch stelsel, modern individualisme en -inderdaad- de digitale samenleving (of, zoals hij het zelf noemt, het verbonden tijdperk). In die zin is Life Inc. (Leven B.V.) een verrassend boek, dat er in bijna ieder hoofdstuk in slaagt je een klap in de smoel van je weinig doortastende en soms laffe levenshouding te geven. Denk je iets te kunnen bereiken met je protestgroep op Facebook? Geloof je dat je de macht van het Grote Geld kunt breken als je eenmaal bent doorgedrongen tot het centrum van de besluitvorming? Zie je wel iets in de positieve boodschap van boeken als The Secret? Met zulke dingen is in de kern weinig mis, maar in Life Inc. laat Rushkoff zien dat het ook niet bepaald dingen zijn die het verschil kunnen maken in onze door fictief geld gestuurde samenleving.

Life Inc. is een aanval op het huidige kapitalistische systeem, zij het dat het een aanval zonder agressie is. Het boek laat zien waar we onszelf zijn kwijtgeraakt (dat begon in de Renaissance) en wat daar nu de gevolgen van zijn. Rushkoff slaagt er in om in begrijpelijke taal uit te leggen hoe onze economie werkelijk werkt. Zonder te vervallen in saaie theorieën maakt hij ons duidelijk wat het verschil is tussen lokaal geld, dat wordt gebruikt om gecreëerde waarde te vergoeden, en het fictieve geld van de wereldeconomie, dat vooral dient om kapitaal en macht te verplaatsen van de gewone burger naar de rijke multinationale ondernemingen.

Rushkoff legt de vinger op de zere plek van onze in en in zieke  economie en legt uit waarom de Middeleeuwen wat dat betreft ten onrechte minder waardering krijgen dan de Renaissance. In de Middeleeuwen was het in ieder geval nog zo dat veel meer mensen meeprofiteerden van waardecreatie, vanaf de Renaissance verschoof het kapitaal naar een kleine elite.

Rushkoff is minder fel dan Naomi Klein in haar bestseller No Logo, maar is met zijn bedaarde toon wel minstens even scherpzinnig. Zijn woorden stemden mij in ieder geval menigmaal tot nadenken over mijn eigen luie consumptiegedrag, de beperkingen van het web als verzetsplatform, en over de onmacht die je hebt, als gewone burger.

Dat Rushkoff uiteindelijk een oplossing aandraagt die zich afspeelt in de sfeer van het verbeteren van intermenselijke contacten op lokaal niveau, en het participeren in samenwerkingsverbanden die doen denken aan Nederlandse dorpen zoals ze waren voor de jaren '60, vond ik aanvankelijk niet zo sterk. Echter, hoe langer ik erover nadenk, hoe sterker het gevoel wordt dat Rushkoff gelijk heeft. Als je ergens kunt beginnen met het maken van een verschil is het daar.

Gerelateerd: 
Rushkoff: programmeren of geprogrammeerd worden
Technologies of persuasion: online college van Douglas Rushkoff
Life Inc.: How the World Became a Corporation and How to Take It Back
Aanraders: The Virtual Revolution en Digital Nation

@

zondag 13 juni 2010

Ciao


Silenzio per un attimo

@

zaterdag 12 juni 2010

Anders kijken naar tijd: een animatiepresentatie



Dit is nu wat je noemt een geanimeerde presentatie! Professor Philip Zimbardo legt ons uit hoe tijd onze persoonlijkheid, onze relaties en ons gedrag beïnvloedt.




“You can't change the past, but you can ruin the present by worrying about the future”

@

vrijdag 11 juni 2010

Valrepentijd



Soms zit 'het druk hebben' vooral in je hoofd. Zenhabits had daar onlangs een mooie posting over: The end of Busy. Zo is dat maar net. Je moet gewoon stoppen met het zogenaamd druk hebben. Of zoals iemand eens listig opmerkte toen hij iemand voor de zoveelste keer hoorde zeggen dat hij het 'druk, druk, druk' had: "als je dat drie keer kunt zeggen heb je het helemaal niet druk".

Ik heb het in werkelijkheid ook veel minder druk dan ik het de laatste weken ervaar. Het zijn vermoedelijk vooral alle nieuwe dingen in combinatie met lopende zaken die m'n denken tijdelijk een jachtige impuls geven. Daar komt bij dat ik pas echt lekker werk als er druk op staat en daarom meestal wacht met doorpakken tot er een deadline in zicht komt. Daar is niets mis mee, maar als het aantal deadlines groter is dan normaal brengt dat toch een ander type druk met zich mee. Dat is een aandachtspunt.
Een andere bijkomstigheid die invloed heeft op de status quo is mijn vasthouden aan mijn webactiviteiten én aan mijn ontspannen rondhangen in het stamkroegje. Die twee dingen vind ik allebei belangrijk en leuk, maar het zijn natuurlijk ook tijdvreters. Moet ik ze daarom heroverwegen? Ik dacht het niet. Ik vind dan vooral dat ik nog efficiënter moet gaan werken. De filters aanscherpen, de soft- en hardware beter benutten, gerichter door de bronnen navigeren.

Het is misschien geen toeval dat een oud-collega, die begin dit jaar met de VUT ging, mij gisteren in een mail wees op een vertaling van dit artikel uit de NYT, in de Volkskrant van gisteren. Uit de mail kon ik niet opmaken over welk artikel hij sprak, maar via Twitter kreeg ik meteen van alle kanten antwoord. Prachtig. Het kan best zo zijn dat al dat multitasken negatieve invloed heeft op je brein, maar voorlopig is het wel zo dat het online netwerk je soms veel zoekwerk uit handen neemt. Leve de vloeibare kennis! Als ik het iets minder druk heb help ik anderen ook via Twitter. Als ik krap zit in de tijd helpen ze mij. Ik vind dat een prachtig concept.

Maar hoe nu verder? Eerst op vakantie met m'n lief! Zondag vertrekken we en beginnen we met drie dagen in  Trastevere, daarna gaan we een dag of 12 touren in het land dat twee jaar geleden zoveel indruk op me maakte. Ik heb me nog niet ingelezen in ons reisdoel, ook dat doe ik op de valreep, als we al onderweg zijn. We hebben ook nog niet beslist wat we zullen gaan doen na Rome. We huren, net als vorig jaar, een auto en dan zien we wel. Het is tenslotte lekker, als je niets hoeft. En dat is precies waar we voor gaan. Genieten van elkaar, van het land en de cultuur. Even de geest laten waaien. Het is belangrijk dat je dat doet, van tijd tot tijd.

Na de vakantie volgt dan waarschijnlijk nog een rommelweekje. In het kader van 'het jaar der verbrande schepen' heb ik ook de huur van mijn appartement opgezegd. Ik trek in bij Marleen. Nu is het niet mogelijk om veel van mijn spullen mee te nemen, dus ik was blij dat een makker het appartementje over wilde nemen, met al mijn spullen erbij. Dat feest gaat echter niet door omdat de huurbaas het spul eerst wil gaan verbouwen. Dat hoorde ik pas deze week. Na terugkomst heb ik dus precies een dag om alles te verhuizen, terwijl ik nog niet weet of die spullen in opslag moeten of toch worden overgenomen. Het is ook niet echt handig om dat nog even vanuit het zonnige Zuiden te regelen...

Vanaf juli gaat mijn roer echter om. Dan wil ik alle wendingen op een rij zetten en dan mijn leventje weer een beetje herinrichten. Een beetje orde en overzicht is tenslotte ook belangrijk.

Maar nu eerst onder de douche. Essen is in de stad! Daar kan ik dan mooi even gezellig mee lunchen, op de valreep inderdaad :-)

Recht zo die gaat. IJskoud...

@

woensdag 9 juni 2010

Finish Him!



Geweld in videogames en de tere kinderziel: er is al te veel over gezegd. Feit is dat het vaak juist gewelddadige games zijn die op veel belangstelling kunnen rekenen. Jongetjes vinden het nu eenmaal leuk om soldaatje of cowboytje te spelen, laten we het daar maar op houden.

Mortal Kombat is ook een gewelddadig spel. Zeer gewelddadig...en legendarisch bovendien. Ik lust er zelf ook wel pap van.

En dan is er opeens deze video. Niemand weet precies wat het is, maar de clip is in twee dagen bijna 600.000 keer bekeken. Een viraal filmpje, wat ik je brom...en uiteraard NSFW.


Gerelateerd:
Over Grand Theft Auto IV, geweld en de ziel van een stad
Het gamegevoel van een verslaafde schrijver
Het zijn niet de media: games maken kinderen niet gewelddadig
Videogames goed voor je ogen, irisscans niet

@

Merkwaardige kunst deel 23: Bibliothèque Idéale


Nooit eerder integreerde ik hier een afbeelding in het maximale standaardformaat van Blogger maar voor het hyperwerk van Jean-Francois Rauzier maak ik graag een uitzondering. Ik voeg daar overigens meteen aan toe dat de afbeelding hier niet tot zijn recht komt. Je moet op http://www.hyper-photo.com/zoom/cite/bibli/ zijn, de afbeelding op Full Screen zetten en vervolgens inzoomen totdat je niet meer verder kunt. Wat een waanzinnige details! Wat een schitterend krankzinnig decor!

En? Herken je boeken en schrijvers in het plaatje? Droom je net zo hard weg als ik?

Bekijk vooral ook de andere kunstwerken van deze man. Ze zijn een lust voor het oog.

@

Attendering: Quest Magazine, juli 2010, pagina 86 en verder.

dinsdag 8 juni 2010

Professional in het nieuws: een interview met IP


Vorige maand stelde InformatieProfessional (Marie-José Klaver) mij via de mail een aantal vragen voor de rubriek Professional in het nieuws. Het bewuste nummer (juni 2010) staat sinds gisteren online, het interview is te vinden op pagina 34. De vragen -en antwoorden- gaan vooral over mijn recente activiteiten:

Hoe bevalt het je om als zzp'er te werken?
Het is nog te vroeg om daar iets over te zeggen. Tot voor kort werkte ik ook als ZZP’er, naast mijn full-time baan. Per 1 mei heb ik die baan opgezegd en krijgt het hopelijk een structureler karakter.

Is het geen moeilijke tijd voor zelfstandigen om aan opdrachten te komen?
Ook dat is lastig om nu al vast te stellen, maar ik heb wel gemerkt dat mijn activiteiten op internet ervoor hebben gezorgd dat ik makkelijk contact kan leggen met vakgenoten, en vice versa. De aankonding van mijn ontslag, op mijn weblog, leidde tot veel reacties. Daar zaten ook een paar uitnodigingen voor een gesprek tussen.

Wat doe je allemaal nu je weg bent bij de Zeeuwse Bibliotheek?
Met ingang van 10 mei ga ik werken voor BibliOosterschelde, in ieder geval 1 dag per week, tot eind 2010. Daarnaast zal ik projectwerkzaamheden verrichten voor de Bibliotheek Vlissingen, bijvoorbeeld voor het project Wiki loves bieb. Ik assisteer Rob Coers nog twee maanden bij de begeleiding van www.23dingen.nl  (bibliotheken Zuid-Limburg) en ik schrijf columns en artikelen voor de vakbladen. Ik blijf ook actief bloggen en beheer ook nog het platform Bibliotheek 2.0. In de komende weken hoop ik meer inzicht te krijgen in de vraag welke activiteiten ik nog meer zal gaan ontplooien. Van structurele projecten of aanstellingen is namelijk nog geen sprake.

Hoe gaat het met de Betabieb?
Bij dat project ben ik niet meer betrokken maar ik weet dat het nu onderdeel uitmaakt van het project Digitale Etalages. In de zomer van 2010 zal duidelijk worden welke vorm die etalages precies zullen krijgen binnen Bibliotheek.nl. Het ligt voor de hand dat zal worden afgestapt van het platform Ning, vanwege technische beperkingen.

Wat is je vooropleiding?
VWO, een afgebroken studie Franse Taal- en Letterkunde aan de UvA en een afgeronde studie IDM aan de Haagse Hogeschool.

Je allereerste baan?
Medewerker bij een verhuisbedrijf, als emballeur/verhuizer

Waarom gekozen voor dit vak?
Vanwege mijn liefde voor informatie en alles wat daarmee samenhangt.

Wat is er veranderd in het vak?
Te veel om op te noemen, maar de veranderingen met de grootste impact in de afgelopen tien jaar zijn in gang gezet door de ontwikkelingen op het web en in de communicatietechnologie. De hoeveelheid vrij beschikbare informatie is meer dan overweldigend, ‘het sociale web’ is volwassen geworden, (mobiel) internet is inmiddels overal. De moderne informatieprofessional kan daardoor sneller en slimmer werken maar ziet zich tegelijkertijd geconfronteerd met een publiek dat minder behoefte lijkt te hebben aan informatiebemiddeling. Het is belangrijker dan ooit dat we werken aan onze zichtbaarheid en onze reputatie. De aandachtsspanne van mensen is kort, de concurrentie van de alomtegenwoordige ‘infotainment’ is moordend.

Van wie heb je in je loopbaan veel geleerd?
Van al die openhartige mensen die zich bereid hebben getoond hun vakkennis zonder voorbehoud te delen. Er een persoon uitpikken is veel andere mensen tekort doen.

Het hoogtepunt in je loopbaan?
Hoogtepunten horen altijd voor je te liggen maar de week in Umbrië in 2008, met een groep inspirerende collega’s uit de informatiewereld, maakte veel indruk op me. In die week leerde ik meer over het vak dan in de 8 jaar daarvoor.

En wat vergeet je het liefst?
Mijn interne opleiding tot Oracle-developer bij een schimmig ICT-bedrijf, eind jaren ’90. Ik begreep onwaarschijnlijk weinig van de lesstof en geen enkele belofte werd nagekomen. Een desillusie.

Welke vakbladen zijn het belangrijkst voor je?
Ieder blad heeft zo z’n toegevoegde waarde. Tot voor kort las of scande ik vrijwel alles dat in de kast met vakliteratuur van de Zeeuwse Bibliotheek staat.

Wat is je favoriete site of weblog?
Netvibes.com: dat is de site waar al mijn informatiematie- en entertainmentbronnen samenkomen. http://www.boingboing.net/ is een van mijn favoriete blogs. Interessant door thematiek, afwisseling en toonzetting.

En je favoriete literaire werk?
De Trip, van Tom Wolfe

Welk papieren boek las je het laatst?
The Wikipedia Revolution, van Andrew Lih

En welke elektronische publicatie?
eBooks via de bibliotheek, het onderzoek van TNO

Veel voor je werk op het web?
Ja.

En in je vrije tijd?
Ja.

De mooiste bibliotheek die je kent?
Van foto’s: die van het Trinity College in Dublin.
Met eigen ogen: New York Public Library

Heb je nevenfuncties of bestuursfuncties in het vak en zo ja, welke?
Lid van de redactieraad van Digitale Bibliotheek.

En daarbuiten?
Nee.

Je favoriete vrijetijdsbesteding?
Ik denk dat internet wint.

Wat had je willen zijn/doen als je geen ‘informatiewerker’ was?
Een historicus die werkt vanuit Zuid-Frankrijk, al was het maar omdat dat zo lekker klinkt.

Wil je verder nog iets kwijt?
Nee hoor.

@

Foto: Liesbeth Mantel

Klassiekers deel 105: Low Self Opinion



Toen Peter de Kock zondag reageerde met een tekst van Henry Rollins dacht ik meteen: "dat wordt de volgende klassieker."

Het is niet zo dat ik een hele grote fan ben van Rollins. Zijn oude band Black Flag is behoorlijk legendarisch in het genre maar heeft mij nooit echt kunnen bekoren. Zijn latere solowerk ontving ik ook niet direct met open armen, hoewel we wel altijd lachend meezongen met Drive by Shooting, van het parodieproject Henrietta Collins and the Wifebeating Child-Haters.

In 1992 was daar echter opeens de plaat The End of Silence. Dat is met recht een klassieker te noemen. Die slepende woede, die in-your-face-teksten! Een jaar later bezochten we een optreden van de band in de Effenaar. Rollins imponeerde. Zijn energie spatte keihard van het podium. Weer een jaar later bereikte Rollins opeens een veel groter publiek, toen het nummer Liar een soort van hitje werd. Op Lowlands speelde hij dat jaar in de grote Alfatent. Van dat optreden herinner ik me vooral dat op een gegeven moment de halve zaal omviel. Mensen als dominostenen. Ook ik ging onderuit. Als je niets kunt doen omdat je je simpelweg nergens aan vast kunt houden, begrijp je opeens waarom men is gaan werken met dranghekken, bij grote concerten en festivals.

Terug naar The End of Silence. Die plaat opent met het nummer Low Self Opinion. Dat nummer is pure pep. Het gaat over geloven in jezelf. "If you could see the you that I see, when I see you, you would see things differently, I assure you".

I think you got a low self opinion man 
I see you standing all by yourself 
Unable to express the pain of your distress 
You withdraw deeper inside 
You alienate yourself 
And everybody else 
They wonder what's on your mind 
They got so tired of you 
And your self ridicule 
They wrote you off and left you behind 

You sleep alone at night 
You never wonder why 
All this bitterness wells up inside you 
You always victimize 
So you can criticize yourself 
And all those around you 

The hatred you project 
Does nothing to protect you 
You leave yourself so exposed 
You want to open up 
When someone says 
Lighten up 
You find all your doors closed 
Get yourself a break from self rejection 
Try some introspection 
And you just might find 
It's not so bad and anyway 
At the end of the day 
All you have is yourself and your mind 
The self hatred that blinds you 
Binds you grinds you keeps you down 
The world falls down around you 
You build up walls around you 
You wear disgust like a crown 

If you could see the you that I see 
When I see you seeing me 
You'd see yourself so differently 
Believe me 

I know the self doubt that runs inside your mind 
I know the self that treats you so unkind 

If you could see the you that I see 
When I see you 
You would see things differently 
I assure you
@

maandag 7 juni 2010

Gelezen: The Wikipedia Revolution


Misschien heeft Stefaan Werbrouck wel gelijk als hij zegt dat Andrew Lih niet echt objectief is in zijn boek The Wikipedia Revolution, maar mij is dat nauwelijks opgevallen. Sterker nog: ik vind juist dat Lih veel moeite heeft gedaan om ook de opvattingen van de criticasters van Wikipedia te belichten en uitgebreid in te gaan op interne strubbelingen bij de online encyclopedie.

Ik kan niet beweren dat ik het boek in een ruk uitlas maar wil benadrukken dat dit niet lag aan de schrijfstijl van Lih. Juist omdat hij schrijft als een 'ingewijde' krijg je als lezer een goed beeld van de drijfveren van Wikipedianen. Daarnaast heeft Lih de jonge geschiedenis van Wikipedia gewoon heel goed in kaart gebracht. Zelfs als je al veel over het fenomeen hebt gelezen kun je nog veel opsteken uit dit boek.

Ik sluit me aan bij Patrick Stouthuysen: Wikipedia is eigenlijk gewoon een wonder. En over wonderen lees ik maar al te graag.

Meer informatie over dit boek via het lemma in Wikipedia (uiteraard). Op Salon.com is een interview met de auteur te vinden.

@

Spioneren op internet: een verzameling handleidingen


Later deze week is er een deadline voor een column over privacy. Als het gaat om dat onderwerp hoef ik nooit lang te zoeken naar informatiebronnen. Na vanavond weer eens te hebben gegrasduind op Cryptome.org weet ik al waar ik over ga schrijven. In de Eyeball Series gebeurt niet zoveel, maar in de archieven ('Cryptome Out') daarentegen, kwam ik weer zo veel schokkend materiaal tegen dat ik er gewoon een half uurtje stil van was.

Laat ik niet verwijzen naar de misselijkmakende oorlogsfoto's uit Irak of naar de serie over de beveiliging van Obama. Ga zelf maar op zoek naar de namen van medewerkers van inlichtingendiensten of naar de beschrijving van de in opmars zijnde waterstofsulfide-zelfmoorden. Ik beperk me hier even tot de Online Spying Guides.

Als je nu eens werkelijk wilt weten wat 'ze' allemaal over je te weten kunnen komen op het web, ben je hier aan het goede adres. Het wemelt er van de leerzame PDF's. Duik maar eens in de praktijken van Lexis Nexis, of lees hoe justitie in de VS waarschuwt voor Mobile Me (iPhone): gebruikers kunnen op afstand hun telefoon wissen, stel je eens voor!

En wat te denken van prachtige ZIP-bestanden die documenten bevatten als 'How to use eBay as an open source investigation tool', 'Creating a Cellular Device Investigation Toolkit' of 'An IT-Forensic Examination of P2P Clients'? Het zijn gewoon handleidingen om gewiste data van mobieltjes of computers van P2P-gebruikers te trekken. Naast dit soort documenten kun je hier ook documenten vinden over sites als Ning,  MySpace, Microsoft, Paypal, enz.

Doe er je voordeel mee, zou ik willen zeggen.

Gerelateerd:
Cryptome.org: als informatie gevoelig ligt
Als informatie gevoelig ligt II: Cryptome offline, vijf miljoen e-mails zoek en de waarheid achter 4/29
De bewakers weer bewaakt: Cryptome terug online
Amerikaanse overheid verwijdert duizenden documenten uit Nationale Archieven
Klokkenluiderswebsitenieuws
Veiled: the evolutie van Darknets

@

Leviathan


Ik ken het boek Leviathan verder niet maar de bijbehorende kaart van Europa vind ik bijzonder fraai. De trailer van het boek trouwens ook. Je krijgt gewoon leeslust van.

Hier het blog van auteur Scott Westerveld.

@

Via DRB (check ook deze leeuw!)

De informatiespecialist van de toekomst?


Je moet altijd blijven nadenken over de toekomst van je vak, vind ik. Dat is de reden waarom ik veel blijf lezen over de informatiespecialist of de bibliothecaris van de toekomst. Begin mei stelde ik dat ik steeds vaker stuit op de omschrijving Digitale Curator. Ook vandaag las ik daar weer twee artikelen over, artikelen van denkers die ik vrij hoog heb zitten: Weinberger en Rangaswami.

De laatste bekijkt de digitale curator in Thinking about democratised curation vanuit het perspectief van de informatie-overvloed. Het artikel The coming data explosion  komt ook aan bod. Daar verwees ik zaterdag al naar (het tijdperk van de Exaschaal):
Like Mayer, Ranganathan compared the online data growth rate to Moore's Law. He told me that it's rising significantly faster than Moore's Law. HP CEO Mark Hurd put it this way in June 2009: "more data will be created in the next four years than in the history of the planet."
[...]
Mayer went on to say that there were 5 exabytes of data online in 2002, which had risen to 281 exabytes in 2009. That's a growth rate of 56 times over seven years. Partly, she said, this has been the result of people uploading more data. Mayer said that the average person uploaded 15 times more data in 2009 than they did just three years ago.
281 exabyte aan informatie in 2009. Dat past nog steeds vrij aardig in het plaatje uit 2008, dat voorspelde dat we in 2011 aan 1800 exabyte zullen geraken. Volgens Rangaswami moet de informatiespecialist van de toekomst rekening houden met de volgende zaken:
  • de authenticiteit van informatie
  • het waarheidsgehalte van informatie
  • de toegang tot informatie
  • de relevantie van informatie
  • de consumeerbaarheid van informatie (verschillende platformen en apparaten)
  • de produceerbaarheid van informatie 
Dat komt behoorlijk in de buurt van de negen 'geboden' van Henk Blanken...
Door hier nog eens over te schrijven vat ik het een en ander weer even samen, ook voor mezelf. Dit spoor wil ik verder onderzoeken omdat ik het gevoel heb dat het een belangrijk spoor is. De discussie over de vraag of internet ons nu slimmer of dommer maakt is ook een interessant spoor...en weer in volle gang (Shirky vs. Carr) maar die kwestie laat ik nu even aan me voorbij gaan. Ik vind het, voor nu, interessanter te kunnen zeggen dat er geen informatie-overvloed is dan te weten wat die overvloed precies met ons doet. Dat komt later weer wel.

@

Trouwe klanten belonen met Foursquare Specials


Ik noem het voor het gemak maar 'voortschrijdende inzichten'. Soms zie je weinig of niets in een nieuwe toepassing en besluit je er voorlopig niets mee te doen. Zo ging het bij mij met Twitter en zo is het ook gegaan met Foursquare, alleen dan iets sneller. Foursquare gaf ik in februari nog het nadeel van de twijfel, maar sinds ik de iPhone heb log ik dagelijks in. Ik ben niet de enige. Mashable beschreef in maart al hoe snel Foursquare groeit en het bedrijf twitterde op 3 juni zelf dat er al meer dan 1,5 miljoen gebruikers zijn.

Niet iedereen is gecharmeerd van locatietoepassingen, zeker niet als de 'check-ins' gekoppeld worden aan Twitter. Daar kun je weinig tegenin brengen. Zelf heb ik er inmiddels wel lol in, om burgemeester te zijn van diverse straatjes en plaatsen in mijn nabije omgeving, of om te zien aan wie ik een burgemeesterschap heb verloren. Homo Ludens for life, jwz.

Vandaag zag ik opeens iets nieuws: een 'special' van Slijterij de Vuurtoren (zie ook de posting van precies een maand geleden). Zo'n special is in feite een speciale aanbieding voor Foursquaregebruikers. Petra heeft ervoor gekozen incheckende gebruikers die een fles Zeeuwierjenever kopen een gratis proefglas te geven. Toen ik dat zag vroeg ik Petra via Twitter hoe die specials werken. Ik vond het antwoord tegelijkertijd op 'Foursquare and your Business'. Een zoekactie leidde me vervolgens naar Marketingfacts, waar ik behalve een goede uitleg ook de interessante case van boekhandel Selexyz vond, inclusief de bijbehorende statistieken.

Foursquare zal door veel organisaties als 'niche' worden beschouwd, maar het aanmaken van een special is zo eenvoudig dat het m.i. toch een overweging waard is om dienstverlening te koppelen aan deze tool. Geef Foursquare gebruikers die tien keer hebben ingechecked bijvoorbeeld korting op een lenerspas, of gratis toegang tot een lezing. Je krijgt daar, zonder al te veel inspanning, goede en gratis PR voor terug. Noem het gerust een buitenkans.

@

zondag 6 juni 2010

Leve de pinguin van Penguin


Ze zijn geweldig, deze bewerkingen van Penguinboeken. Gevonden op Caustic Cover Critic.

Gerelateerd:
Penguin books betrekt lezers in ontwerp boeken: My Penguin
Rondrennen met brandende lucifers
Voeken: de toekomst van het digitale boek?
LiveBook: boeken schrijven in netwerkverband

@

Volharding


Als je omringd wordt door mensen die vinden dat wat jij doet te extreem is, doe je er goed aan verhalen op te zuigen van mensen die dat wat jij doet nog veel extremer doen. Dan weet je weer even dat het niets voorstelt. Dan besef je weer even dat je het verhaal ook kunt omdraaien. Wie zijn zij dan, om te oordelen? Wat doen zij dan allemaal voor uitgebalanceerde dingen? Hoe lang bijten zij zich ergens in vast?

Je zet Uniform Choice op en je gilt mee: Don't Quit!

When things go wrong 
As they sometimes will 
When the road your trudging 
Seems all uphill 
When the funds are low 
And the debts are high 
When you want to smile 
But you have to sigh 
When care is pressing you down a bit 
Rest if you must but don't you quit 

Life is queer 
With it's twists and turns 
As everyone of us 
Must at sometime learn 
Often the struggler has given up 
When he might have captured the victor's cup 
And he learned too late as night slipped down 
How close he was to the golden crown 

Success 
Is failure inside out 
The silver tint to 
The clouds of doubt 
And you can never tell how close you are 
It may be near when it seems afar 
So stick to the fight when you're hardest hit 
It's when things seem worst that you must not quit 

Don't quit 
Don't quit 
Don't quit 
Don't quit, don't quit 

@

Hochschule Darmstadt: orde in de chaos



Dit filmpje, van de Hochschule Darmstadt, is promotiemateriaal voor de opleiding Information Science and Engineering/Informationswissenschaft. Het is een bombastisch filmpje, maar de beelden zijn prachtig en belangrijker nog: de boodschap beklijft.

Geschikt als voorbeeld dus.

@

Games Atelier: serious gaming in Zeeuwse scholen en bibliotheken



Mijn interesse voor de thema's serious gaming en context aware gaming heb ik nooit onder stoelen of banken gestoken. Ik hoefde dan ook niet lang na te denken toen BibliOosterschelde mij vroeg of ik samen met collega Saskia naar de inspiratiemiddag Games Atelier wilde. Dat deze -door SCOOP georganiseerde- middag werd gehouden in de aula van de Zeeuwse Bibliotheek vond ik alleen maar grappig. Dat Anneke (Zeeuws Archief) er ook was maakte de cirkel weer rond. Zeeland is nu eenmaal klein. Gelukkig maar.

Lukie Stalenhoef vertelde over Games Atelier en de toegevoegde waarde van (mobile) gaming in het onderwijs. Omdat ik de projecten van Waag Society graag mag volgen was haar verhaal niet helemaal nieuw voor me, maar dat maakte het niet minder interessant. Het was goed om haar enthousiast te horen vertellen over de mogelijkheden en de successen in Amsterdam (Frequentie 1550, bijvoorbeeld). Multimedia verrijkt onderwijs. Leerlingen pikken lesstof sneller op als zij met computers en mobieltjes mogen werken. De koppeling met de directe omgeving maakt dat zij daar ook meer interesse in krijgen. Zo ook in Middelburg.

Imke Elstak (SCOOP) vertelde over de ervaringen van Middelburgse scholieren. Drie van hen kwamen zelf ook hun verhaal doen. Zie bovenstaande impressie van TV Walcheren, het verslag op de website van Creative Learning Lab en het artikeltje in de PZC. Nadat we een deel van het spel rondom het Vergeten Bombardement van Middelburg zelf hadden gespeeld, wist ik zeker: Games Atelier is een kans. Een kans om de banden met het onderwijs te versterken. Een kans om koppelingen te leggen met andere mobiele toepassingen die binnen bibliotheken en archieven ontwikkeld worden. Een kans om serious gaming nu eens handen en voeten te gaan geven binnen de kaders van mediawijsheid.

Vanuit dat laatste perspectief viel het me wel een beetje tegen dat de prijzen van de licenties vrij hoog liggen. Imke stelde ons weliswaar gerust door te stellen dat die licenties ook op provinciaal niveau kunnen worden afgenomen, maar toch: ik blijf het merkwaardig vinden dat gesubsidieerde organisaties kosten bij elkaar in rekening moeten brengen van het Ministerie. Waag is nota bene een van de medegrondleggers van Creative Commons Nederland. Maar goed, dat is weer een heel andere discussie. Games Atelier is gewoon een leuk en leerzaam project en alleen daarom al een overweging waard voor alle organisaties die zich bezighouden met onderwijs en mediawijsheid.

Meer informatie is te vinden op http://gamesatelier.nl/.

Gerelateerd:
Frequentie 1550: waarom technologie de jeugd niet verpest
De nabije toekomst: bibliotheken aan de slag met "context-aware gaming"?
Tien miljoen subsidie serious games
Serious Gaming en bibliotheken: een kwestie van tijd?
Serious Gaming en bibliotheken: meer ontwikkelingen
Spelen op de werkvloer: de opkomst van (serious) gaming in het bedrijfsleven
Amerikaanse bibliotheekvereniging investeert miljoen in gamingonderzoek
Panem et circenses
Picnic08 donderdag: social RFID games

@

zaterdag 5 juni 2010

Massadigitalisering: 9 bronnen voor e-boeken op een rij gezet



Deze bijdrage verscheen eerder in Digitale Bibliotheek 4, 2010

De Europese Commissie heeft in oktober 2009 de digitalisering van boeken op de agenda geplaatst van de Europese Unie door een mededeling goed te keuren over het ‘auteursrecht in de kenniseconomie’. De commissie stelt hiermee de aanzienlijke culturele en juridische uitdagingen aan de orde die gepaard gaan met de grootschalige digitalisering en verspreiding van boeken, in het bijzonder de Europese bibliotheekcollecties.

In januari van dit jaar werd bekend dat de Koninklijke Bibliotheek alle Nederlandse boeken, kranten en tijdschriften vanaf 1470 wil digitaliseren. Het zijn ontwikkelingen die niet op zichzelf staan. Wie in Wikipedia het overzicht van Digitale Bibliotheekprojecten opvraagt schrikt gewoon een beetje van het aantal projecten dat daar is te vinden. Je ziet door de bomen het bos niet meer. Daarom hierbij een overzicht van de bekendste en belangrijkste projecten

Google Books
http://books.google.nl/

Het bekendst is de dienst van de meest gebruikte zoekmachine ter wereld: Google Books (Google Boeken). Deze dienst werd in 2004 voor het eerst aangekondigd door de zoekgigant, onder de naam Google Print. Google stelde in februari van dit jaar dat zij inmiddels meer dan twaalf miljoen boeken heeft gescand. De bibliotheken die met Google samenwerken zouden 42 miljoen banden bezitten, waarvan er tien miljoen boeken onder het Google Books Settlement vallen. Hoewel Google nog verwikkeld is in verschillende rechtszaken heeft deze dienst de meeste potentie, om de doodeenvoudige reden dat Google ook al beschikt over een miljoenenpubliek, dat de diensten van Google veelvuldig gebruikt. Google books bevat zowel werken uit het publieke domein (ook verweesde werken ) als boeken waar auteursrecht op berust. Van die laatste kunnen alleen fragmenten worden opgevraagd.

Project Gutenberg
http://www.gutenberg.org/wiki/Main_Page

Project Gutenberg bestaat feitelijk al sinds 1971. In dat jaar typte Michael Hart de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring over op zijn computer, waarmee het eerste document voor het project gedigitaliseerd was. De bibliotheek bevat inmiddels meer dan 35.000 boeken, waarvan 455 Nederlandse. Bijna de helft van die boeken is behandeld door de Distributed Proofreaders, een project dat vrijwilligers de met OCR ingescande teksten in een browservenster laat controleren en corrigeren.
De website van Gutenberg vermeldt dat er in april 2010 maar liefst 2.856.483 e-boeken zijn gedownload. Alle boeken op Gutenberg bevinden zich in het publieke domein.

Het tekstarchief van Archive.org
http://www.archive.org/details/texts

Dit project werd in 1996 gestart door Brewster Kahle, aanvankelijk als archiveringssysteem voor websites (de ‘Waybackmachine’), later ook voor de ontsluiting van andere media. Het archief voor teksten en e-boeken omvatte op het moment van schrijven 2.286.905 items, die worden aangeboden vanuit de Open Accessfilosofie. De meeste werken worden aangeboden onder Creative Commons Licenties .
Opmerkelijk is dat Archive.org ook 902.987 boeken uit Google Books bevat. Waarschijnlijk doet de site dit om werken uit het publieke domein ook buiten de servers van Google digitaal veilig te stellen. De site vermeldt: "Digitized books from many different libraries from the Google Book Search program. These digital files have been downloaded from the Google site and uploaded to the Internet Archive by users. While these books may be old enough to be in the public domain, but there is no guarantee by anyone of their legal status. These books have been made text searchable as a finding aid and downloading refers to Google's site. Please refer to Google's site for any rights issues or restrictions."

Open Library
http://openlibrary.org/

Deze database bevat 24.013.367 boeken, waarvan 1.254.400 titels full-text beschikbaar zijn.
Het ambitieuze doel van dit open source project is om voor ieder boek dat ooit werd gepubliceerd een eigen internetpagina aan te maken. Open Library omschrijft zichzelf als volgt:

“At it's heart, Open Library is a catalog. The project began in November 2007 and has been inhaling catalog records from some of the biggest libraries in the world ever since. We have well over 20 million edition records online, provide access to 1.7 million scanned versions of books, and link to external sources like WorldCat and Amazon where we can. The secondary goal is to get you as close to the actual document you're looking for as we can, whether it's a scanned version courtesy of the Internet Archive, or a link to Powell's where you can purchase your own copy.”

De basis van Open Library zijn de gegevens uit andere catalogi. Zo heeft men bijvoorbeeld alle records van de Library of Congress ingelezen, evenals die van uitgevers als Harper Collins en Random House. Ook de gegevens uit databases als die van Library Thing en Archive.org worden gebruikt.
Iedereen mag helpen deze catalogus uit te bouwen. Als particulier, op titelniveau (de site heeft het open karakter van een Wiki; iedereen kan dus wijzigingen aanbrengen), of als bibliotheek, door de records uit de eigen catalogus in te laten lezen.

Europeana
http://europeana.eu/portal/

Europeana zou je kunnen omschrijven als het gewenste Europese antwoord op Google Books, zij het dat deze website meer bevat dan boeken alleen. Europeana is een online verzameling van miljoenen gedigitaliseerde objecten en bevat materiaal uit Europese musea, bibliotheken, archieven en multimediacollecties. Europeana werd gelanceerd op 20 november 2008, nadat eerdere pogingen tot Europese samenwerking op niets waren uitgelopen. Zo strandde eind 2006 het project 'Quaero', een Frans/Duits zoekmachineproject, door meningsverschillen. Anno 2010 zijn het vooral problemen rondom copyright die het soepel doorgroeien van Europeana in de weg staan. Eind april vergaderde het Europees Parlement over deze problematiek. Het punt is dat de regels voor copyright per EU-lidstaat verschillen. Er bestaat geen systeem om auteurs te betalen voor materiaal dat nog onder auteursrecht valt. Ook zijn er nog geen normen voor de inhoud van de online bibliotheek.

Het Duitse parlementslid Helga Trüpel riep alle lidstaten onlangs op tot het nemen van maatregelen die noodzakelijk zijn om te voorkomen dat er een kenniskloof ontstaat tussen Europa en de Verenigde Staten en ervoor te zorgen dat Europeanen volledige toegang hebben tot hun eigen culturele erfgoed. Zij pleitte daarnaast voor het indienen van een wetgevend voorstel voor wat betreft de digitale weergave van verweesde werken. Zo’n voorstel zou een einde kunnen maken aan de huidige wettelijke onzekerheid voor de vergoeding van rechthebbenden.

Europeana maakt de belofte nog niet waar. Boeken komen alleen boven water na zoekacties binnen verschillende databanken en catalogi (bijvoorbeeld Gallica en het Geheugen van Nederland) en kunnen alleen via diezelfde databanken worden geraadpleegd. Het downloaden van boeken zit er meestal niet in, omdat veel gekoppelde databanken werken met eigen viewersoftware.

Europese Bibliotheek
http://search.theeuropeanlibrary.org/portal/nl/index.html

De Europese Bibliotheek (The European Library is een zoekportaal van de Conference of European National Librarians). Het portaal biedt een zoekingang voor de digitale collecties en catalogi van Europese nationale bibliotheken. Met deze zoekmachine doorzoek je dus ook bibliografische gegevens. Als portaal voldoet deze ‘bibliotheek’ prima, maar als platform voor e-boeken is het (nog) geen serieuze concurrent voor sites als Archive.org en Google Books. Daarvoor is de zoekmethodiek, net als die van Europeana, nog te omslachtig.

World Digital Library
http://www.wdl.org/en/

Deze digitale bibliotheek is een initiatief van de Amerikaanse Library of Congress, in samenwerking met in samenwerking met Unesco en bibliotheken en archieven uit 32 landen. Het project heeft als doel "het bevorderen van de internationale en interculturele verstandhouding en bewustzijn, het ter beschikking stellen van bronnen aan onderzoekers, het uitbreiden van niet-Engelse en niet-Westerse inhoud op het internet en bijdragen tot wetenschappelijk onderzoek taal”.
Ook dit portaal biedt meer dan boeken alleen en ook hier geldt dat gedigitaliseerde boeken niet gedownload kunnen worden in bijvoorbeeld PDF- of EPUB-formaat. In plaats daarvan kunnen de werken ter plekke worden geraadpleegd in een viewer, of, in hoge resolutie, in een mediaspeler. Het aanbod is nog zeer beperkt bovendien. Zo omvat de collectie gedigitaliseerde boeken in de regio Europa op dit moment slechts 59 titels.

The Universal Digital Library
http://www.ulib.org/

Dit project wordt ook wel ‘The Million Book Project’genoemd. Het project is een samenwerkingsverband van de Carnegie Mellon Universiteit en Chinese en Indiaase overheids- en onderzoeksinstellingen. UDL bevatte eind 2007 meer dan anderhalf miljoen gescande boeken, in twintig verschillende talen. De meest boeken komen uit het publieke domein maar men heeft ook toestemming gekregen om 60.000 boeken met copyright in de database op te nemen, die soms gedeeltelijk, soms volledig, online geraadpleegd kunnen worden. De boeken in deze universele bibliotheek zijn gescand met OCR en kunnen op verschillende manieren gelezen of gedownload worden. Daarbij dient te worden opgemerkt dat de software bijzonder veel foutmeldingen geeft. De site is sinds 2007 niet meer bijgewerkt bovendien.


DBNL (ook via Aquabrowser van Bibnet)
http://www.dbnl.org/
http://zoeken.bibliotheek.be/?q=dbnl:*

De Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL) bevat volledige teksten van boeken en tijdschriften. Het gaat daarbij om literaire teksten, wetenschappelijke studies en cultuurhistorische bronnen van velerlei aard. DBNL werd in 1999 opgericht door de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. De stichting voert een eigen, in Taalunieverband bekostigd, digitaliseringsprogramma uit, maar realiseert daarnaast ook veel projecten in samenwerking met andere culturele en wetenschappelijke instellingen. Boeken en teksten worden in DBNL aanvankelijk weergegeven in HTML maar kunnen meestal ook als PDF-bestand worden gedownload. Het Vlaamse Bibnet heeft de collectie onlangs ook opgenomen in de eigen Aquabrowser. Met de zoekopdracht dbnl:* krijg je alle 6.937 (e-) boeken op een digitaal presenteerblaadje aangereikt.

@

Afbeelding: Max-B

De Baby App van Durex



 De App bestaat niet echt, maar de campagne is briljant.


@

Via Logfather

Iedereen leest dezelfde krant op TV


Wonderlijk genoeg viel het iemand op dat acteurs in televisieseries allemaal dezelfde krant zitten te lezen. Zoiets verzin je toch niet?

Bekijk hier het verzamelde bewijs.

@

De parallellen tussen de journalistiek en bibliotheken: een interview met Henk Blanken


Dit interview verscheen eerder in Digitale Bibliotheek nr. 4, 2010

Er zijn veel parallellen te trekken tussen de bibliotheekwereld en de dagbladjournalistiek. Beide instituten zien zich geconfronteerd met veranderingen in het informatiegedrag van hun lezers en klanten. Het aantal abonnees en leden loopt gestaag terug. Bibliothecarissen en journalisten merken steeds vaker dat hun rol als informatiebemiddelaar niet meer zo vanzelfsprekend is als vroeger. Digitale Bibliotheek ging daarom graag het gesprek aan met Henk Blanken, journalist, blogger en schrijver. Hij werkte in het verleden voor Het Vrije Volk en de Volkskrant en is nu adjunct-hoofdredacteur bij Dagblad van het Noorden.

Blanken schrijft veel over ICT en media in het algemeen, en over de botsing tussen oude en nieuwe media in het bijzonder (op www.henkblanken.nl en www.denieuwereporter.nl). Blanken schreef samen met Mark Deuze de boeken De Mediarevolutie en PopUp. In mei 2009 publiceerde hij het boek Mediamores, over digitale cultuur, bloggende burgers en journalistieke ethiek.

Toen we een afspraak maakten begreep ik dat je het nogal druk had met de overstap van je krant naar het Tabloidformaat. Over verandering gesproken! Ging die overstap met weerstand gepaard? Was er sprake van strijd of van veel vergaderen? Of is het gewoon een bevel van het hoogste bestuur dat iedereen moet opvolgen?
Aan bevelen doen journalisten niet, maar in dit geval waren we het er ook gewoon over eens dat het moest gebeuren, al was het maar omdat vijfenzeventig procent van onze lezers de voorkeur bleek te geven aan het tabloidformaat. Nadat we het een aantal keren goed hadden doorberekend zijn we er voor gegaan. In feite hebben we de vormgeving aangepast aan de inhoudelijke verbeterslag die we juist hadden gemaakt.
.
Ik beschouw jou als een traditionele journalist die ook de zegeningen van het web heeft omarmd. Je bent adjunct-hoofdredacteur van een papieren krant, je schrijft boeken, maar je bent ook een blogger in hart en nieren. Hoe verhouden die twee zaken zich in jouw leven? 
Bloggen doe ik in mijn eigen tijd. Boeken schrijven ook. Ik behoor tot de relatief kleine groep mensen die zowel professioneel journalist als blogger is. Dat gaat normaal niet zo goed samen. Journalisten vinden bloggers vaak amateurs, bloggers vinden journalisten doorgaans arrogant. Ik doe aan beide kanten mee en blog graag over die moeizame relatie. Binnen de krant ben ik verantwoordelijk voor de multimediale activiteiten. Voor de krant blog ik niet maar er zijn wel medewerkers die bloggen en twitteren. Dat kan allemaal nog wel beter, maar net als andere kranten hebben we te maken met bezuinigingen op onze formatieplaatsen, daarom is het lastig die activiteiten uit te breiden, hoe graag we dat ook zouden willen. We hebben besloten dat de aandacht voorlopig vooral naar de papieren krant zal uitgaan, daar ligt nu de prioriteit. Dat heeft ook te maken met de vergrijzing van het lezers- en personeelsbestand. Je moet eenvoudigweg keuzes maken. Dat zal voor bibliotheken ook gelden.

Onlangs schreef je op je weblog dat je enerzijds vindt dat nieuws niet gratis kan blijven maar dat je anderzijds ook niet gelooft dat Murdoch het gaat redden met kwaliteitsnieuws achter een betaalde poort. Je denkt dat de lezers dan op zoek gaan naar alternatieven? 
Er wordt vaak gesteld dat mediabedrijven geen geld kunnen verdienen aan het web maar de mensen die dat beweren gaan vaak voorbij aan het feit dat Google ook een mediabedrijf is. Ik ben niet erg optimistisch over het voortbestaan van de papieren krant op de lange termijn maar ik ben dat juist wél als het gaat om de toekomst van de nieuwsindustrie als geheel. Onze bestaande lezers willen helemaal niet dat wij iets veranderen aan de manier waarop wij het nieuws brengen maar dat geldt niet voor toekomstige generaties. Ook zij zullen nog steeds interesse hebben in nieuws, maar niet in de manier waarop wij het brengen. Of kranten er in zullen slagen te innoveren op dat gebied valt nog te bezien. Nu.nl is ook niet bedacht door een journalist, maar door een slimme marketeer. Journalisten haalden hun neus ervoor op. Nu is het de grootste nieuwssite van Nederland.

Zouden bibliotheken volgens jou wél moeten blijven investeren in het beschikbaar stellen van dure databanken die niet vrij toegankelijk zijn via het web?
Alleen als daar vraag naar is. Je kunt wel miljoenen investeren in hoogwaardige en betrouwbare informatie, maar als er minstens zo veel betrouwbare informatie gratis is te vinden, met behulp van zoekmachines, waar doe je het dan nog voor? Dat is ook het lot van kranten. Het is een verloren strijd om de Googlegeneratie hoogwaardige informatie door de strot te willen drukken. Zulke informatie interesseert hen namelijk niet. Zij hebben andere normen: het moet snel, mobiel, redelijk betrouwbaar én ze moeten kunnen reageren. Bibliotheken moeten onderzoeken wat de nieuwe generatie van hen verwacht op dit gebied. Als je dat onvoldoende doet heb je straks pas echt een probleem.

Wat vind je zelf eigenlijk van bibliotheken? Kom je daar nog wel eens voor je lol?
Nee. Mijn vrouw en kinderen nog wel, maar ik koop mijn boeken zelf.

En voor je werk? Gebruik je dan ook alleen maar internetbronnen?
Meestal wel ja. Het is Google dat de klok slaat. Als je de wegen een beetje kent is er een onvoorstelbare hoeveelheid wetenschappelijke studies, rapporten, lezingen en filmpjes te vinden. Een enkele keer gebruik ik nog wel LexisNexis. Als het gaat om boeken gebruik ik Amazon.

Media (kranten en omroepen) zouden volgens Plasterk meer moeten gaan samenwerken. In Zeeland en Friesland zijn onlangs pilots gestart onder de naam Nieuwsportaal/Nijsportaal, waarin de bibliotheken mediadossiers samenstellen en discussiebijeenkomsten met de bevolking faciliteren. Krant en omroep zetten de vragen rondom thema’s uit. Hoe kijk jij tegen zulke samenwerkingsverbanden aan? Is het een logische ontwikkeling?
Ik vind dat een buitengewoon interessant concept! Ik was er zelf nog niet opgekomen om bibliotheken op deze manier aan de media te koppelen maar ik vind het eigenlijk wel een logische combinatie. Ik wil hier graag meer over weten. Wil je me na afloop van dit gesprek documentatie en de adressen van de betrokkenen mailen? In Friesland werken we, net als in Zeeland, al samen met bibliotheken rondom de digitalisering van de regionale kranten.

Je gaat niet zover dat je boeken gratis te downloaden zijn, zoals Erwin Blom. Betekent dat, dat je genoeg verdient aan de gedrukte werken of geloof je niet zo in dat verdienmodel?
Dat heeft vooral te maken met de afspraken die ik heb gemaakt met Atlas, mijn uitgeverij. Zij werken op traditionele wijze en dat respecteer ik. Het is in ieder geval niet zo dat ik het doe voor het geld want ik verdien nauwelijks aan die boeken. (lachend:) Een half jaar aan manuren voor het schrijven is redelijk veel, in verhouding tot de 369 euro die het oplevert.

Maar wat is dan je grote drijfveer om te schrijven?
Ik vind het fantastisch om te lezen, te denken en te schrijven over de staat en de toekomst van ons vak. Enige geldingsdrang is mij natuurlijk ook niet vreemd. Ik geloof dat ik een boodschap heb.

Pikken je collega’s die boodschap ook op?
Voor sommige collega’s (buiten mijn eigen redactie) ben ik ‘die mafkees die internet predikt’, voor sommige bloggers ben ik juist de klassieke journalist die roept dat internet niks is. Als je aan twee kanten van de lijn opereert trap je ook aan twee kanten op tenen. Maar er zijn gelukkig ook veel mensen die inzien dat ik probeer te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn, en dat ik van het beroep en het instituut houd. Als je wilt nadenken over de toekomst van journalistiek moet je voorbij de krant denken, zoals je voorbij het boek moet denken als je nadenkt over de toekomst van bibliotheekwerk. Dat mijn boodschap soms enigszins somber is hoort daar bij.

Je boek PopUp sluit je af met de negen ‘geboden’ voor nieuwe journalistiek (transparantie, betrokkenheid, dialoog, authenticiteit, creativiteit, betrouwbaarheid, verantwoording, flexibiliteit en professionaliteit). Welke daarvan is het belangrijkst?
Ik gebruik de woorden transparantie en flexibiliteit het vaakst. Vanuit het perspectief van de klant: ik denk dat journalistiek voor de toekomstige generaties alleen nog bestaansrecht heeft als zij volkomen transparant is. De betrouwbaarheid van een informatiebemiddelaar is daar ook op gebaseerd. Daarnaast moet de moderne journalist flexibel zijn in die zin dat hij er rekening mee moet houden dat de krant over tien jaar misschien niet meer bestaat.
In mijn nieuwe boek, dat in 2011 verschijnt, ga ik in op het ‘LIAR-principe’ De journalistiek zal dichtbij zijn (Local) en onderzoek doen (Investigation). De andere twee pijlers zijn de onontkoombare consequenties van netwerktechnologie. Want meer dan ooit brengt internet het nieuws op een andere manier samen (Aggregation) en zal er behoefte ontstaan aan betrouwbare bronnen, aan Reputation.
Informatieprofessionals moeten inzien dat zij niet langer de belangrijkste bron van informatie zullen zijn, maar dat zij in staat moeten zijn om de kennis die in het netwerk bestaat bij elkaar te brengen. Ik denk dat dáár de komende vijf jaar de ontwikkelingen zouden moeten plaatsvinden.

Hoe moeten ze dat dan doen, dat bijeenbrengen?
Allereerst door te beseffen dat internet geen massamedium is, maar een platform van en voor miljoenen kleine en persoonlijke netwerken. Dát is mijn belangrijkste ontdekking van de afgelopen jaren (en een onderwerp waar Clay Shirky het boek Here comes everybody over heeft geschreven) maar het is tegelijkertijd een notie die maar niet tot ons, de oude massamediamensen, wil doordringen. Het begint ermee dat je moet bedenken dat je continu communiceert met 80 mensen, niet met 80.000. Vervolgens moet je wel proberen de kennis van de overkoepelende, grote groep te aggregeren.
Het bindmiddel is vertrouwen. Zoals geld nodig is voor het betalingsverkeer, is vertrouwen onmisbaar voor het maatschappelijk verkeer. Zonder vertrouwen brokkelt een samenleving die zich moet hervinden na de ontzuiling, de globalisering en een informatierevolutie, langzaam af.
Google - maar ook eBay, Hyves, Twitter en Slashdot, to name a few - maken duidelijk dat de problemen die de netwerksamenleving heeft veroorzaakt, of verergerd, ook weer door het netwerk kunnen worden opgelost. Zoals je de kwaliteit van informatie - in elk geval ten dele - kunt bepalen met een algoritme (Googles Pagerank), zo kun je ook een model, een regel, een wiskundige formule bedenken voor een reputatie waaraan vertrouwen kan worden ontleend.
De journalistiek is lokaal begonnen. Is hard op weg het onderzoek en de verdieping opnieuw uit te vinden. Begint langzaam te wennen aan andere, meer interactieve vormen van aggregatie van nieuws. En zal, hoop ik, tot de ontdekking komen dat ze heel veel te winnen heeft als ze soortgelijke systemen ontwikkelt om haar eigen reputatie op te vijzelen, te bevestigen en te verankeren in de samenleving. Dat geldt ook voor de bibliotheek.

@

Foto: Corne Sparidaens