woensdag 31 maart 2010

Een kans voor iedereen: internetgebruik in Amerikaanse bibliotheken


Drie jaar geleden was het aanbieden van gratis internet in bibliotheken nog een controversieel onderwerp, nu hoor je er nooit meer iemand over. Het is eigenlijk alleen nog gek als je het als bibliotheek niet hebt opgenomen in je dienstenpakket. Drie jaar geleden vroeg ik me af welke impact het aanbieden van gratis internet heeft op de bezoekersaantallen van Nederlandse bibliotheken. Op die vraag heb ik eigenlijk nog steeds geen antwoord gevonden. Zoals gewoonlijk richt ik mijn blik dan maar even op andere landen.

Gisteren werd ik via B20 geattendeerd op Libraries: stop doing it by the book, in Times Online. Het is, alweer, een impressie van de veranderende opvattingen over de functie van bibliotheken en hoe die bibliotheken stap voor stap getransformeerd worden tot plekken waarin het boek niet langer centraal staat. Een week eerder werd ik gewezen op het rapport Opportunity for All: How the American Public Benefits from Internet Access at U.S. Libraries (een samenvatting is hier als PDF te downloaden). Dat rapport laat weinig te raden meer over. In Report: Last Bastion of the Bookworm Becomes Internet Hub (NYT) wordt alles even voor ons op een rij gezet.

Het is zo klaar als een klontje: zelfs de mensen die thuis ook beschikken over internettoegang gaan nog graag naar de bibliotheek om daar internet te raadplegen, al dan niet draadloos. De een doet dat vanuit privacyoverwegingen, de ander vanwege het sociale aspect. Het is een dienst met bijzonder veel impact. Niet meer weg te denken eigenlijk.

Maar de boeken dan? De boeken!
Tsja, die projecteren we over een paar jaar misschien wel vanaf onze pols, met een mini-beamer. Skinput is dichterbij dan we denken, wellicht.

Gerelateerd:
Internettoegang en privacy in bibliotheken
Over de invloed van internet op onze relatie met cultuur
Over het boekenmuseumscenario
De bibliotheek als beleving ter discussie
Bibliotheken zonder boeken
Wachten op een pc doe je in de bibliotheek...
De bieb is hun thuis: the kids are alright, deel 2
Wij zullen hen meer missen dan zijn ons, deel II

@

Merkwaardige kunst deel 15: paard en Hummer


Jeremy Dean has built a reputation for exploring the American dream and human progress through art. Deconstructing and re-contextualizing iconic symbols of power and wealth, his work addresses social, political, economic and cultural issues. His work spans the spectrum of film, animation, drawing, interactive sculpture, and installation.
Aldus {CTS}. Een kunstenaar die het 'horseless carriage syndrome' verbeeldt door een Hummer op deze manier te verbouwen is lekker confronterend bezig. Zoals het hoort.

Meer informatie op WTF have you done?

@

Rushkoff: programmeren of geprogrammeerd worden


Dat ik na een half jaar nog steeds niet verder ben gegaan in Douglas Rushkoff's Life Inc.doet niets af aan het feit dat ik de schrijver beschouw als een interessante denker. Zojuist keek ik een deel van zijn presentatie op SXSW: Program or be Programmed: Ten Commands for a Digital Age.

Het bezinkt nog niet helemaal, wat Rushkoff daar in zes minuten zegt, maar hij heeft een goed punt als hij zegt dat de de maatschappij altijd een stap achterloopt als het gaat om technologie die ontwikkeld wordt. Toen tekst werd 'uitgevonden' gingen we aanvankelijk vooral luisteren, niet schrijven, toen de boekdrukkunst werd uitgevonden gingen de meeste mensen lezen, niet publiceren, toen de computer ten tonele verscheen gingen we 'gebruiken', in plaats van programmeren. 'Maar', zo waarschuwt Rushkoff, 'als je niet programmeert zul je geprogrammeerd worden'. Velen van ons komen niet verder dan schrijven in 'het vakje dat Google ons geeft', terwijl er volgens hem wel manieren zijn om daar iets tegen te doen.

Op WorkBook Project worden de tien voorschriften van Rushkoff toegelicht. Van Thou shalt not be always on tot Thou shalt not be anonymous. Op geboden zit niemand te wachten, maar deze zijn een overpeinzing wel waard vind ik. Als je daar geen zin in hebt zou je ook nog kunnen overwegen om op 7 april naar de VPRO te kijken. Zij besteden dan aandacht aan SXSW en Rushkoff. Meer informatie op Dutch Cowgirls.

Gerelateerd:
Technologies of persuasion: online college van Douglas Rushkoff
Aanraders: The Virtual Revolution en Digital Nation

@

Afbeelding: Gustave Doré

dinsdag 30 maart 2010

Zbdigitaal.nl wordt edwinmijnsbergen.nl


Alle oude reacties zijn verdwenen. Ik heb twee uur zitten rommelen met het doorverwijzen van het oude naar het nieuwe domein. Het importeren van de archieven in een nieuw blog leidt keer op keer tot foutmeldingen. De beperkingen van dit sjabloon zijn te groot en dwingen mij een nieuwe te kiezen. De nieuwe titel bevalt me nog niet echt. Google is in de war. Ik stap op termijn misschien nog wel over van Blogger naar een ander platform. Kortom: het zal de komende dagen nog wat rommelig zijn hier. Ik hoop dat iedereen daar begrip voor heeft. Van een soepele overstap is geen sprake.

Het goede nieuws is dat de feed het nog doet en dat alle berichten bewaard zijn gebleven. Is er toch nog iets goed gegaan.

@

zondag 28 maart 2010

Zijn informatiespecialisten al klaar voor real-time?



'Hullie van het informatiewerk' wijzen uiteraard al jaren op het gevaar van een exploderend informatieuniversum maar de laatste maanden lijkt de urgentie van het probleem opeens door een veel groter publiek te worden erkend (de enige reden waarom ik dat denk is dat ik woorden als infobesitas steeds vaker in de media zie opduiken).

Ik vraag me af of die erkenning heeft te maken met de snelle opkomst van het real-time web. Het valt me namelijk op dat het juist tools als Twitter zijn die mensen confronteren met de omvang, snelheid en vluchtigheid van informatie.  Twitter visualiseert de informatiebrij blijkbaar beter dan weblogs en websites dat voorheen deden. In discussies over Twitter zeg ik dan meestal iets als 'ik zie Twitter als een almaar stromende rivier van info, waar ik als dikke beer af en toe een informatievisje uit sla. Als je de hele rivier wilt heb je een probleem'.

Maar de aard van Twitter en andere real-time kanalen roept de vraag op of informatiespecialisten hier nog een bemiddelingsrol van betekenis in kunnen spelen. Ik denk zelf van wel, maar zal niet snel beweren dat het makkelijk is. Afgelopen week las ik nog dat een medisch informatiespecialist die zijn vakgebied globaal bij wil houden daar 21 uur per dag aan zou kunnen besteden. Slapen is voor mietjes. Het punt is dat het real-time web in dat artikel nog niet eens aan bod kwam. Die steeds sneller stromende rivier werd nog volledig genegeerd.

Het opmerkelijke is dat steeds meer mensen die van oorsprong geen informatiespecialisten zijn zich met het filteren van informatie gaan bemoeien. In het perspectief van real-time lijken zij nu nog sneller naar oplossingen te zoeken dan de mensen-die-voorheen-de-specialisten-waren. Ik wees eerder al op de zogenaamde digitale curatoren van Rubel (hier en hier) en zie vandaag dat ook Robert Scoble zich een weg in het thema graaft. In The Seven Needs of Real-Time Curators komt hij met tips en suggesties voor mensen die een gids willen zijn in het real-time informatielandschap.
  1. Real-time curators need to bundle
  2. Real-time curators need to reorder things
  3. Real-time curators need to distribute bundles
  4. Real-time curators need to editorialize
  5. Real-time curators need to update their bundles
  6. Real-time curators need to add participation widgets
  7. Real-time curators need to track their audience
Het lijken voor de hand liggende handreikingen te zijn maar als je de moeite neemt om de toelichtingen te lezen realiseer je je dat deze aanpak zeker nog geen gemeengoed is in de wereld van informatiewerkers. Niet dat ik weet in ieder geval. De grote vraag is echter of de traditionele informatiebemiddelaar bereid is dit relatief nieuwe informatiegebied te helpen ontginnen. Is dat zinvol en haalbaar? En als dat zo is: welke traditionele vormen van informatieselectie en -distributie kunnen dan eventueel worden afgestoten?

Stof tot nadenken, als je het mij vraagt.

@

Afbeelding: BibliOdyssey

Het gamegevoel van een verslaafde schrijver



De leader van Video games: the addiction, in The Guardian:
Tom Bissell was an acclaimed, prize-winning young writer. Then he started playing the video game Grand Theft Auto. For three years he has been cocaine addicted, sleep deprived and barely able to write a word. Any regrets? Absolutely none
Het artikel van Bissell grijpt iedereen die de essentie van videogames begrijpt bij de strot. Ik weet niet hoe cocaïne voelt (en wil dat ook niet weten) maar als ik dit verhaal lees lijkt het bijna logisch te zijn, dat deze jonge schrijver ook naar het poeder greep.

Belangrijker is het gamegevoel dat Bissell beschrijft:
What have games given me? Experiences. Not surrogate experiences, but actual experiences, many of which are as important to me as any real memories. Once I wanted games to show me things I could not see in any other medium. Then I wanted games to tell me a story in a way no other medium can. Then I wanted games to redeem something absent in myself. Then I wanted a game experience that pointed not toward but at something. Playing GTA IV on coke for weeks and then months at a time, I learned that maybe all a game can do is point at the person who is playing it, and maybe this has to be enough.
Lezen! Het is een aanrader.

Gerelateerd:
Over Grand Theft Auto IV, geweld en de ziel van een stad
Gameverslaving: een verhaal uit de praktijk
Doorzettingsvermogen: World of Warcraft
De verankering van gaming in de maatschappij
Gameverslaving: probleemgebruik herkennen, begrijpen en overwinnen
Zembla in het teken van gameverslaving
Bakker: meeste gameverslaafden zijn niet verslaafd

@

Terugblikken op een vreemde week





Woohoo, het is zondag. Voor het eerst sinds afgelopen maandag is het me gelukt mijn mailboxen weer een beetje op orde te krijgen. Aan bloggen en andere digitale activiteiten kwam ik nauwelijks toe. Deze bewogen week stond vooral in het teken van de acties met flinke impact, de reacties daarop en mijn reageren op al die reacties. Een korte terugblik:
  • Maandag voerde ik een gesprek met mijn werkgever, waarna ik mijn vertrek bij de Zeeuwse Bibliotheek aankondigde. Ik meldde dat ik in functie zou blijven totdat 'iets nieuws zich zou aandienen'. Iets met oude schoenen en niet weggooien. Die post riep veel reacties op. Niet alleen op dit blog zelf, maar ook op andere blogs, Twitter, Facebook, Hyves, via SMS en vooral: via de mail. Overweldigend, hartverwarmend en interessant. Ik was er urenlang zoet mee.

  • Het uitgesproken voornemen slingerde me vervolgens heen en weer tussen allerlei stemmingen. Je wilt de rust bewaren maar er spookt van alles door je hoofd. Op het werk zwalkte ik maar wat van mail naar mail (na twee weken geen werkmail afhandelen was ik daar ook een volledige werkdag mee in de weer) en voelde ik vooral de behoefte om vrij te zijn. Een beetje zen zoeken in 'mijn derde plek', een beetje staren en  aanouwehoeren tegen de mensen die niet bij mijn werk betrokken zijn maar die wel weten hoezeer ik erbij betrokken ben. Dat helpt. Bedankt voor de oren luitjens!

  • Woensdag werd mij duidelijk dat langer blijven niet zou gaan werken. De motivatie heeft een knauw gekregen en in een wereld die gewoon doordraait kun je er op wachten dat zaken escaleren. Dat ik nog geen nieuwe schoenen heb werd opeens veel minder belangrijk. In de zomer kun je best een tijdje op blote voeten lopen, vond ik, en daar komt bij: ik heb nog een paar oude schoenen. Op het terras besloot ik, na het lezen van een paar mails op de telefoon, dat ik mijn brief direct de volgende dag zou schrijven en in de komende weken, waar mogelijk, mijn resterende verlof zou opnemen.

  • De brief schreef ik donderdag inderdaad, nog net voordat ik een delegatie van Theek 5 ontving, om te vertellen over al het moois dat de ZB heeft te bieden. Dat idee vond ik vooraf een beetje surrealistisch maar de Brabantse collega's waren erg relaxed en enthousiast. Toen ik vertelde over de achtergronden van de ZB, en over alle digitale activiteiten, werd ik dat vanzelf ook weer even. Ontslag of geen ontslag: de ZB is ook gewoon een hele toffe tent. Je werkt daar ook voor je lol. De ochtend was echter geen reden om de middag ook te blijven. Ik wilde meer zen. Ik gaf de brief dus af en vertrok weer.

  • Ook de vrijdag nam ik vrij. Gisteren stond er echter nog een laatste zaterdagdienst aan de inlichtingenbalie op het program. Van de balie nam ik in 2007 al eens afscheid maar ik viel nog wel regelmatig in...en draaide, net als alle collega's, nog iedere zeven weken een zaterdagdienst. Ik draaide mijn laatste met gemengde gevoelens. 'Ik moete mie soms wirn voe nie sentimenteel te doen'. De sentimenten wist ik deze keer te vermijden. Ook nu weer kreeg ik aardige kudos via Twitter en een paar collega's van het Zeeuws Archief  brachten me twee zakjes paaseitjes. Lief.

  • Nu rest mij nog zo'n anderhalve week aan werktijd, waarin ik taken en kennis zo goed mogelijk zal proberen over te dragen. Dit blog 'neem ik met me mee' maar ik heb de collega's er al op gewezen dat alles desgewenst uit de archieven geplukt kan worden. De inhoud heeft een Creative Commons-licentie en kan dus ook gewoon gebruikt worden, met bronvermelding.  Het grootste probleem zit 'm denk ik in de overdracht van al die kleine dingetjes die ik tussen de bedrijven door deed, die niet zijn vastgelegd in taakomschrijvingen. Alleen al om die reden kan ik wel een dag uittrekken om de mailarchieven door te spitten en relevante informatie door te sturen naar collega's (en naar mezelf op een ander adres).

De meest gehoorde vraag in de afgelopen week is of ik al iets anders heb. Het antwoord daarop is nee. Wel is het zo dat ik nog steeds samenwerk met Rob en ook nog schrijf voor Digitale Bibliotheek en Bibliotheekblad (en een boekbespreking in nummer 4 van InformatieProfessional) maar van die opdrachten alleen kan ik niet leven. Daarom  ben ik van plan rustig te kijken wat de mogelijkheden zijn en pas dan te beslissen welke acties ik daarna nog moet ondernemen. Het is nu niet verstandig om overhaast beslissingen te nemen denk ik.

Ik ga in juni ook nog op vakantie naar Italië met mijn meisje. Dat heeft zij misschien nog wel meer verdiend dan ik. Stel je alleen maar eens voor hoe het moet zijn om hele dagen de stuiterprins die ik nu ben over de vloer te hebben. Ik heb respect voor haar geduld, begrip en liefde.

Dat neemt niet weg dat ik dat ik ook best naar Oostenrijk zou willen. Daar. Alleen maar om een biertje te drinken.

@

vrijdag 26 maart 2010

Internetcensuur? Lekker belangrijk


Via NRC Next belandde ik op een blogpost van Oscar Garschagen, met de titel Google.cn gesloten. Nou en? Het is het verslag van een kort gesprek via Skype, met een Chinese vriend. Dat gesprek gaat over internetcensuur en de ontwikkelingen rondom Google in China.

Nu schrijf ik regelmatig over censuur, ook over de censuur in China, en als ik eerlijk ben moet ik zeggen dat ik er dan meestal vanuit ga dat de verhalen over de miljoenen mensen die niet bij informatie over Tibet of protestdemonstraties kunnen, voor veel commotie zorgen in het land. Garschagen:
Opnieuw een emoticon-grijns: ,,Allemaal ouderen. Verreweg de meeste internetters in China zijn jongeren onder de dertig die alleen maar geinteresseerd zijn in muziek en films downloaden, spelletjes spelen en eindeloos chatten. De meesten weten niet eens dat er ooit gedemonstreerd is op het Tiananmenplein. Ze zijn niet geinteresseerd in informatie, maar in vermaak.’’
Eerst denk ik: 'dit kan niet waar zijn.' Twee tellen later besef ik: 'tuurlijk is dit waar'. Waarom zouden Chinese jongeren zich anders gedragen dan Westerse jongeren? Het is veel waarschijnlijker dat ze op hen willen lijken.

Een artikel van ene Erica Schlaikjer, China's Youth Culture Grows Up in Cyberspace, bevestigt het beeld dat Garschagen schetst.

Ik ben weer even wakker geschud. Soms denk ik dat ik wel een beetje weet hoe de wereld in elkaar zit. Dat is een illusie. Ik weet helemaal niets.

Ik was er niet bij.

@

Foto

Text 2.0: wat als je boek weet waar je naar kijkt?



'Wat als je boek weet waar je naar kijkt?'

Het is een intrigerende vraag die wordt gesteld, op de homepage van Text 2.0. Deze site van DFKI (een Duits onderzoekscentrum voor Kunstmatige Intelligentie) belicht de mogelijkheden van het benutten van eyetracking tijdens het lezen van digitale teksten. De technologie is nog in ontwikkeling maar ziet er buitengewoon interessant uit. Via de downloadpagina kun je een aantal papers en presentaties downloaden (voor een artikel is toegang tot Springerlink nodig) die dieper ingaan op het onderwerp. Demo's en video's vind je hier.

Ik beperk me voor dit moment tot bovenstaande video. Die video is mooi gemaakt en doet me een beetje denken aan het verhaal van Steven Johnson, over non-lineair lezen.

Lezen bestaat al zo lang als tekst en beeld bestaan maar is altijd in ontwikkeling. Zou dit een volgende stap kunnen zijn? U zegt het maar!

@

Attendering: CG

donderdag 25 maart 2010

De uitgever aan het woord


Ik heb het rapport 'De uitgever aan het woord' nog niet gelezen maar ik kom her en der interessante bevindingen tegen. Op ereaders.nl bijvoorbeeld:
Voor uitgevers van algemene boeken is het aanbieden van ebooks een belangrijke ambitie, zo laat het onderzoek zien. Educatieve en wetenschappelijke uitgevers komen daar juist een beetje van terug. Zij zien nu steeds meer heil in het aanbieden van digitale leermiddelen zoals videocontent, informatie via de mobiele telefoon en digitale databases. Toch verwacht in totaal 57 procent van alle uitgevers in 2012 ebooks aan te bieden. Nu is dat nog 25 procent
Nu dacht ik toch dat dit net andersom was! Dat rapport heb ik dus toch maar even gedownload en de RSS van de bijbehorende website ook meteen maar toegevoegd aan Netvibes.

Die laatste actie doet me bedenken dat ik tot voor kort nauwelijks uitgevers volgde online, maar sinds een tijdje ook steeds vaker kijk op Uitgever 2.0 en Publishr. Het is een mooi uitgeverstrio, de moeite van het volgen waard.

@

Drupal Gardens, een concurrent voor Wordpress, Ning en Blogger


Het open-source contentmanagementsysteem (CMS) Drupal komt hier van tijd tot tijd in beeld maar in de dagelijkse praktijk is het er nooit van gekomen om er daadwerkelijk mee aan de slag te gaan. Mijn collega's van automatisering zetten ruim een jaar geleden wel de tegenhanger Joomla op een server maar daarvoor geldt hetzelfde: aan het verkennen van de mogelijkheden kwam ik nooit toe.

Toen ik eind januari over de nieuwe statische pagina's van Blogger schreef, reageerde Albert met de mededeling dat 'binnenkort Drupal Gardens, vergelijkbaar met Wordpress.com, beschikbaar zou komen'. Dat maakte me zo nieuwsgierig dat ik me op de site aanmeldde voor een 'bèta-uitnodiging'. Die ontving ik eergisteren via de mail. Gisteren verkende ik het nieuwe platform.

Drupal Gardens is een 'hosted' variant van de normale versie van Drupal. Dat betekent dat je Gardens niet hoeft te installeren op een server, om er mee te kunnen werken. Een citaat van Webwereld:
Buytaart vergelijkt Drupal Gardens als een tegenhanger van andere webplatformen. “Zie het als een Wordpress.com of Ning, maar dan met de kracht van Drupal”, schrijft hij. Het belangrijkste verschil met het blogplatform en framework voor sociale netwerken is dat Drupal Gardens vooral bedoeld is voor bedrijfswebsites, die bijvoorbeeld meerdere bloggers willen ondersteunen en waarop uitgebreide fora draaien.

Om meer gebruikers te lokken zal Drupal Gardens vanaf de launch tot het einde van het jaar volledig gratis zijn. Daarna zullen bepaalde functies voor grote organisaties betaald worden.
Het aanmelden op de website verliep niet vlekkeloos. Tijdens de eerste sessie bleef Chrome hangen op de eerste stap. De tweede keer ging het wel goed.
Eenmaal 'binnen' constateerde ik dat je in mum van tijd de basis voor een website kunt leggen. Je hoeft alleen een naam te verzinnen die voor het domein .drupalgardens.com komt te staan en je kunt, als je dat wilt, dan meteen kiezen voor een 'campagnesjabloon', dat voorziet in een website met een een blogfunctionaliteit, een forum, een mailinglijst, een nieuwspagina en functionaliteiten voor reacties, koppelingen met sociale netwerken en attenderingen. De keuzelijst laat zich makkelijk lezen en bedienen.

Als de basis voor je site dan eenmaal is aangemaakt begint het pas echt: nu kun je de site naar je eigen smaak gaan inrichten. Als je bij die stap bent beland wordt je al snel duidelijk dat je hier van doen hebt met een heus CMS. Voor mensen die alleen gewend zijn aan het werken met het laagdrempelige Blogger.com zal dit even slikken zijn: de navigatie van Drupal Gardens is een stuk complexer. Je krijgt bovendien veel meer keuzemogelijkheden als het gaat om de instellingen van de website. Mensen die werken met Wordpress zullen zich waarschijnlijk iets sneller op hun gemak voelen, hoewel mijn eerste indruk is dat Gardens ook meer mogelijkheden heeft dan dat platform.

Verder dan een eerste verkenning ben ik nog niet gekomen maar het is goed om te weten dat er een alternatief bestaat voor de platformen die ik nu gebruik. Geen kwaad woord over Ning of Blogger, maar die platformen hebben wel beperkingen die Drupal Gardens niet lijkt te hebben.

Meer lezen bij Dries Buytaert.

@

woensdag 24 maart 2010

Klassiekers deel 94: Don't look back in anger



Het kan nooit de bedoeling zijn geweest dat ik Oasis hier nog eens als klassieker op zou voeren maar aan de andere kant: een nummer dat je in een week tijd vijf keer herdraait omdat het gewoon als eerste in je opkomt, moet je ook niet negeren.

Slip inside the eye of your mind 
Don't you know you might find 
A better place to play 
You said that you'd never been 
But all the things that you've seen 
Will slowly fade away

So I start a revolution from my bed 
'Cause you said the Brains I had went to my head 
Step outside the summertime's in bloom 
Stand up beside the fireplace 
Take that look from off your face 
You ain't ever gonna burn my heart out 


@

dinsdag 23 maart 2010

Verbeelding


Dank, Bibman.

@

Serious Gaming: Nintendo brengt DS naar scholen

Mijn Nintendo DS ligt te verstoffen. Ik kom er simpelweg niet aan toe, ook niet aan het spel Brain Trainer. Dat is jammer, want dat spel schijnt best goed te zijn voor je grijze massa (maar lang niet zo goed als Nintendo ons wil doen geloven).

Dat neemt niet weg dat de DS razend populair is. In maart 2009 had de grote N al meer dan 100 miljoen van die apparaatjes verkocht. Het aantal verkochte of illegaal gedownloade spellen overtreft dat getal vele malen. In Japan is deze handheld misschien wel het meest populair. Zo populair zelfs dat er steeds meer serieuze toepassingen voor worden bedacht. Musea maken er gebruik van en McDonalds wil de DS inzetten voor de training van medewerkers (vergelijk dat plan met het Schotse idee om gevangenen van een DS te voorzien). En nu heeft mr. Miyamoto aangekondigd dat Nintendo de DS ook op scholen wil gaan introduceren:
With the DS already being used in places like museums, galleries, and aquariums, Miyamoto told reporters about Nintendo's plan to roll the system out "in junior high and elementary schools in Japan starting in the new school year." Putting the DS into schools is not much of a stretch either, with many educational math, language, and reading programs currently available for the device worldwide. The increase in size of the DSi XL could even tie into wanting the system to be used in the educational system, as it makes the handheld easier to use for reading and writing.
Nieuw is het idee niet. WSJ berichtte in 2007 al over vergelijkbare initiatieven, van Japanse leraren zelf. Zie ook het commentaar op Educational Games Research.

Gerelateerd:
Tien miljoen subsidie Serious Games
Serious Gaming en bibliotheken: een kwestie van tijd?
Serious Gaming en bibliotheken: meer ontwikkelingen
Spelen op de werkvloer: de opkomst van (serious) gaming in het bedrijfsleven
Toepassingen van serious games
Leren met en van videogames

@

Sociale netwerken 2010

InformatieProfessional schreef gisteren:
72 procent van de internetgebruikers maakt deel uit van minstens één sociaal netwerk.
9.000.000 Nederlanders (79 procent van de online populatie) bezoekt wel eens op sociale netwerksites. Wereldwijd maakt 72 procent van de internetgebruikers deel uit van minstens één sociaal netwerk, wat neerkomt op 940 miljoen gebruikers wereldwijd.  28 procent van de internetgebruikers is geen lid van een sociaal netwerk omdat ze niet willen dat anderen persoonlijke informatie over ze zien.
Hierboven de bijbehorende, fraaie slideshow. Meer informatie over de staat van sociale netwerken is te vinden bij IP en op Twittermania.

@

maandag 22 maart 2010

Een nieuwe wending


Het gebeurt me niet vaak, dat ik op dit blog niet goed weet hoe ik moet beginnen maar vandaag is daar geen ontkomen aan. Laat ik het daarom maar kort houden.

Na een paar woelige weken is vandaag duidelijk geworden dat ik binnenkort vertrek bij de Zeeuwse Bibliotheek. Achter de schermen heb ik veel gewikt en gewogen, de organisatie heeft dat ook gedaan. Van drama of ruzie is geen sprake. De enige draai die ik hier aan wens te geven is een positieve.

Uiteraard ga ik mezelf in de komende periode oriënteren op mijn toekomst. Hoe die toekomst eruit ziet weet ik nu nog niet, wanneer die precies zal beginnen evenmin. Tot die tijd blijf ik in ieder geval werkzaam binnen mijn huidige functie.

De situatie zal waarschijnlijk ook zorgen voor verschuivingen in mijn online activiteiten maar ook dat is iets waar ik nu pas echt over na kan gaan denken. Actief blijf ik hoe dan ook.

Wordt vervolgd.

@

Afbeelding

zondag 21 maart 2010

Het real-time leven

@

Bronnen:
Noise to Signal
Geek and Poke

Anders leven: balanceren op hoge koorden


De eerste gedachte die bij me opkwam, bij het zien van bovenstaande foto in de bijdrage 15 Coolest Photos You Won't Believe Are Not Photoshopped: 'dit is gephotoshopped!'

Niet dus. Het blijkt hier te gaan om waaghals Dean Potter, een man waarover menig blog en krant reeds schreef. Op YouTube is een documentaire over hem te vinden. Ik bekeek daar een paar fragmenten van. De spectaculairste koordwandelingen zitten volgens mij in deel vijf.

Het kan altijd nog hoger, maar dan nog: wat staat Potter's levenswijze ver af van de mijne zeg. Ik vind het al heel dapper als ik met losse handen fiets, op die klapperfiets van me. Vadsige vent!

@

De toekomst van informatieconsumptie in vier artikelen


Zoemen op zondagmorgen, ik ben er dol op. Vandaag loopt het anders. Binnen tien minuten na het ontwaken knalt mijn knar naar woeste overpeinzingen over de toekomst van informatieconsumptie, door toedoen van twee interviews en twee artikelen.
  1. John Battelle on the future of search
  2. Digital Insights and Observations -An Interview
  3. How the E-Book Will Change the Way We Read and Write
  4. Texts Without Context
Als ik deze vier artikelen hier zou willen samenvatten zou het een bijzonder lange posting worden. Ik beperk me tot verwijzingen, een paar opmerkingen en de constatering dat iedereen die interesse heeft in de toekomst van informatie (en van het lezen, het web en onze aandachtsspanne) eigenlijk de tijd zou moeten nemen deze artikelen te lezen. Enerzijds bevestigen de opvattingen ontwikkelingen die je mogelijk zelf al had gesignaleerd, anderzijds blazen de opvattingen je uit je denksokken (wat dat ook moge zijn).
  1. Battelle is oude bekende nummer een. In dit interview legt hij uit waarom hij denkt dat de toekomst van zoeken zich voor een groot deel gaat afspelen binnen het domein van de apps: the AppWorld. De verschuivingen in mijn eigen informatiegedrag sluiten aan op de toekomstvisie van de schrijver van het boek Zoek. Google doet het goed maar zal nog veel zeilen bij moeten zetten om de dominante rol die ze nu vervullen te kunnen handhaven.
  2. Steven Rubel kennen we ook nog wel. Ik heb al zo vaak naar hem verwezen dat ik nu toch wel kan stellen dat hij van invloed is op mijn opvattingen. Rubel kijkt vooral naar de invloed van het real-time web op ons informatiegedrag. Hij is er zelf de belichaming van. Niet te onderschatten. Waar ligt de aandacht van het grote publiek?
  3. Steven Johnson is oude bekende nummer drie. Dit artikel in WSJ (april 2009) biedt een interessante visie op de toekomst van het boek in de digitale wereld. Informatie uit gedigitaliseerde boeken wordt meer en meer toegevoegd aan websites en blogs en wordt daardoor steeds gefragmenteerder gelezen. Dat heeft een impact waar de boekenwereld, ook bibliotheken, nog een grote rol in zouden kunnen spelen.
  4. Texts without context, van Michiko Kakutani, werd afgelopen woensdag gepubliceerd in de New York Times. Het artikel is een prachtige samenvatting van de ideeën van verschillende 'internetdenkers', waarbij de nadruk ligt op de vervlakking en versnippering van het informatielandschap en op de vraag wat voor soort informatie de meeste aandacht trekt en wat daar de gevolgen dan weer van zijn. Je kunt er van vinden wat je wilt, maar als je jezelf tot doel stelt een groter publiek te bereiken moet je meer doen dan 'je content op websites kwakken'. Het is zoveel meer, het verschuift allemaal zo snel.
In het kader van de teksten zonder context dan ook nog even twee citaten uit het artikel van Kakutani. Dat past mooi in dit plaatje:
Instead of reading an entire news article, watching an entire television show or listening to an entire speech, growing numbers of people are happy to jump to the summary, the video clip, the sound bite — never mind if context and nuance are lost in the process; never mind if it’s our emotions, more than our sense of reason, that are engaged; never mind if statements haven’t been properly vetted and sourced.
“I have the theory that news is now driven not by editors who know anything,” the comedian and commentator Bill Maher recently observed. “I think it’s driven by people who are” slacking off at work and “surfing the Internet.” He added, “It’s like a country run by ‘America’s Funniest Home Videos.’ ”
@

Afbeelding Rembrandt: Web Gallery of Art

zaterdag 20 maart 2010

The Oscars: Café Schuttershof, 21 maart


Mij werd onlangs wel verteld dat de broertjes Slager (Nuff Said) zouden spelen tijdens het televisieprogramma rondom de uitreiking van de Oscars maar dat zij al sinds 2005 in een gelegenheidsformatie met de naam The Oscars spelen, dat wist ik niet. Ik had dan ook geen flauw idee wie of wat 'The Oscars waren, toen ik die naam op een poster van Café Schuttershof zag staan. Gisteren werd dat me even uitgelegd. The Oscars begeleiden beelden van klassieke films met ronkende interpretaties van de soundtracks. Dat moest ik toch maar even gaan bekijken, morgenmiddag.

Gerelateerd:
De nieuwe van Nuff Said
Genoeg Geluld
Lekker stuiten (op geluk)
Nieuwe Zeeuwse trots: de Punanas

@

De slavenhandel herzien: Zeeuwen hadden een nog groter aandeel in smeerlapperij


Vandaag las ik in de PZC dat de rol van de Zeeuwen bij de trans-Atlantische slavenhandel veel omvangrijker is geweest dat tot nu toe is aangenomen. Dat is ook weer lekker. Het maakt duidelijk dat Middelburg z'n welvaart nog iets minder aan de eigen arbeid heeft te danken. Als ik nieuwsberichten over dit onderwerp lees realiseer ik me iedere keer dat ik er dringend een boek over moet lezen. Ik weet er namelijk veel te weinig van. Heeft iemand de ultieme leestip voor mij?

Door te googlen kwam ik gelukkig ook al iets meer te weten. Ik belandde meteen in het thema Slavernij van Geschiedenis Zeeland. Ik vond daar onder meer een inleiding, een cijferoverzicht (dat nu dus geactualiseerd zal moeten worden) en een verhaal over onze concurrentiepositie in die tijd. Ook bij de Koninklijke Bibliotheek vond ik een dossier. Wikipedia is een stuk kariger in dezen. Daarom ben ik maar zo vriendelijk geweest links toe te voegen naar GZ en de KB, in de hoop dat de Wikipedianen die toevoeging kunnen waarderen.

@

De afbeelding is afkomstig uit een boek met de buitengewone titel Nauwkeurige beschryving van de Guinese Goud- Tand- en Slavekust, nevens alle desselfs landen, koningryken, en gemenebesten, van de zeeden der inwoonders, hun godsdienst, regeering, regtspleeging, oorlogen, trouwen, begraven, enz. : mitsgaders de gesteltheid des lands, veld- en boomgewassen, alderhande dieren, zo wilde als tamme, viervoetige en kruipende, als ook 't pluim-gedierte, vissen en andere zeldzaamheden meer, tot nog toe 
de Europeërs onbekend.


Ik vind zulke lange titels altijd grappig. Het bewuste boek is ook te downloaden via Google Books.

Stilte! Apps voor bibliothecarissen


Het is soms levensgevaarlijk, dat bibliotheekwerk. Als je iemand vraagt stil te zijn kun je zomaar neergeslagen worden. Maar wat lees ik nu op Do this...? There's an app for that! De gratis app Librarian is zonder enige twijfel de meest stompzinnige toepassing die ik tot op heden heb binnengesleurd maar toch moest ik er hard om lachen. Je stelt de geluidsgevoeligheid in en je klikt op 'start'. Als je iPhone vervolgens registreert dat iemand te luid spreekt roept het toestel 'Sssssst'! Alles wat geautomatiseerd kan worden zal uiteindelijk ook geautomatiseerd worden...

Toch is het niet alleen maar kolder dat de klok slaat. In het nuttige overzicht iPhone apps for Librarians kwam ik ook bruikbare toepassingen tegen. Present Anywhere bijvoorbeeld, van MightyMeeting, en AccessMyLibrary van Gale. Die verdienen nader onderzoek. Dat er ook een app bestaat voor handenwasgedrag leek me aanvankelijk ook een grap, maar het blijkt een bloedserieuze toepassing te zijn. Die laat ik toch maar voor wat het is. Je kunt ook overdrijven.

Gerelateerd:
Ssst! Stilte in de bibliotheek kun je verkopen
Japanse tv-hit Silent Library komt naar Europa
Waar het niet stil is vallen spaanders
Doodse stilte
Aandacht, rust en concentratie

@

April 2010: Maand van het Vinden


Een tweet van Bram Donkers attendeerde mij op het bestaan van het sympathieke project Maand van het Vinden. Het project wordt als volgt gepresenteerd:
De Maand van het Vinden is een initiatief van Infovaardig, Instituut voor Media en Informatievaardigheden. Tijdens de Maand van het Vinden worden er op allerlei plekken in Nederland projecten en festiviteiten georganiseerd rondom het vinden van betrouwbare informatie. Er zijn heel veel instellingen in Nederland die betrouwbare informatie hebben, fysiek, maar zeker ook online.

Bibliotheken, musea en archieven, zij bezitten allemaal bronnen met betrouwbare informatie, bronnen die u als burger, u als docent, jij als leerling kunt raadplegen om kennis te vergaren, kennis voor nu en voor later. Kennis die ons verder brengt, die ons nieuwe ideeën moet geven, de kennismaatschappij waarin wij nu leven waardig.
Het startsein voor deze maand wordt op 7 april gegeven tijdens het openingscongres. In het menu, links op de homepage, kun je alle activiteiten bekijken, zoals een scholenestafette, een openbare les zoeken en vinden en workshops en rondleidingen in de Koninklijke Bibliotheek. Zelf overweeg ik nog om mee te doen aan de Twittergame Game 2 Knowledge, al vind ik het wel een beetje vreemd dat je je dan moet aanmelden per mail. Voor Twittergames meld je je op Twitter, lijkt mij.

Over Twitter gesproken: daar is Maand van het Vinden ook aanwezig, zij het nog niet erg actief. Het kan desondanks interessant zijn die account even te volgen. In april komt het vast in beweging daar.

Rest mij nog te zeggen dat de bibliotheken van Middelburg en Vlissingen ook deelnemen aan dit initiatief. Hier en hier.

@

Zeeuwen zoeken het meest naar porno


VVV Zeeland afficheert de provincie met de kreet 'Het is tijd voor een zuchtje Zeeland'. Wat sluit die slogan mooi aan bij het nieuwsbericht van eergisteren, dat er in onze provincie het meest naar porno wordt gezocht. GeenStijl schrijft:
Vandaag feliciteren wij de provincie Zeeland, gewoon omdat het kan. En omdat de slogan van Zeeland niet voor niks 'Zeeland, echt waar!' is meteen maar even wat harde feiten over dit ludieke volkje. Zo is Zeeland dé plek bij uitstek om porno te zoeken op internet. Dat wil zeggen: iedereen doet het. De 'regionale interesse' voor porno is nergens zo groot als in Zeeland zo leert Google ons en Google heeft altijd gelijk. Waar Overijssel het moet doen met een bescheiden 63 punten op de porno-zoekindex scoort Zeeland gewoon een dikke 100. Is het de zeelucht? De vis of toch gewoon de vrouwen? Wie zal het zeggen.
Tsja, het is een mogelijkheid, maar je zou ook kunnen concluderen dat men in Zeeland nog een beetje achterloopt op het gebied van het verkrijgen van porno. Daar zoek je immers niet meer naar via Google, daarvoor ga je rechtstreeks naar de sites die het zeer goed doen in Alexa, of je sleept het binnen via p2p. Het is beperkte mediawijsheid, wat ik je brom!

Maar goed, hier kan geen reclamecampagne tegenop. We zijn zonnig en heet. We zijn niet alleen het Florida van Nederland, we zijn ook het Lesbos van dit kikkerlandje. Om dat te vieren zingen we mee met Ivan Heylen. Dat is weliswaar een Belg, geen Zeeuw, maar zijn Wilde Boerendochtere past prachtig in dit verhaal. De vertaling is hier te vinden.

En als 't ij 't saoves veurbij eur deure gaot 
En ij zie deur licht nog brandn 
Dan stikt ij z'n andn diep in z'n zakkn 
En me zijn kop 'n bitje naor beneen 
Zingte z'n liedjen, veur eur, veur eur

Hee schon wijveken, ge wit da'k a gere zie
Laot ne keer zien oe gern da gij mij zie
Hee schon wijveken, ge wit da'k a gere zie
Laot ne keer zien oe gern da gij mij zie
En totte mij, totte mij, totte mij, totte mij ghul de nacht
Totte mij, totte mij, totte mij, totte mij mej al a kracht
Doen ut dan, doen ut dan, schon wijveken
Schon wijveken

@

vrijdag 19 maart 2010

Camera’s in de bibliotheek



Eerder verschenen in de column Argus Panoptes in Digitale Bibliotheek 2, 2010.

Zo gek als in Groot-Brittannië (meer dan 4,2 miljoen beveiligingscamera’s) is het in Nederland niet, maar ik denk dat ik niet overdrijf als ik stel dat de  meeste Nederlanders het doodnormaal zijn gaan vinden dat er beveiligingscamera’s hangen op alle denkbare openbare plaatsen: in winkels en stadions, in parkeerkelders en scholen, bij tunnels en in zwembaden, ja, zelfs in sommige woonkamers. Nu is er welbeschouwd ook niet zo veel mis met camera’s. Ze behoeden ons, ook in preventieve zin, voor veel onheil. Ze maken het de politie makkelijker om criminelen op te sporen, ze helpen bewakers locaties in de gaten te houden, ze stralen controle en gezag uit.

Mijn ervaringen met beveiligingscamera’s zijn ook positief. Als verkoopmedewerker van een goed lopende videotheek maakte ik veel gebruik van beelden die daar 24 uur per dag werden opgenomen (in die tijd werden die beelden opgeslagen op videobanden, die maximaal een maand bewaard mochten blijven). Ik herinner me nog goed de keer dat een klant twee geleende videobanden terugbracht en ze op de balie had gelegd met de verwachting dat ik ze daar vanaf zou pakken om vervolgens te registreren als ‘ingeleverd’. Ik was echter druk bezig met een paar andere klanten en moest een paar keer naar het magazijn. Toen ik klaar was met die klanten trof ik geen videobanden aan.

Na een paar dagen verstuurde ik een aanmaning naar de jongeman met het verzoek de banden alsnog in te leveren. Niet veel later kwam hij woest de winkel binnengestormd. Hoe ik het in vredesnaam in mijn hoofd haalde hem te beschuldigen van nalatigheid. Hij had ze immers ingeleverd waar ik bij stond. Ik wees hem er op dat hij òf even had moeten wachten tot hij aan de beurt was, òf gebruik had moeten maken van de daarvoor bestemde brievenbus. Het was zijn woord tegen het mijne. Hij vermoedde dat de video’s gestolen waren, mij leek dat sterk, omdat er alleen nog een bejaarde vrouw in de zaak was geweest op dat moment. De videobeelden moesten uitsluitsel geven.
Je raadt het al: de banden waren inderdaad gestolen. Door dat oude vrouwtje. Op de video van de beveiligingscamera was goed te zien hoe zij ze in haar tas liet glijden en hoe ze kort daarna ijskoud twee pakjes Chesterfield bestelde. Ik kon mijn ogen nauwelijks geloven maar moest de klant wel gelijk geven. De beelden waren onverbiddelijk.

Ondanks mijn positieve ervaringen met camera’s ben ik er toch niet van gecharmeerd dat camera’s overal hangen. Niet omdat ik iets te verbergen heb, nee, het is omdat de maatschappij me een beetje te Orwelliaans wordt. Er moeten ook plaatsen zijn waar je niet bespied wordt. Plaatsen waar privacy belangrijker is dan beveiligingszucht. Een bibliotheek bijvoorbeeld.
Toen ik laatst deelnam aan een discussie over beveiligingscamera’s in bibliotheken en vertelde dat ik er een tegenstander van was, kreeg ik niet veel bijval. Ik vertelde ook over mijn positieve ervaringen maar ik kon eigenlijk niet goed uitleggen waarom ik camera’s in een bibliotheek maar niks vind. Vandaag kwam ik een deel van de toelichting die ik had willen geven tegen in een document uit 1990:  het statuut voor de openbare bibliotheek, van NBLC.

 “De openbare bibliotheek vervult een belangrijke rol en draagt een grote professionele verantwoordelijkheid ten aanzien van de verwerkelijking van de in het internationale recht en de Nederlandse Grondwet erkende rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, waaronder de vrijheid van meningsuiting, het recht op deelneming aan het culturele leven, de vrijheid inlichtingen en denkbeelden te vergaren, te ontvangen en door te geven, de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, en het recht op eerbiediging van de privacy van de burger. Dit houdt in, dat de openbare bibliotheek alle voortbrengselen van kennis en cultuur zonder uitzondering ter beschikking stelt en op een zodanige wijze, dat daarbij privacy van de gebruiker van de openbare bibliotheek wordt geëerbiedigd. Ten aanzien van deze privacy-bescherming zal de openbare bibliotheek in haar rol van registreerder van persoonlijke (uitleen)gegevens aan de gebruiker van de bibliotheek de maximale bescherming bieden, die binnen de grenzen van het recht mogelijk is.”

Mooier kan ik het niet zeggen. Voor mijn gevoel staat het beperkte aantal incidenten in bibliotheken niet in verhouding tot de privacy die we in onze gebouwen zouden moeten bieden. Maar het is misschien wel een fossiele gedachte. Ik word gewoon te oud.

Het statuut is te vinden op http://tinyurl.com/yd9qgnd
CCTV in the British Library (PDF)

@

Fastfood, het gif van de wereld


Ik hoef hier geen mooi verhaal af te steken over mijn gezonde levenswijze. Ik drink te veel frisdrank en te veel alcohol en ik eet te weinig fruit. Groenten, vezels en meer van dat fraais krijg ik genoeg binnen maar ik heb er ook geen enkele moeite mee om zo nu en dan fastfood naar binnen te schuiven, om zo'n maal vervolgens af te blussen met een koude cola. What can one say?

Welnu, dit: ik zou beter moeten weten. Ik las Schlosser's Fast Food Nation met veel belangstelling (heb het boek zelfs in bezit) en ik weet hoe slecht chemisch dat 'voedsel', inclusief de vernietigende sausjes, is. De smaak van de sauzen verhult de werkelijke smaak van hamburgers en frietjes, daarom lijkt het alsof het lekker is. Als je dan vervolgens bedenkt hoe groot de hamburgerdichtheid in de wereld is, dan knap je niet op. Wat doet al die teringzooi met de geesten en lichamen van miljoenen mensen?

Ondanks deze voorkennis zit ik toch weer met open mond naar het Happy Meal-relaas op Baby Bites te kijken. Het is de bekende test van iemand die een fastfoodmaaltje een jaar laat staan om te kijken wat er gebeurt. In sommige gevallen helemaal niets. Geen verrotting, geen afbraak, geen schimmel. Eng. (ik zie nu dat NRC Next er ook aandacht aan besteedt). Er is ook een vrouw die beweert dat haar hamburgertje al 12 jaar meegaat.

Toch is er ook een bekende test die laat zien dat er wel degelijk iets gebeurt. De test van Morgan 'Super Size Me' Spurlock bijvoorbeeld. Check het filmpje op Organic Legion maar even. Wat er dan gebeurt stemt ook niet bepaald vrolijk. Het is in ieder geval niet zo dat je denkt: 'gelukkig! Er is toch sprake van ontbinding!

Hoe het nu precies zit met al die chemische stoffen laat ik hier even in het midden. Mij houdt vooral de vraag bezig waarom ik, en met mij miljoenen mensen, dit soort informatie weer zo snel verban naar het achterhoofd. Het is waarschijnlijk een soort mechanisme om mezelf ervoor te behoeden dat ik in de Westerse maatschappij een leven zou moeten leiden volgens de macrobiotische leer. Dat wordt al snel een zwaar beperkende, bijna onnatuurlijke levensstijl. Daar ben ik gewoon te lui voor.

Desondanks zing ik toch even mee met de jongens van MDC, want ik heb het gelijk niet aan mijn zijde. Corporate deathburger, Ronald McDonald.

@

donderdag 18 maart 2010

Vluchten mannen minder in boeken dan vrouwen?


Gisteren las ik in de HP/De Tijd van vorige week het artikel 'De lezer is een vrouw'. Retail Actueel vat het artikel  samen en citeert Henk Kraima:
Volgens Henk Kraima, scheidend directeur van de Stichting CPBN lezen mannen niet zozeer minder, maar voornamelijk non-fictie, een genre dat vooral de afgelopen vijf jaar terrein heeft gewonnen. 
Nu twijfel ik niet zozeer aan Kraima's gelijk (ik lees zelf ook bijna alleen non-fictie) maar wat ik zo merkwaardig vind is dat men binnen de boekencontext bijna altijd voorbij gaat aan andere mogelijke oorzaken voor het feit dat veel mannen geen romans lezen. Ook in het HP-artikel worden die oorzaken niet belicht. Er wordt wel uitgelegd waarom vrouwen graag vluchten in boeken, maar reppen over mannen die liever een filmpje kijken, klussen, sporten of een videogame spelen, is niet aan de orde. Nu baseer ik dat lijstje mogelijke oorzaken alleen op eigen waarneming maar volgens mij is het wel een factor van belang.

Ik heb voor de gelegenheid eens gekeken naar de bestsellerlijst van CPNP en trof deze week verdacht weinig non-fictie aan. De meeste boeken ken ik niet eens maar als ik het goed zie zijn alleen de boeken over Nina Brink en de vastgoedfraude 'mannenkrakers', binnen de top 20. Of vergis ik me nu? Met mannenkrakers doel ik op boeken die in het bewuste artikel beschreven werden als 'boeken, populair bij mannen'.

Nieuws is dit niet natuurlijk. Ons eigen bibliotheekonderzoek De klant is Koningin vertelde twee jaar geleden hetzelfde verhaal, het Nationaal Leesonderzoek 50+ ook. Het SCP bevestigde het beeld eerder al.

Of is de strekking volgens jullie sowieso larie? Er werd ook nog vermeld dat er wel veel mannen gezien worden in boekenwinkels. Welnu, dat geldt ook voor mij. Ik heb het afgelopen jaar ook een aantal romans aangeschaft. Voor mijn vriendin.

@

Klassiekers deel 93: Duel in de Diepte



Als je terugkijkt naar de series die je als kind spannend of zelfs een beetje eng vond moet je vaak constateren dat de beelden er nu hopeloos gedateerd uitzien. Van Q en Q krijg ik geen kippenvel meer. De mini-serie Goliath Awaits hield me in 1981 een paar weken aan de buis gekluisterd maar verveelt nu al binnen een paar minuten. En Brendon Chase? Dat is eigenlijk helemaal niet spannend, dat is een vrolijke kinderserie.

Maar er zijn uitzonderingen. Toen de serie Dr. Who werd uitgezonden op de Nederlandse televisie moet ik een jaar of 5, 6 zijn geweest. Ik herinner me dat ik het introfilpmje doodeng vond. Nu zie ik het terug en vind het eigenlijk nog steeds een beetje bedreigend. Hoe vet is dat, na 35 jaar?

Toen ik tien was werd de Nederlandse serie Duel in de Diepte door de KRO uitgezonden. Die serie had vooral een spannende openingsmelodie. Ik hoor die melodie vandaag voor het eerst terug. Verdomd.


@

Oproep: video's plaatsen op Wikipedia


Video domineert het web. Alleen al op YouTube worden inmiddels meer dan een miljard video's bekeken. Per dag. Er wordt voor 24 uur aan videomateriaal toegevoegd aan die website. Per minuut. Als je het zo bekijkt is het vreemd dat een andere site die domineert, Wikipedia, zo weinig doet met video's binnen lemma's.

Een samenwerkingsverband van The Open Video Alliance, Miro en Kaltura wil daar verandering in brengen. Zij doen een oproep aan gebruikers om zelf video's te uploaden om op die wijze lemma's te verrijken. Uiteraard kiest dit consortium voor open standaarden, en niet voor YouTube c.s. Je zou verwachten dat die keuze het proces een stuk ingewikkelder maakt, maar dat blijkt mee te vallen.
De huidige collectie is nog niet erg hoog maar daar kunnen wij dus en masse verandering in brengen. Leef je uit!

Gerelateerd:
Wikipedia deel 414: we komen als geroepen
Over de dominantie van Wikipedia en de mediawijsheid van scholieren.
WTF: de invloed van nerds op Wikipedia
Wikipedia als medicijn voor kennismanagementpijn
YouTube als zoekmachine en naslagwerk

@

Boeken scannen in moordend tempo



Ik kan bijna niet geloven dat dit prototype van een bookscanner echt werkt. Toch is het zo. Ok, het systeem werkt nog niet foutloos, maar dat tempo!

Meer informatie op IEEE Spectrum.

@

Afbeelding

Open Library maakt het vinden van e-books eenvoudiger


Wie Open Library nog niet kent en er meer over wil weten verwijs ik met plezier naar de archieven. Waar het nu even om gaat is dat de website een nieuwe jas heeft gekregen. Een mooie nieuwe jas.
De site heeft bovendien een nieuwe feature: na iedere zoekactie kun je de zoekresultaten meteen uitsplitsen in 'ebook yes' en 'ebook no'. Eenvoudig en doeltreffend, zoals het hoort.

De mensen achter Worldcat zijn ook goed bezig: de URL's van afzonderlijke records bevatten nu ook de titel van het boek of tijdschrift. Voorheen bestonden die URL's uit abstracte getallen die niemand iets zeiden.

Het is mooi, als dingen eenvoudiger en duidelijker worden. Ooit bibliothecarisje willen spelen?

@

woensdag 17 maart 2010

Leesvoer voor muziekliefhebbers: het archief van Spin Magazine in Google Books


Zaterdag hadden we het nog over de vele kranten in de online archieven van Google. Vergat ik toch helemaal de vele tijdschriften te noemen!

Vandaag las ik dat Google Books nu ook de archieven van 25 jaar Spin Magazine bevat. Het is prachtig digitaal leesvoer voor muziekliefhebbers, niets meer, niets minder. Enjoy.

@

Johnny Beerens in de Zeeuwse Bibliotheek


Zojuist zag ik tot mijn verbazing een prachtig, enorm schilderij hangen in het trappenhuis van de ZB. Toen ik een collega vroeg wie dat gemaakt had zei ze: Johnny Beerens. Zijn naam deed bij mij geen belletje rinkelen maar toen ik de website bekeek herkende ik zijn werk wel. Dat werk is super.

En zo leer ik vandaag ook dat er vanaf 27 maart een dubbeltentoonstelling van Beerens is te zien, in de Zeeuwse Bibliotheek en het Marie Tak van Poortvliet Museum in Domburg.

Komt dat zien, het wordt vast heel mooi. Boeken over zijn werk zijn er ook.

@

Programmeren voor de iPhone


Ik ben geen programmeur en heb ook zeker niet de ambitie dat te worden, maar op het moment dat het ontwikkelen van toepassingen laagdrempelig lijkt te worden raak ik toch altijd geïnteresseerd. Neem nu de toepassingen ('apps') voor de iPhone: keer op keer verbaas ik me over de kwaliteit van die kleine programmaatjes. Ik ga er daarbij vanuit dat het programmeren ervan enorm veel tijd kost, zelfs als de maker beschikt over veel programmeervaardigheden. De documentaire Planet of the Apps bevestigde dat beeld. Van die film leerde ik bovendien dat het nog niet zo eenvoudig is om ervoor te zorgen dat een app populair wordt. De concurrentie is moordend.

In Planet of the Apps werd echter ook uitgelegd dat iedereen een principe toepassingen kan ontwikkelen, via het iPhone Development Center van Apple. Gisteren leerde ik dat je dan wel al basiskennis van programmeren moet hebben. De Universiteit van Leiden verzorgt in april namelijk een gratis iPhone programmeercursus en stelt:
Je hoeft geen iPhone te hebben, maar zonder iPhone is het wel minder leuk. De iPhone programmeeromgeving draait weliswaar op Windows computers, maar in deze workshop gaan we ervan uit dat je over een Apple computer beschikt. Verder kun je programmeren in C, Java, C++ of een andere programmeertaal. Het LIACS behoudt zich het recht om te deelnemers te selecteren. Studenten en scholieren hebben voorrang.
Basiskennis van een programmeertaal dus. Dat neemt niet weg dat ik het een geweldig initiatief vind van de Universiteit. Ik houd het zelf voorlopig maar bij het genieten van het aanbod, of zou ik toch...? Afgelopen weekend heb ik er weer een paar geïnstalleerd, om eens een beetje mee te spelen:
Die laatste app is hilarisch: daarmee sta je opeens te scratchen op je telefoon. 'Yo DJ, give me a fat beat! I want to see those Redmond Fellas mooooove!'

@