
Van rondneuzen in de schatkamers van
Het Geheugen van Nederland en
The European Library komt het niet zo vaak. Vanochtend kwam het er wel van en ik genoot ervan. Ik vind het schitterend, al die
oude kaarten,
liederen en boeken.
Toch heb ik ook weer iets te mekkeren. De complexheid van het zoeksysteem doet me afvragen hoe vaak de gedigitaliseerde werken worden geraadpleegd door het grote publiek, hoe lang de mensen op zo'n pagina blijven, in hoeverre een document hun informatiebehoefte bevredigde en vooral: hoe dit alles zich verhoudt tot de enorme kosten van de digitalisering van al die werken.
Begrijp me niet verkeerd: ik vind het erg belangrijk dat cultureel erfgoed geconserveerd en gedigitaliseerd wordt, opdat de generaties na ons er ook nog van kunnen genieten, of er onderzoek naar kunnen doen. Maar zou het niet zo zijn dat confrontaties met bepaalde documenten allerlei vragen oproepen bij de gebruikers van
nu? Als
ik iets mooi vind wil ik er meestal meer van weten in ieder geval.
Neem nu de prachtige
Rijmbijbel die ik aantrof na het klikken op een link binnen het Geheugen. Het is geweldig dat je daar virtueel in kunt bladeren. Maar wat staat er nu eigenlijk? Waar gaat die Rijmbijbel over? Als je teruggaat naar de homepage van het Geheugen en je zoekt op 'Rijmbijbel' krijg je welgeteld
nul zoekresultaten. Dat is toch wel opmerkelijk.
Als je het vervolgens probeert in Google zie je dat het tweede zoekresultaat
een kort lemma in Wikipedia is. Dat lemma bevat een link naar een prachtig document (
PDF) van
Meermanno, met een toelichting en vertaling.
Met een paar extra zoekacties vind je dus wel degelijk wat je zoekt maar de vraag is hoeveel mensen die moeite zullen nemen. Echte liefhebbers doen dat misschien, of onderzoekers, maar de gemiddelde internetgebruiker? Het zou beter zijn als
alle relevante informatie in het Geheugen te vinden zou zijn, denk ik. Of moeten we hier gewoon constateren dat Wikipedia eigenlijk de beste ingang is, omdat die verwijzigen bevat naar de meest relevante bronnen?
Als dat zo is kom ik toch weer even terug op een oud stokpaardje: waarom doen bibliothecarissen nog steeds
zo weinig met Wikipedia?
Een ander mooi voorbeeld:
In de Europese Bibliotheek zocht ik op 'Middelburg' binnen de deelcollecties 'kaarten' en 'audio en gedrukte muziek'. Die zoekactie leverde me onder meer
een interessant lied op, over een "Wreede Moord in Middelburg" in 1838. Als je direct zoekt binnen het Geheugen van Nederland kom je terecht op
een andere pagina van dat document.
Maar hoe zit dit nu? Heeft de moordenares Sara Geldhof echt bestaan? Pleegde zij inderdaad een moord op een 13-jarig meisje? Ik lees dat
het gebeurde in
de Winterstraat. Daar woonde "die tijgerin" althans. Maar ik ken helemaal geen
Winterstraat in Middelburg!
Op naar de website van het
Zeeuws Archief dus. Na enig zoeken ontdek ik hoe ik daar kan zoeken. Ik vind echter niets van mijn gading.
Dan zoeken binnen
de website van Geschiedenis Zeeland. In Google of Google Maps vond ik immers ook geen Winterstraat in Middelburg.
Raak! De Aquabrowser leidt me naar
een record uit de Beeldbank Zeeland. De Winterstraat bleek gelegen in een deel van Middelburg dat eind jaren '60
moest wijken voor de tweede brug over het Kanaal door Walcheren.
Ik ben weer eens stap verder. De bezongen straat heeft wel degelijk bestaan. Maar om te achterhalen hoe het nu zit met die moordlustige Sara zal ik vermoedelijk zelf naar het Zeeuws Archief moeten gaan. Op
die vraag geeft Geschiedenis Zeeland me namelijk geen antwoord.
Nu vind ik het leuk, om dingen op deze manier uit te pluizen. Mensen die 'in deze materie zitten' vinden het ongetwijfeld nog veel leuker. Maar hoeveel zouden dat er zijn?
Een ding moge duidelijk zijn: onze digitale informatievoorziening is schitterend, maar nog verre van compleet. Onze schatten roepen soms meer vragen op dan wenselijk is.
Dat schreeuwt dan weer om nieuwsgierige en geduldige klanten. Zouden er daar nog veel van zijn?
@