zondag 31 mei 2009

Beleef de lente


Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic anda thu, wat unbidan we nu?

Beleef de lente.
Ook hier.

@

Over het boekenmuseumscenario


Christian schrijft op zijn weblog over zijn eerste bezoek aan de openbare bibliotheek Amsterdam en constateert dat de aanwezige klanten tijdens zijn bezoek vooral gebruik maakten van de computer- en internetfaciliteiten en niet van de gedrukte collecties en de daarvoor bestemde ruimtes.

Dat was ook mijn indruk, toen ik dat gebouw bezocht in 2007.

De vraag is of dit ook geldt voor andere bibliotheken. Toen we onlangs de bibliotheek in Nes bezochten waren we de enige klanten maar vorige week maandag in de stadsbibliotheek Haarlem zag ik inderdaad heel wat mensen tussen de kasten scharrelen en achter de internetpc's zitten. Dat zag er goed uit.

En in de Zeeuwse Bibliotheek? Er is heel wat veranderd, sinds ik drie jaar geleden huilde om 'de bloedende bibliotheek', in zoverre dat internetgebruik sindsdien volledig gratis is geworden, er in het hele gebouw draadloos internet beschikbaar is en de kids twee keer per week in het instructielokaal kunnen gamen. Van die dienstverlening wordt veel gebruik gemaakt, net als in Amsterdam.

Maar ook bij ons is het vaak erg rustig tussen de kasten, dat vind ik althans wel. Het is in ieder geval geen schim meer van de situatie zoals die was toen ik in 2000 bij de ZB kwam werken. Het grote plein op de begane grond is vaak akelig leeg, in de foyer en expositieruimte zie je maar zelden bezoekers en tijdens drie zaterdagse invalbeurten op de tweede verdieping, van in totaal anderhalf uur, kreeg ik welgeteld 1 vraag en ontwaarde ik niet meer dan drie bezoekers.

Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Er zijn nog steeds regelmatig momenten dat het in het hele gebouw druk is, zeker als er bijzondere evenementen plaatsvinden. Dagelijkse kost is dat echter niet. Onze interneteilanden zijn wel vaak goed bezet. Computergebruik heeft veel invloed op onze bezoekersaantallen.

Is het erg dat de verhoudingen tussen boek- en computergebruik zijn zoals ze nu zijn? Ik vind van niet. Het is eerder logisch. Dat de interesses van het publiek in een decennium sterk zijn veranderd kan niemand ontkennen.

Het sterkt mij wel in de gedachte dat het boekenmuseumscenario steeds reëeler wordt, als we ons niet nog meer gaan richten op het belevingsaspect. Het bewijst voor mij ook dat we er goed aan doen ons meer te gaan richten op de verhalen rondom onze collecties dan op de collecties alleen.

Maar nogmaals: ik weet niet hoe het elders is. Er zijn ongetwijfeld veel plaatsen waar de dingen anders worden beleefd. Dat vraagstuk zou eigenlijk eens goed onderzocht moeten worden, als aanvulling op het rapport De Openbare Bibliotheek tien jaar van nu.

@

Foto: Anne Helmond

Nanotechnologie maakt data onwaarschijnlijk duurzaam


Digitale duurzaamheid is een belangrijk en interessant onderwerp. Desondanks heb ik er in het afgelopen half jaar nauwelijks aandacht aan besteed. Soms komt dat er gewoon niet van. Begin deze week kwam ik echter een nieuwsbericht tegen op Physorg dat ik vastlegde in een tweet, met de bedoeling er later nog kort over te bloggen.

Wetenschappers melden dat we, dankzij nanotechnologie, over niet al te lange tijd kunnen beschikken over opslagapparatuur die duizenden keren meer digitale data kan opslaan dan nu het geval is. Die data zouden zo'n miljard jaar bewaard kunnen worden.

Hallo? Een miljard jaar?

Op tien juni zullen de onderzoeksresultaten worden gepubliceerd in Nano Letters, in het artikel Nanoscale Reversible Mass Transport for Archival Memory. Als Nanonono begrijp ik er verder geen moer van maar door te reppen over een miljard jaar hebben deze goede mensen mijn aandacht weten te vangen. Dit is digitale duurzaamheid van een ander kaliber, van een onwaarschijnlijk niveau.

Als deze technologie inderdaad doorbreekt, en ook nog eens betaalbaar wordt, zal de wereld van archivering en opslag nooit meer hetzelfde zijn.

@

zaterdag 30 mei 2009

CBGB New York: een virtuele rondleiding


CBGB in New York was een legendarische muziekclub waar van begin jaren '70 tot 2006 vele bands hun punkkunstjes vertoonden. Van Blondie tot the Talking Heads, van Cro-mags tot Youth of Today.

Toen we in 2003 plannen smeedden voor ons bezoek aan The Big Apple sprak ik eigenlijk maar een wens uit: ik wilde CBGB bezoeken.

Uiteindelijk bezochten we de zaak in the Bowery ook maar de bands die er op dat moment stonden te spelen maakten zoveel herrie en de entree was zo hoog, dat ik ter plekke besloot dat ik dat mijn reisgenoten niet kon aandoen. We besloten daarom maar iets te gaan drinken in het aanpalende grand cafe, eigendom van dezelfde eigenaar.

Later had ik toch wel spijt van die beslissing. Nu had ik de tent nog niet met mijn eigen ogen aanschouwd, terwijl ik er zo dichtbij was geweest.

Op de site van CBGB & OMFUG (Country Bluegrass Blues and Other Music For Uplifting Gormandizers) zie ik nu dat je de inmiddels gesloopte zaal nog steeds virtueel kunt bezoeken. Je begint in de uitgewoonde wc-blokken, je kunt een kijkje nemen op het podium en in de kleedkamers; de hele toko is te bezichtigen.

Zo komen die oude matinees, waarvan ik er nog een aantal op vinyl heb, toch weer een beetje tot leven.

Kijk hier voor meer CBGB

@

Worldcat ontsluit aanwinsten van bibliotheken


In een nieuwsbrief van OCLC las ik vanochtend dat je in Worldcat voortaan ook de aanwinsten van aangesloten bibliotheken kunt bekijken. Omdat het tonen van aanwinsten m.i. een van de belangrijkste pijlers van onze dienstverlening is klikte ik me onmiddelijk een weg naar de pagina van de Zeeuwse Bibliotheek in Worldcat.

Het overzicht van OCLC oogt beter dan de lijst met aanwinsten in onze webopac maar kent geen mogelijkheden om te beperken op materiaalsoort, SISO of genre. De toegevoegde waarde van deze nieuwe feature leek mij daarom niet al te groot. Totdat ik rechts op de pagina het rss-icoontje ontwaarde. Dagelijks alle aanwinsten kunnen zien in Netvibes? Dat wil ik dolgraag! Toen ik klikte op de link zag ik echter dat de feed niet werkt. Balen.

Ik zal het de komende tijd in de gaten houden. RSS is namelijk het enige waar ik zelf echt in geïnteresseerd ben. Als het gaat om de klant begin ik het steeds lastiger te vinden:
  • Als ik verwijs naar een titel in Worlcat moet er een paar keer worden doorgeklikt om bij de aanvraagmodule te komen. Daar blijkt dan dat het boek wel al is ingevoerd in de catalogus maar nog niet kan worden aangevraagd omdat het boek nog niet in ons bezit is
  • In de Aquabrowser kun je het boek vinden door het eerste deel van de titel in te voeren en kun je meteen op de knop 'aanvragen zoek & boek' klikken
  • Dat is dan weer duidelijker dan de knop die onderaan in de webopac is te vinden
  • Het bestaan van de aanvraagmogelijkheid verhult echter dat het boek er nog helemaal niet is. Een aanvraag zal dus ook niet snel gehonoreerd worden. Het systeem is nog niet slim genoeg om dat af te dekken.
Als ik kijk naar de overige mogelijkheden van de drie systemen denk ik dat de klant op dit moment het meest gebaat is bij de Aquabrowser. Die biedt het beste overzicht en de meest uitgebreide zoekmogelijkheden.

Beroepsmatig vind ik het echter interessanter om te zien hoe Worldcat zich ontwikkelt. Daar wordt het hardst gewerkt aan nuttige koppelingen, kun je werken met permalinks en referenties en is personalisering al beter uitgewerkt. Daar komt bij dat het zeker is dat we van OCLC nog wel meer kunnen verwachten. Een uitwerking van de resultaten van de Mashaton bijvoorbeeld.

De voorlopige conclusies is dat Worldcat zich nog steeds niet heeft ontwikkeld tot die ene catalogus waar je je klanten naar wilt verwijzen. Dat geldt echter ook voor de andere zoeksystemen. Die winnen het nu vooral nog door de koppeling met aanvraag- en reserveringsmodules. Op de vraag wie van de leveranciers nu uiteindelijk het meest complete zoeksysteem zal gaan leveren blijf ik het antwoord dan ook nog steeds schuldig.

Three Opacs for the Elven-kings under the sky,
Seven for the Dwarf-lords in their halls of stone,
Nine for Mortal Men doomed to die,
One for the Dark Lord on his dark throne
In the Land of Mordor where the Shadows lie.
One Opac to rule them all, One Opac to find them,
One Opac to bring them all and in the darkness bind them
In the Land of Mordor where the Shadows lie.

Vrij naar Tolkien

@

vrijdag 29 mei 2009

Niet in een handomdraai: bijdragen aan Wikipedia


Deze week ben ik begonnen met de invulling van de de uren die ik kreeg om Zeeuws cultureel erfgoed online te promoten. Het leek me wel aardig om te beginnen met Wikipedia (niet voor niets) en het beter zichtbaar maken van onderdelen van de website Geschiedenis Zeeland.

Ik had in het verleden al eens voorzichtig geëxperimenteerd met het bijdragen aan Wikipedia. Zo maakte ik ooit het lemma Zeeuwse Bibliotheek aan werd toen binnen een paar dagen geconfronteerd met een forse snoeibeurt in de tekst. Een groot deel van de tekst werd niet relevant bevonden en van de externe links bleven er slechts twee staan. Op mijn overlegpagina kon ik bijvoorbeeld lezen dat linken naar ZB Digitaal niet is toegestaan. Dat valt namelijk in de categorie 'zelfpromotie', en daar leent Wikipedia zich niet voor.
Daar kan ik best inkomen maar ik moet toch ook denken aan het verhaal op Read Write Web, over het beleid van Wikipedia m.b.t. weblogs. Dat beleid is in ieder geval niet erg consequent. Nu kan ZB Digitaal zich niet meten met grote namen als GeenStijl of Jaggle maar toch vind ik het eigenaardig dat er moeilijk werd gedaan over de link die ik toen legde. ZB Digitaal hoort ook bij de ZB, ook al is het dan misschien een wat vreemde eend in de bijt.

Maar goed, zoiets is nog acceptabel, net als het voorstel om een afbeelding van een door ons gedigitaliseerde kinderprent te verwijderen. Het was de controlerende Wikipediaan niet duidelijk of er copyright op de afbeelding zat. Toen ik een en ander toelichtte ging de persoon in kwestie alsnog akkoord. Gelukkig maar.

Toen ik gisteren echter constateerde dat een complete pagina die ik had aangemaakt was verwijderd (niks geen voorstel) vond ik dat minder plezant. Ik had, naar Amsterdams voorbeeld, een pagina aangemaakt met de titel Zeeuwse Canon. Ik gebruikte daarbij een deel van de eerste twee alinea's van de pagina op Geschiedenis Zeeland en verwees daarbij naar de vijftig vensters met behulp van vijf links, zoals deze.

Dat bleek niet de bedoeling te zijn. Ik las iets over auteursrechtschending, zonder verdere toelichting. Daar wilde ik graag meer van weten en vroeg het gewoon: (ditmaal op de overlegpagina van de redacteur)
Beste Ronald B,

Ik werk bij de Zeeuwse Bibliotheek, als informatiespecialist en wil relevante bronnen en collectie van Zeeuwse culturele organisaties koppelen aan wikipedia-lemma's. Daar heb ik niet alleen toestemming voor gekregen; het behoort tot mijn takenpakket. De website Geschiedeniszeeland, waar een deel van de tekst vandaan komt, is ook door ons gemaakt. Dan is er toch sprake van copyrightschending?

Vriendelijke groet,

Edwin Mijnsbergen

Beste Ronald,
Ik lees in de disclaimer van Geschiedeniszeeland.nl (http://www.geschiedeniszeeland.nl/algemeen/disclaimer) de volgende zin: "Niets op deze site mag op welke wijze dan ook worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt voor commerciële doeleinden."
Volgens mij is het plaatsen van een informatief lemma op Wikipedia niet aan te merken als commercieel. Ik zie dus niet in waarom je dit zou willen verwijderen.

Groet,
Chido Houbraken / chido-

Dag Zbdigitaal/Chido
Als tekst hier geplaatst wordt is dat onder de licentie GFDL (verandert binnenkort, maar dat maakt voor deze zaak geen verschil). Die licentie houdt o.a. in dat de tekst door anderen voor alle doeleinden, incl. commerciele, hergebruikt kan worden. Dat is niet compatibel met de disclaimer op geschiedeniszeeland.nl. Daar komt nog bij dat het een op een kopieren van tekst van andere sites geen toegevoegde waarde voor Wikipedia betekent. Dat weren we dus ook. - mvg RonaldB

Duidelijke taal. Ik heb mijn collega's inmiddels gevraagd of zij een cc-licentie voor Geschiedenis Zeeland in overweging willen nemen. Of dat gehonoreerd zal worden weet ik niet, maar het zou een stuk makkelijker werken, dat weet ik dan weer wel.
Verder ben ik eens gaan kijken hoe die Canon van Amsterdam dan in elkaar steekt. Anders inderdaad. De teksten verschillen van die van de originele Canon en de links op Wikipedia verwijzen niet naar de vensters op die website maar naar...andere Wikipedialemma's. Dat is de clou dus. Je mag wel verwijzen naar de bron maar die eigenlijk niet citeren. Je mag wel linken maar liever niet te veel extern.

Het wordt dus hoog tijd om de regels van de online encyclopedie te lezen. RTFM, Mijnsbergen!
Het zijn me nogal lappen tekst. Ik stel die dekselse handleiding nog maar even uit. Net als het aanmaken van complete lemma's trouwens. Ik heb helemaal geen zin om compleet nieuwe teksten uit mijn mouwtje te schudden. Daar heb ik al platformen genoeg voor en bovendien ben ik geen domeinspecialist maar een gids, een verwijzer...dan ga je toch niet alles zelf zitten schrijven?

Als je dan ook nog bedenkt dat het toevoegen van teksten aan Wikipedia niet echt laagdrempelig is (ik kopieer altijd de code van een andere pagina en plak daar de gewenste teksten dan in) kan ik me eigenlijk wel goed voorstellen dat slechts weinigen de moeite nemen aan Wikipedia bij te dragen: het kost je veel tijd en energie.

Ik ga hier nog eens goed over nadenken en beperk me voorlopig tot externe links bij bestaande lemma's. Jack wil tenslotte geen saaie jongen worden.

@

Netvibes introduceert meervoudige pagina's


Aan Netvibes heb ik in het verleden menig blogpost gewijd maar in het afgelopen half jaar zag ik geen aanleiding om er aandacht aan te besteden; het platform was stabiel en onderging geen veranderingen. Tot eergisteren. De website was de hele ochtend onbereikbaar omdat het ontwikkelteam een nieuwe feature in het systeem integreerde: meervoudige pagina's binnen een account.

De toegevoegde waarde daarvan zag ik niet meteen. Je hebt immers al de beschikking over een onbeperkt aantal tabbladen, die je naar je eigen smaak kunt inrichten. Nu ik zo'n extra pagina heb aangemaakt valt het kwartje opeens wél: het beheer van al je informatiebronnen wordt eenvoudiger en overzichtelijker.
Alleen mijn privépagina telde al 21 tabbladen. Daarnaast beheer ik ook nog accounts voor Bètafactor en 23 Dingen. Op de wat actievere dagen zorgt dat voor een hoop, naar nu blijkt onnodig, geklik op inlogschermen.

Van dat gesodemieter ben ik nu dus af. Ik zal er komend weekend weliswaar een uurtje voor uit moeten trekken maar dat levert me in de toekomst dan wel effectiever informatiemanagement op. Bij de tijdswinst die dat oplevert verbleekt dat ene uurtje razendsnel...

@Reblog this post [with Zemanta]

De toekomst van telefonie toen



De toekomst zoals men die zag in het verleden: dat is mooi om nu te zien.

Zo ook dit korte filmpje over de toekomst van telefonie, dat visualiseert hoe British Telecom het voor zich zag in de jaren '70 van de vorige eeuw.

@

Via Memex 1.1

Google Wave



Tweakers meldt:
Google heeft voor ontwikkelaars een developer-preview vrijgegeven van zijn nieuwe dienst Google Wave. De dienst moet mensen in staat stellen gezamenlijk aan een document te werken, waarbij onder meer foto's en video's gedeeld kunnen worden.

Met Google Wave moeten deelnemers aan een 'wave' eenvoudig met elkaar kunnen communiceren en samenwerken. In de meest eenvoudige opzet bestaat een wave uit een online gehoste conversatie tussen twee mensen, maar extra deelnemers kunnen worden toegevoegd, waarbij de conversatie voor iedereen realtime is te volgen. Naast platte tekst kunnen echter ook mediabestanden als foto's gedeeld worden, die bijvoorbeeld als slideshow door de wave-participanten kunnen worden bekeken. Ook geluidsfragmenten, videobestanden en andere bestanden kunnen aan een wave worden toegevoegd en gedeeld worden.

Hoe Google Wave zich precies zal ontwikkelen zal pas later dit jaar duidelijk worden, maar dat dit platform een nieuwe wending zal geven aan online communicatie lijkt nu al vast te staan. Op TechCrunch en O'Reilly kun je hier meer over lezen.

@

donderdag 28 mei 2009

Praten met je klanten...ook digitaal


Jaap van de Geer attendeerde mij op een posting van Michiel Nagtegaal, die onlangs DOK Delft bezocht en Twitterde over zijn impressies. Mark Borneman (communicatie en marketing DOK) pikte de tweets op en ging de dialoog aan met Michiel. Aan die conversatie wijdde Nagtegaal vervolgens een blogpost....waar Mark later ook weer op reageerde.

Klantenreacties in deze vorm zijn (helaas) nog vrij zeldzaam maar misschien juist daarom wel extra leerzaam.

Lees en oordeel zelf.

@

Klassiekers deel 50: onderweg



Deel 50 in de serie klassiekers. Misschien had hier een gezonde dosis punk moeten opduiken, of een nummer dat referereert aan het getal 50 maar ik kies deze ochtend toch voor Onderweg, van Abel.

Mensen mopperden altijd over dat typische accent van de zanger. Het nummer werd veel te vaak gedraaid op de radio. Het wordt je meestal niet in dank afgenomen als je het liedje aanvraagt tijdens een lalsessie in de kroeg. Genoeg redenen om er geen klassieker van te maken, zou je denken.

Ik doe het lekker toch. Omdat de melodie zo subtiel en aanstekelijk is. Omdat het nummer altijd in je hoofd blijft hangen. Omdat de wolken lijken te vluchten.

@

woensdag 27 mei 2009

Publicity Plant: bloemen doen groeien met verwijzingen


Ha! Kregen we dik twee jaar geleden al de beschikking over virtuele bosjes bloemen die nog verwelken ook...dit jaar kunnen we blommen doen groeien door er simpelweg naar te verwijzen op blogs, in Twitter, via Flickr of binnen Del.i.ci.ous. Elke verwijzing maakt dat er een lampje gaat branden. Bij genoeg verwijzingen is het ruikertje volgroeid op 1 juli a.s., de dag van de diploma-uitreiking van Sander Veenhof. ( Rietveld Academie)

Dit experiment doet me wel een beetje denken aan het thema van de film Untraceable, waarin een moordenaar zijn moordwapens aan de bezoekersteller van een website koppelt: hoe meer bezoekers, hoe sneller een slachtoffer vermoord wordt. Onnodig te zeggen dat het grote publiek de verleiding toch niet kan weerstaan...

Dan zijn de ontluikende zaadjes van Publicity Plant een stuk vrolijker...

@

Aladin op Twitter: een vragendienst in 140 karakters


Soms is het leuk om te zien hoe snel je dingen tot stand kunt brengen met behulp van het sociale web:
  • Afgelopen zaterdag mopperde ik over het feit dat Al@din nog niet op Twitter was te vinden
  • Een dag later discussieerde ik daar verder over met Esther Valent, via de dm-functie van Twitter
  • Wij wilden wel een initiatief nemen maar wilden dat niet zonder toestemming van de VOB doen
  • Via de mail informeerde Esther bij Ria Smith of wij de 'merknaam' aladin mogen gebruiken. Dat mocht.
  • Vanochtend plaatste ik op Bibliotheek 2.0 een oproep bij de collega's die daar zijn te vinden. Ik deed hetzelfde op Twitter
  • Omdat er al een naam 'aladin' in gebruik was genomen maakte ik de account http://twitter.com/Aladin2009 aan en maakte ik een begin met het 'pimpen van de profielpagina' en het volgen van Twitterati, natuurlijk in de hoop dat zij Aladin gaan terugvolgen en er gebruik van maken als ze op zoek zijn naar antwoorden of goede bronnen
We zijn nu een uurtje verder en de eerste 51 volgers, waaronder veel collega's, hebben zich aangemeld.

Dat is dus iets waar ik heel blij van kan worden. Het bewijst namelijk maar weer eens dat mensen nog steeds betrokken zijn...en een hart voor onze zaak hebben. Super!

Ik begeef me overigens wel een klein beetje op glad ijs. Mijn taken als provinciaal manager Aladin heb ik eerder dit jaar overgedragen aan mijn collega Ineke. Eigenlijk had ik dus niets meer met die dienst te maken. Toch ben ik erin gedoken. Het is nu eenmaal zo dat je een gekaatste bal kunt terugverwachten en het is net als tijdens een bibliotheekvergadering: als je je vinger opsteekt kan je de beurt krijgen ook. En de werkzaamheden die daaruit voortvloeien :-)

Dat geeft allemaal niets. Als dit experiment later mogelijk vruchten afwerpt ben ik al meer dan tevreden. Dan ga ik het geheid gebruiken als mooi voorbeeld van...juist ja, bibliotheek 2.0!

Hack de Overheid!


Edial Dekker, van Spotlight Effect, attendeerde mij vanochtend op een interessant evenement dat op 13 juni a.s. plaatsvindt in Amsterdam: Hack de Overheid! Uit het persbericht:
HackdeOverheid: geeks en ambtenaren werken samen aan nieuwe overheidsdiensten met open overheidsdata

HackdeOverheid is een informele bijeenkomst die de overheid met de community van software ontwikkelaars verbindt. Geeks, ontwikkelaars, ambtenaren en professionals in de publieke sector bedenken ideeën en bouwen prototypes of websites die overheidsdiensten verbeteren. Met deze prototypes maakt HackdeOverheid een statement voor het belang van het ontsluiten van meer opendata door overheid. HackdeOverheid vindt plaats op 13 juni van 10.00-18.00 in het Volkskrantgebouw.

HackdeOverheid heeft twee tracks. Tijdens de eerste track kunnen ambtenaren en ontwikkelaars samen prototypes. De beste protoypes maken kans op prijzen. In de tweede track bepalen de deelnemers de onderwerpen zelf. Van gebruik van social media bij overheidsdiensten tot en met open data, politieke transparantie en de toekomst van overheidsdiensten. Ben je een geek, coder, developer, programmeur en vind je dat de overheid beter kan? Ben je een ambtenaar en loop je al tijden met een idee, maar heb je geen idee hoe je dit moet aanpakken? Hack de overheid en help met het verbeteren van politieke transparantie en overheidsdiensten.

Initiatiefnemers James Burke, Lex Slaghuis, Vincent Lindebook en Edial Dekker zijn ervan overtuigd dat er behoefte is aan een plek waar je makkelijk kan leren een prototype of ‘mashup’ te maken rond overheidsdienstverlening. Met HackdeOverheid willen ze geeks en ambtenaren een ruimte bieden om een dialoog rond technologische innovatie, maatschappelijke verandering en overheidsdiensten mogelijk te maken. Juist deze dialoog en verbinding tussen is volgens hen noodzakelijk om goede nieuwe ideeën van elkaar op te doen en een betere overheid te realiseren.

HackdeOverheid vindt plaats op 13 juni van 10.00-18.00 in het Volkskrantgebouw (Wibautstraat 150, Amsterdam) met aansluitend borrel. Plaatsen zijn beperkt en aanmelden kan via http://www.hackdeoverheid.nl. Entree en lunch zijn gratis.

Een mooi evenement toch? Als je meer wilt weten moet je ook zeker even de FAQ lezen.

@

dinsdag 26 mei 2009

ANPR, of hoe iedereen een verdachte kan zijn



In september 2007 schreef ik voor Livre een artikel over Sousveillance. Een citaatje uit dat artikel:
Surveillance is een Frans woord dat letterlijk 'bewaking van boven' betekent (sur betekent op/boven, veiller betekent waken). Sousveillance betekent het tegenovergestelde: bewaking vanaf de onderkant. In deze context moeten de controlerende overheid en organisaties gezien worden als de 'bewakers van boven' en de controlerende burgers als 'bewakers van onderen': waar de politie steeds vaker de burgers filmt, filmen de burgers ook steeds vaker de politie.

Ik had al een tijdje niet meer gedacht aan het 'bewaken van de bewakers' maar na het zien van de BBC-documentaire Who's watching you? ben ik er weer helemaal bij en heb ik het credo "als we gefilmd worden filmen we terug" weer goed op het netvlies.

Marie-José Klaver attendeerde mij op deze documentaire. Ik twijfelde nog even of ik zou gaan kijken want ik zat net lekker achter de computer en had niet zo gek veel puf meer, na een dagje reizen naar -en vergaderen in- Haarlem. Achteraf ben ik blij dat ik toch heb gekeken. Journalist Bilton vermijdt in de driedelige serie namelijk de valkuil van sensatiezucht. Je zou kunnen zeggen dat hij zich 'kritisch neutraal' opstelt.

Bilton ging vooral in op Automatische Nummerplaatherkenning, ook wel ANPR genoemd. Van die technologie had ik nog nooit gehoord. Achteraf gezien is dat best vreemd want al Googelend ontdekte ik dat ANPR in Nederland ook al wat langer een issue is. Dit artikel in Korpsnieuws is bijvoorbeeld al vier jaar oud en Jan Mulder schreef er een jaar geleden al over in de Volkskrant. De kritiek van het CBP dateert ook van die tijd.

Ik zie nu ook dat hetzelfde CBP in januari van dit jaar richtsnoeren voor ANPR heeft gepubliceerd. Maar wat zijn richtsnoeren nu precies, vraag ik me af? Volgens Van Dale is het "datgene waarnaar men iets of zichzelf richt". Afgaande op die definitie kan ik me dan niet goed voorstellen dat de Nederlandse Politie verplicht is zich aan deze snoeren te houden.

Maar dan nog...het gaat mij niet eens zozeer om het 'goede gebruik' van nieuwe technologie, maar om het gevaar van Mission Creep. (zie ook de post van 23 maart) Op dat gevaar ging Bilton ook in. En hoewel camerabeveiliging in Nederland nog lang niet zo ver is doorgeslagen als in Groot-Brittannië zie ik niet in waarom de dingen hier anders zullen lopen. Die camera's voor agenten zijn in Nederland inmiddels ook in gebruik genomen en die drone uit de documentaire kennen wij ook, zij het onder een andere naam: de Cannachopper.

Je kunt controle door de staat tot op zekere hoogte verdedigen, zonder meer. Zelf slaag ik daar echter niet in. Het riekt mij allemaal veel te veel naar een politiestaat, de distopie van Orwell, de nachtmerries van Huxley en ja, zelfs de regimes van lieden als Hitler.

Leestip: Chatter, van Patrick Radden Keefe

Meer informatie over Who's watching you:
@

Het informatie-alarmageddon


New York Magazine pakte vorige week uit met een acht pagina's tellend artikel over informatie-overvloed, de menselijke aandachtsspanne en de voordelen die afleiding kan hebben. Omdat het artikel geschreven is een blad met aanzien ben je geneigd te denken dat de inhoud van het artikel wel redelijk klopt. Omdat het artikel zo lang is lees je het echter maar half.

Mind Hacks legde afgelopen zaterdag uit waarom In Defense of Distraction géén goed artikel is. Het is gebaseerd op slechts een bron en dat is nog een dubieuze bron ook. Door simpelweg te linken naar een aantal betrouwbare bronnen laat MH zien dat digitale afleiding wel degelijk negatieve invloed op onze concentratie kan hebben, maar ook dat concentratie creativiteit vaak niet ten goede komt, en dat je bepaalde taken juist prima kunt vervullen, als je wordt afgeleid.

Als de invloed van ICT op onze aandachtsspanne je interesse heeft doe je er m.i. beter aan de bijdrage op Mind Hacks te lezen en de links daar te volgen, dan je kostbare tijd te verspillen aan het fraai ogende artikel uit het gerenommeerde blad.

Of zoals Vaughan het zegt:
I'm constantly surprised that the impact of technology is clearly of such widespread interest to merit headline grabbing articles in international publications, but apparently not interesting enough that journalists will actually use the internet to find the research.

It's like writing a travel guide without ever visiting the country. I'm just guessing the editors have yet to catch on to the scam.


Onderzoeksjournalistiek is niet altijd gebaseerd op grondig onderzoek, dat blijkt in ieder geval maar weer eens.

@

Object: Barry X Ball

maandag 25 mei 2009

Middelburg in 1940


Gisteren las ik in de PZC dat de krant, samen met het Zeeuws Archief, de website Middelburg 1940 heeft gelanceerd. Op die website kun je onder meer zien wie er in 1940 op een bepaald adres in de binnenstad woonde.

69 jaar terug in de tijd. Het levert een mooi beeld op van de schoenmakers, scharenslijpers en 'rijkswerkmannen' die ooit woonden waar jij nu woont.

Ook de nieuwe website Het Vergeten Bombardement Middelburg mag niet onvermeld blijven. Die gebeurtenis krijgt nu eindelijk de aandacht die het verdient...

@

zondag 24 mei 2009

Onderweg


Deze bijdrage verscheen eerder in Digitale Bibliotheek nr. 3, 2009, in de column Argus Panoptes.

Woensdagochtend, half acht. Ik heb een lange dag voor de boeg. Eerst een ochtend werken op kantoor, tegen de middag met de trein naar Rotterdam voor een werkoverleg en tegen de avond nog een afspraak. Het is niet bepaald een werkdag waar ik me al weken op verheugde.

Ik klik de Senseo aan, spring onder de douche en open na het aankleden de gordijnen van de kamer. Ik kijk onverwacht in de nieuwsgierige ogen van de overbuurvrouw en in die van haar drie labradors. Ik zwaai maar even. De honden blaffen. Ik ben blij dat ik me eerst heb aangekleed vandaag. Als ik even later mijn koffie iets koeler sta te blazen op het dakterras zie ik drie werklieden op het dak van mijn buurman. Ze brommen onbegrijpelijk Zeeuws mijn kant op. Ik maak eruit op dat ze mij een goede morgen wensen en zwaai ook naar hen. Het is altijd fijn om te weten dat je niet de enige bent die zo vroeg zijn bed uit moest.

Op weg naar het werk komt er een bekende naast me fietsen. Haar tempo aanpassend aan het mijne trakteert ze me op een aantal retorische vragen over het weer. Van schrik ga ik steeds harder fietsen. Gelukkig moet ze een andere kant op dan ik. Dat biedt me nog net een paar fietsminuten waarin ik verder kan dromen. Snel wakker worden is niet mijn sterkste eigenschap.
Met mijn keytag open ik de deur van het fietsenhok. Even later die van personeelsingang. Het is 08.21 uur als ik inklok en me geregistreerd weet als ‘aanwezig’. Ik neem plaats achter mijn bureau en terwijl ik me aanmeld op het bedrijfsnetwerk babbel ik met de aanwezige collega’s over de avond die was. Mijn netjes geschoren kaken verhullen blijkbaar niet dat ik een gezellig feestje heb gehad want iemand vraagt of het heel laat is geworden. Ontkennen heeft geen zin.
Om kwart voor twaalf klok ik weer uit en wandel naar het station. Omdat het loket is gesloten moet ik een kaartje kopen met mijn pinpas. Het open en winderige perron staat vol met mensen. Omdat ik graag nog even een sigaretje wil roken worstel ik me door de groep forenzen en voeg me bij de andere paria’s, onder een CCTV-camera van de NS. Eigen schuld. Had ik maar moeten stoppen, toen het rookverbod in de horeca inging.

Eenmaal in de trein weet ik me omringd door een bont gezelschap. Een vervaarlijk ogende knaap wiens iPod vier slagen te hard staat. Twee luid kakelende en zichtbaar opgewonden vrouwen op weg naar een of andere beurs in Utrecht. Een zakenman op leeftijd die er genoegen in lijkt te scheppen alle andere passagiers aan te staren. Ik duik weg achter de krant, zachtjes het tabbloidformaat van NRC Next vervloekend. Had ik nu maar zo’n fijne grote Volkskrant!
Net op het moment dat ik gebeld wordt door een vriend die informeert of ik hem ergens mee kan helpen stapt er een man in van Pro Rail Reizigersonderzoek, met de vraag of hij mijn kaartje even mag scannen.” Natuurlijk mag dat”, hoor ik mezelf zeggen, en vraag me tegelijkertijd af wat er zou gebeuren als ik zou zeggen dat het niet mag. Niets, waarschijnlijk.

Op Rotterdam Centraal aangekomen realiseer ik me opeens waarom ik zo graag werk via internet. Thuis. Onbespied. Ongestoord. Ongeregistreerd dankzij de anonymizer. Ik besef opeens dat dat werkplezier voortkomt uit de privacy die ik heb als ik online ben. De privacy waarvan zovelen zeggen dat je die niet meer hebt, als internetadept. “Nee, buitenshuis gaat het lekker!” mompel ik zacht en, alweer een beetje naar huis verlangend, pers ik me tussen de duizenden anderen die het station zo snel mogelijk willen verlaten.

Ik ga op in de massa.

@

Foto Rotterdam Centraal: R.Daurio

David Weinberger: een interview voor Digitale Bibliotheek


Voor het net verschenen derde nummer van Digitale Bibliotheek kregen Jan Klerk en ik de eer om David Weinberger te interviewen. Het interview werd op een zaterdagmiddag in april afgenomen via Skype, omdat de auteur zich op dat moment in Boston bevond. Het werd een even aangenaam als leerzaam gesprek.

Het interview bijt de kop af van de nieuwe serie Denkers en Doeners in DB Magazine. Karolien Selhorst verklapte ons dat zij nog veel meer interessante namen voor ons in petto heeft...

@

Gelezen: Wat Zou Google Doen?


Deze boekbespreking werd eerder gepubliceerd in Digitale Bibliotheek, nr. 3 2009. De inhoudsopgave van dat nummer is hier te vinden (PDF)

Wat Zou Google Doen? – Jeff Jarvis

Er zijn nog maar weinig mensen wiens leven niet op de een of andere manier wordt beïnvloed door internet. Het is daarom moeilijk om er geen mening over te hebben. Van meningen weten we dat ze vaak in een hokje worden geplaatst. Je wordt al snel tot een bepaald kamp gerekend. Je bent een voor- of een tegenstander.
Het web heeft de samenleving echter zowel goede als slechte dingen gebracht en is er als zodanig een afspiegeling van. Wij hebben met z’n allen het internet gemaakt tot wat het nu is. Denken in kampen heeft dan niet zoveel zin. Het is zoals in het gewone leven: naast de rasoptimisten en beroepspessimisten bestaan er ook nog vele mensen wiens mening ergens in het midden ligt.

Dat geldt niet voor Jeff Jarvis. Hij noemt zichzelf een ‘Internet Triumphalist’; iemand die gelooft dat internet als platform en systeem superieur is aan alle andere systemen en er uiteindelijk over zal zegevieren. Dat Jarvis er zo over denkt is goed te merken in zijn boek Wat Zou Google Doen? Jarvis schrijft zo enthousiast over de strategie en impact van Google dat je bijna zou gaan vermoeden dat de man aandelen heeft in het bedrijf. Een internetpessimist hoeft niet veel moeite te doen om zich aan Jarvis’ toon te ergeren.

Het is de enige kanttekening die ik bij het boek wil maken. What Would Google Do is namelijk wél een goed boek. Een eerlijk boek ook. In 241 pagina’s neemt Jarvis de bedrijfsfilosofie van Google onder de loep, waarbij hij onderzoekt in hoeverre andere bedrijven en bedrijfstakken kunnen leren van de tien hoofdpunten uit die filosofie:
  • Richt je op de gebruiker en de rest volgt vanzelf
  • Het beste is om één ding heel erg goed te doen
  • Snel is beter dan langzaam
  • Democratie op internet werkt
  • Niet alleen achter je bureau heb je antwoorden nodig
  • Je kunt geld verdienen zonder slecht te zijn
  • Er is altijd meer informatie te vinden
  • De behoefte aan informatie is grensoverschrijdend
  • Ook zonder pak aan kun je serieus zijn
  • Uitstekend is gewoon niet goed genoeg
De auteur laat aan de hand van overtuigende voorbeelden zien waarom de aanpak van Google zo goed werkt. Hij vertelt hoe computerfabrikant Dell door een dure les leerde dat het beter is om deel uit te maken van online conversaties dan ze te negeren. Hij gaat in op de werkelijke kracht en potentie van hyperlinks en legt nog eens uit hoe je zichtbaar wordt en ‘Googlejuice’ kunt genereren. Hij vertelt over nichemarketing en het verdwijnen van tussenpersonen en bemiddelaars. Over de kansen en bedreigingen voor uitgevers, kranten en makelaars. Over het verdwijnen van privacy. Jarvis laat maar weinig aspecten van Google’s impact onbelicht. Dat Jarvis er desondanks in is geslaagd zich te beperken tot 241 pagina’s zegt vooral iets over zijn schrijfstijl. Die is kort en bondig en waarschijnlijk het resultaat van jarenlang bloggen op www.buzzmachine.com.

Jarvis erkent dat hij een hypocriet is door zijn gedachtegoed in boekvorm te publiceren. In het hoofdstuk waarin de auteur een gitzwarte toekomst voorspelt voor het boek geeft hij ook toe dat hij koos voor het uitgeven van een boek omdat er nu eenmaal ook geld verdiend moet worden. Dat weerhoudt hem er echter niet van om het boek te beschrijven als een achterhaald platform, dat ten onrechte wordt beschouwd als de hoogste vorm van cultuur. Hij stelt dat de meeste mensen geen boeken lezen. Dat ze duur zijn om te produceren. Dat ze bomen doden. Dat ze afhankelijk zijn van de schaarse ruimte op de boekenplank en de grillen van poortwachters als boekverkopers en bibliothecarissen. Dat ze vertrouwen op de bestsellereconomie, een economie die vooral verliezers kent. Allemaal zaken waar gedigitaliseerde teksten niets mee van doen hebben. Jarvis overdrijft de beperkingen van het boek bewust. Hij probeert op die wijze de voordelen en potentie van Google’s Zoeken naar Boeken aantonen.

Het is hem vergeven. Jarvis’ standpunten zijn dik aangezet maar overtuigen wel. Google is groot en machtig geworden door een open en innovatieve bedrijfsfilosofie. Door te kiezen voor eenvoud en transparantie zijn de valkuilen van ‘de oude wereld’ vermeden. Daar mag je als Googlepessimist over mopperen of zelfs voor vrezen maar het verdient de aanbeveling om ook eens de nuance van het midden op te zoeken. Google doet de samenleving waarschijnlijk meer goed dan kwaad. Zo optimistisch als Jarvis is durf ik niet te zijn, zo hoopvol wel. Als het internet een afspiegeling van de samenleving is, is Google dat misschien wel van de nieuwe samenleving. Of, om met Jarvis zelf te spreken:
When we talk about the Google age we are talking about a new society. The rules I explored in my book are the rules of that society, built on connections, links, transparency, openness, publicness, listening, trust, wisdom, generosity, efficiency, markets, niches, platforms, networks, speed, and abundance. This new generation and its new worldview will change how we see and interact with the world and how business, government and institutions interact with us. It is only just beginning. I wish I knew how that change will turn out. But I’m thrilled to be here today with you to witness its birth.

Jarvis, Jeff. 2009. What would Google do? New York, NY: Collins Business.
Deze titel is ook beschikbaar als audioboek via http://www.audible.com en als videoboek via www.amazon.com. Het boek verscheen in april 2009 in een Nederlandse vertaling bij uitgeverij Mouria, onder de titel ‘Wat zou Google doen?’ (ISBN 9789045800691)

Jeff Jarvis spreekt in september op Picnic 2009 in Amsterdam.

Op VN Lab, van Vrij Nederland, worden de adviezen van Jarvis onderzocht en in de praktijk gebracht.

@

Prachtig presentaties maken met Prezi


Een snelle zoekactie in Google Blog Search leerde mij dat er over Prezi al genoeg is geschreven. Aan mijn aandacht was deze vernieuwende tool voor het maken van online presentaties echter ontsnapt.

Het vernieuwende van Prezi zit 'm vooral in de wonderlijke en intuïtieve navigatie. Om te begrijpen wat ik daarmee bedoel moet je het eigenlijk gewoon even uitproberen.

De mogelijkheden binnen de gratis versie zijn weliswaar beperkt maar als je je registreert krijg je genoeg speelgoed tot je beschikking om de schoonheid van deze applicatie te ontdekken.

Meer informatie is onder meer te vinden op:
Enjoy!

@

zaterdag 23 mei 2009

Ameland in beeld, mei 2009


Weet je nog, die verschrikkelijke dia-avondjes van weleer?

@

Twitterspammers verjagen met Chirpio


Vroeg of laat krijgt iedere succesvolle internettoepassing te maken met spammers, zo ook Twitter. Steeds vaker krijg ik meldingen in mijn mailbox van schaars geklede dames die louter tweets verzenden over hun lustbeleving, het interessante schoeisel dat ze juist hebben aangeschaft of een listige website die ik eens zou moeten bezoeken. Dat zuigt.

Gelukkig lees ik vandaag op TC dat nieuwkomer Chirpio een einde aan die ellende wil maken. Als je inlogt met je Twitteraccount kun je iedereen die je volgt beoordelen met een duim omhoog of omlaag of met de markering 'spam'. Je kunt ook direct kiezen voor 'unfollow' (is dat 'ontvolgen' in het Nederlands?)

Chirpio is een laagdrempelige toepassing. Het probleem is wel dat het systeem pas goed werkt als veel Twitterati elkaar beoordelen. Schroom dus niet en klik er een half uurtje op los.

Weg met al die onverlaten!

@

Starbucks, of hoe sociale media zich tegen je kunnen keren


De New York Times schreef begin deze week over een nieuwe reclamecampagne van koffiegigant Starbucks. Door slim gebruik te maken van sociale media hoopte het bedrijf het merk Starbucks sterker te maken.

Helaas voor Starbucks: activist en filmmaker Robert Greenwald las het artikel ook. Hij ging onmiddelijk over tot actie. Binnen een week werd de online campagne gekaapt door de tegenbeweging Stop Starbucks. Waar het de bedoeling was dat Twitter gebruikt zou worden voor lieflijke foto's van koffieminnende starbucksfans werd het platform nu overspoeld met protestfoto's. Afgelopen dinsdag zette Greenwald bovendien een anti-filmpje op YouTube, dat in zes dagen tijd ruim 40.000 keer werd bekeken.

Ik weet niet zo veel van de praktijken van Starbucks. Mijn kennis beperkt zich tot enkele verhalen over het verdienmodel van het bedrijf, die ik las bij het bespreken van Starbucks, de 5 principes van het succesverhaal. Het zou me echter niet verbazen als Greenwald gelijk heeft. Multinationals hebben de schijn per definitie tegen: da's meestal geen zuivere koffie...

Beter gaan we allemaal aan de eerlijke en echte koffie, zoals die ook verbouwd wordt door mijn vrienden Sander en Hazel, in Costa Rica.

Cafe Guayabo, pura vida!

@

Kein geloel


We hebben er een jaar of vijf over gedaan om te komen tot een chatoptie voor Al@din, die alleen bemenst wordt tijdens kantooruren. Ik ben benieuwd hoe lang we er als branche over zullen doen om een vragendienst op Twitter van de grond te krijgen.

Zoeken op 'aladin twitter' in Google levert in ieder geval nog geen veelbelovende resultaten op, alleen een tweet van een Zeeuwse zeikerd.

Die tweet werd overigens wel opgepikt. Door @vergaderkunst....

@

vrijdag 22 mei 2009

De zaak Zwartepoorte


Zwartepoorte is een redelijk bekende naam in Zeeland en omstreken. Het is de naam van een BMW-dealer die is gevestigd in Goes.

De PZC schreef op 12 mei:
Door een ongelukkige samenloop van omstandigheden heeft Zwartepoorte al maanden last van het hardnekkige gerucht dat zijn bedrijf failliet zou zijn. Als op de website Google de zoektermen 'Zwartepoorte failliet' worden ingetypt, zou aan de hand van de eerste resultaten inderdaad die - verkeerde - conclusie kunnen worden getrokken.

Twee dagen later meldde de Telegraaf dat de betrokken website aansprakelijk werd gesteld voor de indexering door Google.

Ik vind dit, net als Gintou, een eigenaardige zaak. Is dit nu inderdaad de verantwoordelijkheid van de verwijzende website, of zou Google hier iets aan moeten doen? Of had Zwartepoorte er beter aan gedaan om de hele kwestie te negeren? Nu wordt er nog veel meer online aandacht gegenereerd en je kunt je afvragen of dat positieve aandacht is.

Hoeveel mensen zouden nu daadwerkelijk 'Zwartepoorte failliet' intikken in Google? Is het niet veel belangrijker wat er in beeld verschijnt als mensen zoeken op 'BMW Zeeland', bijvoorbeeld? Bij de eerste tien zoekresultaten zie ik Zwartepoorte niet eens verschijnen (met 'BMW Goes' gelukkig wel) Ik weet niet goed wat ik hiervan moet denken, ik weet alleen wel dat de Google Cache nog niet is opgeschoond.

De complotdenkers onder ons zien ondertussen vast wel een verband tussen deze zaak en een eerdere....

De zaak Zwartepoorte kan in ieder geval goed fungeren als case m.b.t. reputatiemanagement online.

@

Afbeelding

Merkwaardige kunst deel 3: de Zanddanser



Zoals Peter Donnelly door het zand gaat gaan er niet veel. Valerie Reid legde het vast in een film.

Fascinerende foto's en links zijn te vinden op Environmental Graffiti.

Mag ons een wandeling gebeuren,
Wy gaen, al huppelend, naer 't strand,
En rapen schelpen, schoon van kleuren,
Rood, wit en zwart, met volle hand.

Wy zien op wiegelende baren
De schepen aen het dansen gaen,
En laten ook een scheepken varen,
Met mast, en zeil, en vlag daeraen.

Wy luisteren naer 't zeegeklater,
Gelyk aen stormig bladgeruisch;
Wy plassen vrolyk in het water,
En keeren rein en frisch naer huis.

-Prudens van Duyse-
@

Bron gedicht: DBNL

Het beleid van OCLC: nieuwe ontwikkelingen


Tim Spalding schrijft op Thingology dat de adviezen van ARL en ICOLC er toe hebben geleid dat het bestuur van OCLC heeft besloten het nieuwe beleid voorlopig niet in te voeren. In het najaar zal OCLC met nieuw voorstel komen.

Dit zou wel eens een beslissing kunnen zijn die veel gevolgen heeft voor de vrijheid die bibliotheken hebben om met hun eigen data te doen wat ze willen.

Voor de mensen die even niet meer weten waarover ik het hier heb verwijs ik naar drie oudere postings:
Ik begrijp het verhaal nog steeds niet allemaal maar het lijkt me wel duidelijk dat OCLC uiteindelijk toch heeft geluisterd naar de gemeenschap die ze bedient.

Dat lijkt me wel een pluim waard.

@

Afbeelding: Thingology.

donderdag 21 mei 2009

Klassiekers deel 49: Selling Jesus



Skunk Anansie is vooral beroemd geworden met haar latere, wat rustigere nummers. Ik heb alleen haar eerste plaat. Die kocht ik omdat ik het nummer Selling Jesus zo heerlijk vond knallen in de film Strange Days.

Die film werd uitgebracht in 1995. Ik vond 'm geweldig toen. Hij speelde zich af rondom de eeuwwisseling en vertelt het verhaal over de handel in digitaal vastgelegde ervaringen. Helemaal te gek. Die citaten!

"The issue isn't whether you're paranoid, but whether you're paranoid enough."

En die soundtrack dus. Prong dat Strange Days van The Doors speelt, samen met Manzarek. Nou vraaaag ik je!

Check de trailer, check de realiteit.

@

Leken leren programmeren


Omdat ik het niet bepaald onder stoelen of banken steek dat computers en internet in de afgelopen dertien jaar een belangrijke rol zijn gaan spelen in mijn leven zou ik me er eigenlijk niet meer over mogen verwonderen dat veel mensen daarom ook denken dat ik "toch zoveel van computers weet" en "vast ook wel over programmeren". Toch doe ik dat wel. Ik zie niet in waarom computers andere verwachtingspatronen oproepen dan, bijvoorbeeld, autorijden. Je hoeft geen verstand te hebben van de werking van een benzinemotor om een goede chauffeur te zijn.
Het feit dat ik best veel ervaring heb met webtoepassingen (en alles dat daarbij komt kijken) wil nog niet zeggen dat ik ook weet wat ik moet doen als ik een computerkast openschroef om een onderdeel te vervangen. Als ik een website zie met programmeertaal schiet mijn alfadenken onmiddelijk in de stress.

Misschien ben ik daarom wel zo blij met het web zoals we het nu kennen. Je kunt zonder al te veel kennis van zaken een weblog of sociaal netwerk inrichten. Van de honderden toepassingen waarmee ik experimenteerde vereiste het leeuwendeel weinig meer dan lees- en klikvaardigheden. Dat gegeven vind ik een van de grootste verdiensten van de ICT: als je de grafische interfaces van nu vergelijkt met die enge codeschermpjes uit de jaren 80 mag je toch wel constateren dat de muren van de technologie in een bijzonder hoog tempo geslecht zijn.

Tot voor kort dacht ik dat dit gold voor vrijwel alle verschijningsvormen van ICT, behalve voor de kunst van het programmeren. Collega Enno vertelde me vorige week gelukkig dat ik ernaast zat. Hij wees me op de programmeerprojecten Scratch, van MIT en Small Basic, van Microsoft. "Iedereen, ook kinderen, kan nu leren programmeren", stelde hij tevreden vast. "Zelfs ik, Enno?", vroeg ik. "Zelfs jij, Edwin", zei Enno.

Vanochtend toog ik dus naar de website van Scratch en downloadde daar de gratis software. Na twintig minuten met het programma te hebben gespeeld sloot ik het weer af. Ik had weliswaar nog niets gebouwd dat het publiceren waard was maar ik zag wel in dat Enno gelijk had: een kind kan de was doen tegenwoordig. Dat verklaart misschien wel waarom de verantwoordelijke projectgroep van MIT zich heeft getooid met de naam Lifelong Kindergarten, een speeltuin voor het leven.

Op het weblog van Creative Commons lees ik dat Scratch inmiddels al meer dan 400.000 programmeerprojecten bevat. Dat is toch fantastisch? Nog enthousiaster werd ik toen ik las dat er ook bibliotheken zijn, die de potentie van de speeltuin voor het leven inzien. Hennepin County Library bijvoorbeeld. Mijn enthousiasme wordt dan altijd weer een beetje getemperd door de constatering die er onvermijdelijk op volgt: ik heb geen weet van Nederlandse bibliotheken die hier al mee aan de slag zijn gegaan. Over mediawijsheid wordt veel gesproken maar daadwerkelijk bezig zijn met dit soort 'vaardigheden voor de 21 eeuw'? Daar is toch nog maar zeer beperkt sprake van. Of ik heb gewoon een hoop lovenswaardige initiatieven gemist, dat kan natuurlijk ook.

Ik dwaal af. Het ging me nu vooral om de constatering dat programmeren binnen ieder's handbereik komt. Toevallig kwam ik in de RSS-feeds ook nog een verwijzing tegen naar een nieuw project van Mozilla Labs: Jetpack. Dat project hapert schijnbaar nog aan alle kanten maar is in mijn ogen meer dan veelbelovend: je kunt er- ook als relatieve leek- zelf Firefox extensies mee bouwen. Daarvoor moet je alleen beschikken over enige kennis van HTML. Nu weet ik dat lang niet iedereen over die kennis beschikt; ik weet ook dat HTML vrij eenvoudig te leren is.

Het is nog niet zover dat ik hier nu ook meteen mee aan de slag ga. Dat zou me meer tijd gaan kosten dan me lief is. Het zou me echter niet verbazen als ik daar over een jaar of twee anders over denk.

Twee weken geleden had ik dat nog niet durven beweren.

@

Ken je internetsektes


sek·te de; v(m) -s, -n geestelijke stroming die afwijkt ve grotere waaruit zij is voortgekomen

Bron: Van Dale online

Bovenstaande matrix is afkomstig van Madatoms. Wat mij betreft wordt 'ie uitgebreid met alle internetsektes die je kunt bedenken. Dat zijn er nog al wat, als je het mij vraagt...

@

woensdag 20 mei 2009

Ordnung muss sein


De Dewey classificatie is voor Amerikaanse bibliotheken wat SISO is voor Nederlandse: "een inhoudelijk- of plaatsingssysteem waarmee de informatieve boeken in een bibliotheek zijn ingedeeld op onderwerp."

Bibliotheekmedewerkers weten over het algemeen wel raad met Dewey en SISO. Als je maar lang genoeg in een bibliotheek werkt ga je denken in nummers als 366.4 of 520.8. Je weet niet beter. Klanten daarentegen kunnen vaak helemaal niets met het systeem, een uitzondering daargelaten. Dat heeft alles te maken met het feit dat informatie elders, zeker op het web, op een andere wijze ontsloten en gevonden wordt. En precies dat is de zere plek waar David Weinberger zijn vinger op legt in zijn boek Everything is Miscellaneous.

Nu zijn er ongetwijfeld mensen te vinden die in de verdediging schieten als ik stel dat ik SISO een slecht systeem vind. Immers: een grote collectie kan helemaal niet zonder plaatsingssysteem. Dat betekent echter nog niet dat het systeem dat wij zo gewoon zijn gaan vinden ook logisch overkomt op onze klanten.

Alleen daarom al vond ik het interessant om via dit nieuwsbericht terecht te komen bij de Perry Branch Library in Arizona. Daar koos men er twee jaar geleden voor om het Deweysysteem los te laten en de koers van boekenwinkels te gaan varen. De bevindingen die ik lees stemmen mij hoopvol. Als bibliothecaris ben je geneigd te denken dat je een systeem als SISO hooguit kunt loslaten als je er een beter alternatief voor hebt gevonden, dat het proces van het loslaten veel te complex is om uitgevoerd te kunnen worden door een grotere bibliotheek.

Na het lezen van de volgende artikelen en postings ben ik daar helemaal niet meer zo zeker van:

Een klok van 24 klokken



Over vreemde klokken op internet schreef ik twee jaar geleden al eens. De 24 klokken tellende klok van Humans Since 1982 verdient het om dat overzicht te worden toegevoegd.

Bij deze.

@

dinsdag 19 mei 2009

Gelezen: Remix, of: copyright als achterhaald concept



Drie weken geleden kondigde ik hier aan dat Lawrence Lessig zijn boek Remix gratis beschikbaar heeft gesteld onder een cc-licentie. Het gratis beschikbaar komen van dat boek was voor mij aanleiding het boek te bestellen bij Bol.com. Dat deed ik natuurlijk vooral omdat ik de boeken die ik graag wil lezen het liefst lees in papieren vorm, maar ik vond het ook mooi om met een aankoop een van de belangrijkste stellingen van Lessig te onderschrijven: een deelcultuur en een commerciële cultuur hoeven elkaar niet in de weg te staan. Integendeel zelfs. Door te delen win je meer dan je verliest.

Lessig doceert recht aan de Stanford Law School en noemt zichzelf 'activist tegen het copyrightextremisme'. Dat klinkt behoorlijk radicaal maar in zijn boeken (zijn andere werken kun je desgewenst ook gratis inzien of downloaden) ontpopt de auteur zich juist als een genuanceerd mens met oog voor alle kanten van het verhaal. Dat maakt Lessig niet alleen geloofwaardiger, het bewijst ook dat Lessig terecht wordt beschouwd als een van de grote denkers op dit gebied. Lessig, ook een van de mensen die aan de wieg stond van Creative Commons, is niet alleen een tegenstander van piraterij; hij pleit er ook voor dat copyright blijft bestaan, zij het in een andere vorm dan we het nu kennen.

In Remix voert Lessig ons mee door de geschiedenis van copyright. Hij gaat uitgebreid in op de ontwikkeling van een 'Read Only Web' naar een 'Read Write Web' en toont daarbij aan hoe ver de bestaande wetgeving staat van de manier waarop informatie en entertainment anno 2009 geconsumeerd en geproduceerd wordt.

In hoofdstuk vier (pagina 51 van het boek, pagina 75 van de PDF) toont Lessig aan hoe weinig doordacht copyright wordt toegepast op de remixers van nu. Al die hiphoppers die werken met samples, al die kinderen die videocompilaties downloaden, maken en uploaden: ze worden ten onrechte gecriminaliseerd. Het remixen van multimedia verschilt echter nauwelijks van schrijven. Hierover zegt Lessig:
One of my closest (if most complicated) friends at college was an English major. He was also a brilliant writer. Indeed, in every class in which writing was the measure, he did as well as one possibly could. In every other class, he, well, didn’t. Ben’s writing had a certain style. Were it music, we’d call it sampling. Were it painting, it would be called collage. Were it digital, we’d call it remix. Every paragraph was constructed through quotes. The essay might be about Hemingway or Proust. But he built the argument by clipping quotes from the authors he was discussing.
Their words made his argument. And he was rewarded for it.

Indeed, in the circles for which he was writing, the talent and care that his style evinced were a measure of his understanding. He succeeded not simply by stringing quotes together. He succeeded because the salience of the quotes, in context, made a point that his words alone would not. And his selection demonstrated knowledge beyond the message of the text. Only the most careful reader could construct from the text he read another text that explained it. Ben’s writing showed he was an insanely careful reader. His intensely careful reading made him abeautiful writer.

Ben’s style is rewarded not just in English seminars. It is the essence of good writing in the law. A great brief seems to say nothing on its own. Everything is drawn from cases that went before, presented as if the argument now presented is in fact nothing new. Here again, the words of others are used to make a point the others didn’t directly make. Old cases are remixed. The remix is meant to do something new. (Appropriately enough, Ben is now a lawyer.) In both instances, of course, citation is required. But the cite is always suffi cient payment. And no one who writes for a living actually believes that any permission beyond that simple payment should ever be required. Had Ben written the estate of Ernest Hemingway to ask for permission to quote For Whom the Bell Tolls in his college essays, lawyers at the estate would have been annoyed more than anything else. What weirdo, they would have wondered, thinks you need permission to quote in an essay?

So here’s the question I want you to focus on as we begin this chapter: Why is it “weird” to think that you need permission to quote? Why would (or should) we be “outraged” if the law required us to ask Al Gore for permission when we wanted to include a quote from his book The Assault on Reason in an essay? Why is an author annoyed (rather than honored) when a high school student calls to ask for permission to quote?
The answer, I suggest, has lots to do with the “nature” of writing. Writing, in the traditional sense of words placed on paper, is the ultimate form of democratic creativity, where, again, “democratic” doesn’t mean people vote, but instead means that everyone within a society has access to the means to write. We teach everyone to write— in theory, if not in practice. We understand quoting is an essential part of that writing. It would be impossible to construct and support that practice if permission were required every time a quote was made. The freedom to quote, and to build upon, the words of others is taken for granted by everyone who writes. Or put differently, the freedom that Ben took for granted is perfectly natural in a world where everyone can write.

Prachtig toch? We bouwen allemaal voort op het werk van anderen. Ik ook, met deze korte bespreking en dit lange citaat. De wetgevende macht zou dat moeten weten. Het gaat niet om de gevallen waarin copyright een belangrijke functie vervult, het gaat om al die gevallen waarin copyright de plank volledig misslaat. Daar moet iets aan gedaan worden.

Het mooie is dat Lessig in dit boek niet alleen beschrijft wat er mis is met het achterhoedegevecht dat gevoerd wordt door overheden en organisaties als Brein en RIAA, hij komt ook met concrete handreikingen waarmee de koers op zo'n manier gewijzigd kan worden dat alle partijen zich erin zouden kunnen vinden. Hij doet dit in deel drie van het boek, Enabling the Future.

De meest herkenbare van de handreikingen vond ik de belasting die de overheid zou kunnen heffen op de consumptie van 'infotainment'. Ik schreef daar zelf onlangs ook nog over. Vergelijk het met de vergoeding die je betaalt aan je interprovider: naarmate je meer abonnementsgeld betaalt mag je ook ook meer en sneller downloaden. Dat moet gewoon een
haalbare kaart zijn.

Het zijn nog geen volledige oplossingen die Lessig biedt. Daar is de materie simpelweg te veelomvattend en complex voor. Dat neemt niet weg dat ik veel bewondering heb voor de wijze waarop deze man onze mediacultuur doorgrondt en beschrijft. Je zou wensen dat hij toch de politiek in was gegaan.

@

Klik hier voor alle links die bij de afzonderlijke hoofdstukken horen.

De Architectuur van Kennis: de openbare bibliotheek van de toekomst


Als ik denk aan de toekomst van openbare bibliotheken is de architectuur van bibliotheekgebouwen niet het eerste waar ik aan denk. Dat is best gek, als je bedenkt hoe belangrijk een gebouw is voor de uitstraling van een organisatie, het welzijn van de klanten en het personeel én voor de presentatie van alles wat je te bieden hebt.

Gelukkig denken andere mensen meer na over dit soort dingen. Rob Bruijnzeels attendeerde mij op een serie lezingen en workshops die de VOB samen met het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) organiseert: The Architecture of Knowledge. Op de website van dit evenement kun je meer lezen over dit initiatief. Het ingesloten document hierboven vat een en ander samen in het Nederlands.

Architecture, of all the arts, is the one which acts the most slowly,
but the most surely,
on the soul

-Ernest Dimnet-
@